De eenzaamheid van de priemgetallen

Ik las eerst zijn meest recente roman De hemel verslinden, terwijl deze al veel langer op mijn lijstje stond. Ik kon het dan ook niet langer laten om zijn debuut te kopen en te lezen: ‘de eenzaamheid van de priemgetallen’.

Een boek kopen en ineens lezen, dat is zoals een van die spreuken, hoe leuk het zou zijn om, als je een boek koopt, ineens de tijd kan kopen om het te lezen. Dat heb ik voor dit boek gedaan, al moet ik zeggen dat het me meestal niet lukt. Of toch niet in één keer. Ik kan een boek, als het mij bijt, ineens uitlezen (heb ik meerdere keren met de boeken van Nicci French gehad vb Iemand die je moet kennen) en dus ook nu met deze.

De schrijver is een krak in het omschrijven van personages en de gevoeligheden in hun communicatie. Wat wordt gezegd, maar ook vooral wat niet wordt gezegd, maar soms wel gesuggereerd. Of misschien zijn dat mijn eigen gedachten. En dan denk ik gelijk, wow, als je dat als schrijver kan, hoe knap is dat! Dat wil ik ook kunnen!

Over wat het boek gaat? over Alice en Mattia, die elks geconfronteerd met hun eigen schaduwkantjes elkaar leren kennen op de middelbare school. Alice komt eerder in haar kinderjaren ten val tijdens een skiklas, en Mattia laat, op weg naar een verjaardagsfeestje, zijn tweelingzusje achter op een bank in het park. Bij terugkomst is ze verdwenen. De vriendschap die tussen Alice en Mattia ontstaat is uitzonderlijk. Een onuitgesproken verbinding hangt tussen hen in, en wat er verder gebeurt hangt af van wat uitgesproken of niet uitgesproken wordt. Bij het omslaan van de laatste pagina blijf je, net als bij het vorige boek, nog even muisstil zitten om terug op adem te komen.

Als ik het echt een volgorde moet geven, vind ik zijn laatste boek beter, maar laat ons niet kleinzerig doen, dit is een goede auteur. Op naar zijn volgende boeken!

De Kracht van het Nu

Tijd is een illusie. Eigenlijk is er maar één moment, en dat is het Nu. Al leven veel mensen, zoals ik ook, meer in het verleden en in de toekomst. Daarover schreef Eckart Tolle een boek: ‘De Kracht van het Nu’. Een gids voor een bewust en gelukkig leven.

De druk die ik heb van het boek, de 36e ondertussen, geeft aan de hand van vraag en antwoord uitleg bij de weg naar meer bewustzijn, en meer verlichting. En al denk ik daar wel over na, het wordt voor mij toch ook een beetje zweverig. Dat is volgens de schrijver echter het probleem, we leven teveel in ons hoofd, en we worden ons denken. Al de ‘wat als’ en de ‘stel dat’ vragen. Het Zijn, waar we naar op zoek gaan, is niet te begrijpen door het verstand. Misschien ben ik er nog niet klaar voor.

Wat ik wel begrijp, is het verschil tussen Chronos en Kairos tijd, waar een vriend me laatst op wees. We hebben veel Chronos tijd, onze klok geeft dit aan, en we rushen ons vanaf we opstaan van de ene bestemming naar de andere hobby, om nog op tijd thuis te geraken om op een redelijk uur te kunnen eten. De ratrace. Geen ontkomen aan. Geen tijd voor creativiteit en bezinning, tenzij we daar bewust tijd voor maken. De Kairos tijd daarentegen is onze innerlijke tijdsbeleving. Wanneer adem je nog eens spontaan in en uit en geniet gewoon van het moment? Daar raakt deze theorie aan wat Eckart Tolle ons wil zeggen, Kairos tijd is het Nu.

Waar ik het mee eens ben, is dat alles begint bij bewustzijn. Niet gewoon na-apen en onbewust in het leven van vandaag staan. Kennis is ook van belang; weten wat verkeerd is en hier ook naar handelen. Het tweede niveau die de schrijver probeert aan te geven, me in een nieuwe bewustzijnstoestand te brengen, lukt niet. Maar ach, misschien is het zaadje naar meer verlichting geplant. Geduld en herhaling bieden misschien de oplossing. Maar voorlopig gaat het boek toch terug de kast in, op naar het volgende!

Saskia & Bart

Dunne boekjes, maar met zo’n schoonheid aan zinnen in. Voor mij zijn het twee dichters bij elkaar.

Laat me beginnen met ‘In de rij voor de nachtboot’ van Saskia de Coster. Amper 30 pagina’s, maar voor mij toch een blijvertje. Op de achterzijde:

‘Er zijn zoveel verschillen tussen ons’, zei ik. Dit was de ideale aanzet voor het gesprek.

‘Mooi hé’, glunderde ze, ‘zo raken we nooit uitgepraat.’

Ik zweeg. Ik holde er steeds achteraan, achter de momenten.

Ik bleef maar te laat komen.

Een coronaproof boekje: ‘Vier maanden lang kon ze niet naar mij toe komen en ik kon niet naar haar gaan, omdat we veroordeeld waren tot onze huizen en landen.’

Of, hoe twee mensen willen beslissen een einde te maken aan hun relatie, want het heeft toch geen zin, tot het samenkomen na al die tijd toch genoeg oproept om het eerst niet te durven en dan niet te willen uitspreken.

En dan Bart Moeyaert, met zijn verzameling De Schepping, Het Paradijs en de Hemel. Nu samengebracht in de bundel ‘Het hele leven’.

Het is eigenlijk onmogelijk om hier een recensie van te schrijven zonder zijn woorden over te nemen. Het is zo poëtisch, soms een beetje grappig, en eigenlijk moet je het je voorstellen onder de muzikale begeleiding van Haydn. Ik neem er dus gewoon wat pareltjes uit, ik laat het aan jullie om te oordelen.

In het begin was er niets. Het is moeilijk om je dat voor te stellen. Je moet alles wat er nu is nog niet laten zijn. Je moet het licht uitdoen, en er zelf niet zijn, en dan ook nog eens al het donker vergeten, want in het begin was er niets, ook het donker niet. Als je het begin van alles wil zien, moet je erg veel weglaten. Ook je moeder.

In het begin waren we nooit alleen. We stonden met onze blote voeten midden in de overvloed, en als we gingen liggen, dan was het alsof we in het leven verdronken. Dan zochten de vrouw en ik elkaars hand en trokken we elkaar als het ware op het droge. ‘Gaat het?’ zei zij dan tegen mij, of ik tegen haar. En dan ging het weer. In het begin voelden we ons nooit alleen.

Op het eind was er aan mijn leven niks meer toe te voegen, behalve een laatste dag. Ik zei tegen de dood, die naast me lag: ‘Een laatste keer naar zee. Dat zou ik nog wel willen.’ ‘Alles is nog mogelijk.’ Zei de dood. ‘Wanneer had je gedacht?’ ‘Woensdag,’ zei ik. ‘Woensdag wordt het warm voor de tijd van het jaar.’ ‘Dan is woensdag een mooie dag om dood te gaan,’ zei de dood. Hij zei dat hij wel moest kijken of hij kon.

Voor mij ook een blijvertje. Ik kan er in terugbladeren en opnieuw een alinea lezen en denken, amai, dat is schoon geschreven.

Ze mogen van mij naast elkaar in mijn boekenkast staan.

Mijn persoonlijke quarantaine

Voor wie mij kent, weet dat ik het oh zo moeilijk heb om niet op reis te kunnen gaan. En ja, dat is misschien niet de prioriteit vandaag, en toch. Ik ben al jaren gewoon om toch meerdere trips per jaar te doen, ver weg van hier. Voor mij is dat de ultieme manier om afstand te nemen en efkes tot rust te komen. Mijn laatste reis dateert van januari 2020 Cambodja: wat een koninkrijk! dus net een jaar geleden. Het is al héél lang geleden dat ik zo lang achter elkaar thuis bleef.

Met gevolgen. Ik heb precies een jaar aangemodderd. Zoals elke zelfstandige heb ik corona wel gevoeld in mijn opdrachten en mijn omzet, zeker tijdens de eerste lockdown. Gedwongen neem ik wat online zaken op, maar ik heb toch een uitgesproken voorkeur voor het live contact. Ik kreeg meer en meer het gevoel dat ik de controle aan het verliezen was; ik kon niet ontspannen, maar werkte nu ook niet zoveel dat mijn omzet gelijkwaardig kon worden aan die van de jaren daarvoor. Ik werd precies half depressief, had uiteindelijk geen zin meer mijn bed uit te komen.

Ik besef dat ik echt aan het wachten was tot corona overwaaide, en ik terug reisjes kon plannen. Eerst wachten tot de zomer, dan tot het najaar. En nu, een jaar verder, besef ik dat ik veel eerder wat rust had moeten inplannen, al is het in eigen land. Op naar de Ardennen!

2020 had voor mij het jaar moeten zijn dat ik begon aan mijn nieuwe carrière als schrijfster. Ik had een schrijfweek gepland in Griekenland, en, ik had mezelf twee maanden beloofd om hier verder aan te werken. Corona stak er een stokje voor. Geen schrijfweek, en door de gedaalde omzet en mijn aangemodder beperkte ik 2 maanden tot 3 weken. Uiteraard dicht bij huis, dus ook het werk reist bewust en onbewust mee. En ook al heb ik in de Ardennen geen bereik; geef mij toch maar een andere tijdzone om er helemaal uit te zijn!

Maar goed, ik kijk niet helemaal negatief naar 2020. Door corona en het vele thuiswerk, ook van mijn partner en dochter, heb ik eigenlijk van dag op dag beslist dat het bij ons te klein werd, ook om mijn praktijk coronaproof draaiende te houden, dus we hebben een huis gekocht. Dat ging ineens heel snel, het tweede huis dat we bezochten was ineens naar ons zin, dus we zijn op deze moment volop aan het verhuizen naar onze nieuwe stek. Heel spannend allemaal. Ik word hier echt vrolijk van, want niet alleen heb ik een prachtige zolderruimte als praktijk, er is ook een aanpalend dakterras dat roept om ingericht en gebruikt te worden! Laat weten als je binnenkort graag een koffie komt drinken!

Ik noemde mijn trip van 3 weken mijn bezinningsreis, en ik merkte dat ik ook anderen kon inspireren met dit idee. Ook al had ik werk bij, de dagelijkse wandelingen met Reynaert in het aanpalend bos zijn onvervangbaar. Ik heb alle seizoenen gehad, van zon tot regen, van sneeuw tot pakken sneeuw! Een prachtig tafereel! Toch een tempo lager als anders. En tegelijkertijd mijn eerste doel afgeklopt, minstens 6000 stappen per dag. Ik las ook veel boeken, en ben terug wat on track met mijn zaak, door voor mij de focus helder te krijgen. De combinatie van alleen zitten in het bos met het bezoek van het thuisfront de weekends werkte voor mij wel. Ik had een heerlijke tijd. En nee, mijn boek is nog niet af (wat had je gedacht), maar de plannen zijn er, en de eerste lijnen staan op papier! 😊

Ik ben er niet

Lize Spit doet het weer. Voor de tweede keer. Deze keer nog beter dan de vorige.

Haar debuut ‘het smelt’; daar moest ik me toch een beetje doorworstelen bij momenten. Een dik boek, en, als het eenmaal uit is, blijf je achter met een leeg gevoel. Het idee dat er nog iets op te lossen valt. Dit had niet mogen gebeuren. Hoe is het eigenlijk kunnen gebeuren? In ‘Het Smelt’ gaat Lize terug naar haar geboortedorp, om een rekening te vereffenen. Of een onverwerkt trauma te wreken. ’t Is maar hoe je het bekijkt.

In haar tweede boek, het recent uitgebrachte ‘Ik ben er niet’ heeft ze zich duidelijk verdiept in haar personages. Die worden levensecht afgezet tegen het Brusselse decor, voor mij weerom een bewijs dat je als schrijver eerst een biografie moet maken van je hoofdpersonages. Je moet ze kennen als kind, en ook als volwassene. Van waar komen die kleine trekjes? De personages mogen geen geheimen hebben voor jou als schrijver. En, nadien moeten ze ook vorm krijgen bij de lezer. Eenmaal het boek uit is, heb ik het idee dat ik Simon en Leo heb leren kennen. En zo moet dat.

Het boek heeft ook een aantal literaire pareltjes: ‘wij waren de twee scheefgezakte pilaren die, zodra je ze tegen elkaar aan deed leunen, steviger zouden staan dan één ongeschonden, op zichzelf staande pilaar ooit kon.’

Of nog eentje: ‘ik leefde, behalve een dubbelleven, ook een anderhalf leven. Ik was de ‘i’ in zijn ‘ik’ geworden, hield zijn puntje in de lucht.’

Hoe een relatie kan scheefzakken door een mentale ziekte. Hoe subtiel het je leven kan binnendringen, maar met onuitwisbare gevolgen. En eerst zonder er een diagnose te kunnen opplakken, gewoon weten dat er iets mis is. Niet meer normaal. Zo neemt Lize je mee in de kleine details wat borderline doet met iemand, Simon in dit geval, en wat effect dit heeft op Leo, zijn lief.

Voor mij leest het boek als een trein. Je weet al wel, dat dit boek geen ‘eind goed, al goed’ einde kan hebben. Maar als ik aan het einde kom, ga ik toch nog een paar bladzijden terug om het einde opnieuw te lezen. En opnieuw. Wow, dit boek blijft bij.

De hemel verslinden

Ik had nog niets gelezen van deze auteur, al ken ik hem wel. ‘De eenzaamheid van de priemgetallen’ staat al lang op mijn verlanglijstje, maar ik heb hem nog niet gekocht. Toen ik op laatst in de boekhandel aan ’t snollen was, kwam ik zijn meest recente roman tegen, ‘De hemel verslinden’, en die kon ik niet laten liggen. Tijd dat ik deze auteur leer kennen!

En, resultaat, ik ben fan van Paolo Giordano. Wat een boek. Hij beschrijft zijn personages op zo’n manier dat ze echt tot leven komen. Hoe gebeurtenissen in je jeugd ervoor kunnen zorgen dat je trauma’s hebt op latere leeftijd. Een verhaal over wat een vakantielief kan betekenen in je leven. Ik ben er, als startend schrijver, meer en meer van overtuigd dat je je hoofdpersonages goed, zelfs heel goed moet kennen, om dit zo te kunnen neerschrijven. Ik begin alvast met biografieën over mijn personages!

Maar goed, terug over ‘de hemel verslinden’. Het verhaal speelt zich af met op de achtergrond het mooie Italië, met zijn vele olijfbomen en de typische Italiaanse zon. In het begin van het verhaal vond ik het iets te katholiek; het vele bidden kwam voor mij wat op de voorgrond te staan. Later in het verhaal blijkt dit niet voor niets, hoe jongeren geloven, hun geloof verliezen, en hier uiteindelijk toch op latere leeftijd betekenis aan geven.

Teresa komt uit de stad naar het platteland om de warme zomers door te brengen, en daar leert ze Nicola, Tommaso en Bern kennen. De drie jongens zullen haar leven veranderen en voor altijd tekenen. Na 459 pagina’s veeg ik een traan weg. Teresa en de boys zullen nog lang nazinderen in mijn geheugen, alsof ik ze zelf gekend heb.

Kortom, een aanrader! 

Dé wijsheid

Zeven miljoen keer verkocht, uitgebracht in 46 talen en bijna 10 jaar lang in de New York Times bestsellerlijst. Gokje? Een spiritueel boek(je) dat nu nog altijd even actueel is. Oude wijsheden uit Mexico die vernieuwend en inspirerend zijn, misschien zelfs zeker in deze onzekere tijden. Ik heb het over ‘De vier inzichten’ van Don Miguel Ruiz.

Maskers af! We gaan het hebben over authenticiteit.

Leven is eenvoudig met je ogen dicht, alles wat je ziet begrijp je verkeerd… – John Lennon

We zijn zelfgetemde dieren, zegt Don Miguel Ruiz. Een indoctrinatieproces dat in gang wordt gezet van zodra we geboren worden, en tot we zo afgericht zijn dat we niemand anders meer nodig hebben om getemd te worden, we doen het dan gewoon zelf. De geleerde gedragsregels zijn zo sterk -we willen allemaal een ‘flinke meid’ of een ‘brave jongen’ zijn- en dat uit zich in de schaamte en schuld die bij iedereen zo sterk aanwezig is. Sterke overtuigingen, dus het vraagt heel wat lef en moed om te worden wie we eigenlijk zijn. Lef is het enkelvoud van Leven heeft ooit iemand me verteld. En laat dat nu net de grootste angst zijn van velen onder ons, schrik om te leven volgens wie en wat we werkelijk zijn.

De belangrijkste afspraken maak je met jezelf. Maar daar heb je een sterke wil voor nodig, want dan voldoe je waarschijnlijk niet meer aan de verwachtingen van anderen. De vier leefregels van Tolteekse afkomst klinken anders niet zo moeilijk:

WEES ONBERISPELIJK IN JE WOORDEN

VAT NIETS PERSOONLIJK OP

GA NIET UIT VAN VERONDERSTELLINGEN

DOE ALTIJD JE BEST

En toch. Als we dan al doorhebben dat we zelf verantwoordelijk zijn voor ons eigen geluk en welzijn, leggen we toch nog graag de verantwoordelijkheid bij anderen. Ik heb wel iets aan de uitleg bij de vier inzichten die gegeven wordt in het boek. We zijn allemaal een tovenaar, en onze zwarte magie is ‘roddel’. Als anderen iets doen of zeggen, is het altijd vanwege henzelf, niet van jou, dus weg met de emotionele rommel die je slikt. Bijna alle drama en verdriet komt voort uit foute veronderstellingen; veel drama voor niets dus. Je hebt het recht jezelf te zijn, je hebt hiervoor niet de aanvaarding van anderen nodig. Op zich weten we dit allemaal wel… dus nu in de praktijk brengen, onder het motto oefening baart kunst!

En nog een schoontje om af te ronden: ‘Onze normale menselijke neiging is van het leven te genieten, te spelen, te onderzoeken en lief te hebben’. Als dat geen mooie kerstboodschap is.

Kwetsbaarheid? Wat is dat?

Dé experte als we het hebben over moed, schaamte, kwetsbaarheid en empathie? Een dame die niet mag ontbreken in mijn blogs; ik stel je graag voor aan Brené Brown.

Ik heb al verschillende van haar boeken gelezen, en ik raad dikwijls haar boek ‘de kracht van kwetsbaarheid’ aan wanneer mijn cliënten om leestips vragen. Je kwetsbaar opstellen is misschien wel dé basis voor een goed leven, zowel in relaties, als in opvoeding of werk. Daarom dat iedereen er wel iets aan heeft haar boek te lezen. De feedback die ik krijg van cliënten bevestigt dit; er valt altijd wel iets uit te halen, op een of andere manier.

We leven immers in een cultuur van ‘nooit genoeg’. De moed hebben om je te durven blootgeven en de onzekerheden gewoon aan te gaan zou wel eens kunnen betekenen dat je je goed genoeg gaat voelen; je bent goed zoals je bent. Dat is niet zwak en is ook geen reden om je ervoor te schamen, het kan zelfs anderen stimuleren om ook het verhaal van eigenwaarde te kiezen. Ja, moed is besmettelijk. En neen, dat gaat niet vanzelf, we moeten de overtuiging dat we de moeite waard zijn ontwikkelen, elke dag opnieuw. Maar het is zo waardevol! Een vol leven leiden, wie wil dat nu niet?

Recent las ik haar boek ‘Sterker dan ooit’. Vanuit haar eigen ervaringen koppelt Brené het leven aan wat ze heeft geleerd tijdens haar jarenlang wetenschappelijk onderzoek. Eerlijk is eerlijk, een aantal zaken komen wel terug uit haar vorige boeken, het zijn wel steeds dezelfde thema’s die ze aangrijpt, maar het is misschien de herhaling die maakt dat je er wel degelijk mee aan de slag kan. Ik lees in recensies over haar boeken dikwijls dat er wel wat herhaling in zit, misschien is daarom gewoon het eerste boek dat je van haar leest hetgeen je het meest aangrijpt. Ze geeft op haar website ook tips en hulpmiddelen om hetgeen wat je raakt ook te integreren in je eigen leven. Bekijk haar integration-index maar.

Niet zo’n lezer? Luister dan naar een TED talk van haar. Inspirerend.

Kortom, voor mij is Brené iemand waar je niet omheen kan als je je eigen leven op de rails wil krijgen en houden. Ja, met vallen en opstaan.

Cuba: La Perla Del Caribe

Oef, de auto staat er nog, met wielen en al (lees eerst het eerste deel van Cuba: De roze bril van Cuba). Op weg naar Viñales. Daar leren we dat een plas soms niet gewoon een plas is, maar een gat in de baan. We snappen ineens waarom ze een platte band niet willen verzekeren. Het is een echte uitdaging op de baan. En dan worden we tegengehouden. ‘I need your help.’ Nee, geen lifters. Tja, als hij dan een badge voorhoudt, zijn we toch wat onder de indruk (onterecht blijkt later) en zitten we een beetje later, tegen alle regels in, met drie in de wagen. We worden uitgenodigd op de plantage, in ruil voor het vervoer krijgen we een koffie, en een sigaar. Illegale sigarenverkoop, dat is het. De vriendelijkheid verdwijnt als sneeuw voor de zon. Als we dan toch met nog wat meer sigaren onze reis verderzetten, zien we de volgende slachtoffers al richting de plantage rijden. Another one bites the dust. Cubanen zijn plantrekkers. En eigenlijk kan je ze het zelfs niet kwalijk nemen.

Viñales

Con Caballo? Si. Een must do in Viñales is het Nationaal Park bezoeken. Viñales is groen. Prachtig. Midden in het park een lagune (waar je dan uiteindelijk niet in mag zwemmen omdat een Israëli er drie maanden geleden in is verdronken). En wat is beter dan dit park met een dagtocht te paard te ontdekken. Slik. Ik ontdek pas dat caballo paard betekent als de cowboy ons ’s morgens oppikt. Het wordt een dag van rum, sigaren, schrik (zowel ik als het paard) en ongemakkelijkheid, om tevreden (maar stijf) af te sluiten met een mango en bananen daiquiri in de lokale pub. Viñales is de place to be voor rugzaktoeristen. Een marktje van 6 kramen, en een paar cafékes. Meer heb je eigenlijk niet nodig. Weetje: alle merries zijn van de staat, dus je krijgt enkel hengsten om mee te rijden. En zo allemaal hengsten onder elkaar… soit, you get the point.

Cienfuegos

‘Can we come with you?’ onze buren in de casa particular de Creste El Pelotero in Viñales. Een jonge gast met zijn tante, met de rugzak, ook op weg naar Cienfuegos. Ah, waarom niet? We beginnen ons al echt als Cubanen te gedragen, zo de regels aan ons laars lappen. Casa El Capital. De huizen zijn hier echt prachtig. De auto staat op straat, maar wordt voor 2 CUC bewaakt, zo doe je dat hier. Meestal kan je in een casa eten, bij de particulier (aanrader!), maar ze heeft niets voorzien voor vanavond, dus stuurt ze ons door naar familie van haar die een resto tentje hebben. Met live muziek. Zo doe je dat hier. In Cienfuegos kan je zelf een kroegentochtje doen, vanuit elke bar klinkt een ander live bandje. Place to be, definitely!

Cienfuegos is op een schiereiland, dus we laten ons door een bicitaxi voeren naar de Punto, het puntje van het eiland. Prachtige huizen hier. Kastelen bijna. De kloof tussen rijk en arm kan niet groter zijn denk ik dan. Palmbomen en stranden, precies Cuba uit de boekskes!

Trinidad, Unesco Werelderfgoed

Op de baan gaan met de auto blijft een uitdaging hier. We beslissen nu echt niemand meer mee te nemen, al willen nu de mensen vooral dat we bananen en andere spulletjes kopen; zó graag dat ze tot voor onze auto lopen. Ook lopen er hier veel krabben op de baan, die wil ik ook het liefst ontwijken. Hoe dichter bij het centrum, hoe meer mensen die nu heel graag willen dat we in hun casa komen logeren. Wij hebben beslist naar Casa Colonial El Patio te gaan, en daar moeten we dan weer naar zoeken. Maar eenmaal gevonden, de mooiste casa ever! We leren weeral iets meer over Cuba hier. De Cubanen moeten wel plantrekkers zijn en ergens proberen hun geld mee te verdienen, zo heeft deze dokter dan maar een casa gemaakt van zijn huis, uit gebrek aan werk. Iedereen probeert iets mee te pikken uit de toeristensector; eten maken, iets verkopen, hun huis openzetten, pizza op straat,… noem maar op. Iedereen wil CUC’s, de toeristenmunt, daar kan je meer producten mee kopen dan met de pesos. Fidel mag dan een held genoemd worden, is (of was) hij wel goed voor zijn bevolking?

Onze auto veilig in de garage, ik ben blij dat we die de volgende dagen weer kunnen laten staan. Trinidad is een stad om te voet te verkennen, met goede basketters, want ’t zijn enkel kasseien en trappen. Wel heel charmant. Een echt doolhof, om de piraten te misleiden. En ons ook. In Bar Canchácharra drinken we de lokale cocktail van hier, ja, Canchácharra, op basis van rum natuurlijk. En dat onder begeleiding van super muzikanten met hun live bandje. Ze hebben talent hier!

Sancti Spiritus

Een klein Trinidad, maar dan zonder kasseien, maar minstens evenveel mooie koloniale gebouwen. En minder toeristen weer. ’t Is zondag, en dat zullen we geweten hebben. Op het plein in het centrum van de stad staan allemaal tafels, veel bier, veel rum met een beetje cola, en er wordt gezongen en gedanst. Ondanks de miserie die ze toch wel kennen hier, kunnen de Cubanen genieten! En wij genieten met ze mee.

Camaguey

No, no es possible. Deze keer volharden we, we nemen niemand mee, dus de agent laat ons dan maar gaan zonder iemand extra op de achterbank. Eenmaal in het centrum, betalen we veel te veel aan een fietser die ons de weg naar de casa particular wel wil tonen. Bij het zien van pesos wordt hij echt kwaad. We laten ons, een beetje uit schrik dat hij iets aan onze auto doet de volgende dagen, voor grof geld afzetten. Zijn dag is goed, die van ons (efkes) wat minder. Mogen we blijkbaar al blij zijn dat we wel aan de juiste casa staan. Ze zijn toch vindingrijk, hij zou een officiële gids der toerisme zijn. Yeah right! Van de auto verdwijnen gewoon elke dag wat meer letterkes vanachter, in plaats van Geely staat er nu nog Gee. Van de andere letterkes geen spoor. Es una experiencia, stelt onze gastvrouw ons gerust.

In Camaguey laten we ons met een bicitaxi rondrijden, om zo de stad te bezoeken. Deze neemt zijn tijd, en geeft ons uitgebreid alle uitleg van wat hij zelf kent van de stad. Er zijn er die toch iets willen doen voor hun geld. Veel gallerijen, veel kunst. De kunstenaars zelf die er zijn laten hun werk zien, en hun atelier. Alles om je verblijf in Camaguey aangenaam te maken! Internationaal bekend is Martha Jimérez, die werkt rond de thema’s vrouw, vruchtbaarheid en vrijheid. Een madam naar mijn hart. ‘t Is dat de valies vol zit en al zwaar genoeg is, anders had ik misschien wel een van haar bronzen werkjes gekocht.

Santa Clara

Onderweg naar Santa Clara een tussenstop in Remédios. Dit is een prachtig stadje, met een mooi plein. Een stressfactor is altijd iemand vinden waar we de auto in bewaring kunnen zetten (tegen betaling natuurlijk). Daar steken we altijd wel wat tijd in. Eenmaal dat gebeurd is, kunnen we de stad ontdekken. Hier zijn amper toeristen, dus we hebben weer heel het restaurantje voor ons alleen, met een privé live band. Onze collectie CD’s thuis wordt uitgebreid met gekopieerde cdkes van al die live bandjes hier (a ja, je moet toch iets geven!).

50 km verder is Santa Clara, hier is Plaza de la Révolution, met het museum rond Ché Guevara, de grote held. Hier brandt de eeuwige vlam voor hem (echt waar). Een verplicht schooluitstapje voor iedereen in Cuba. Het museum is niet zo uitgebreid, wat foto’s en teksten, maar het gebouw zelf is wel indrukwekkend.

Hier brandt de eeuwige vlam voor Ché Guevara

Het beloofde paradijs

En dan sluiten we onze trip af op Playa Jabacoa, om ook het Cuba uit de boekskes te doen. Vlak aan het strand, een prachtig hotel Memories Jabacoa Resort, efkes relaxen na onze toch wel intense ervaring. En dat we hebben bijgeleerd; we rijden los een politieagent voorbij die ons wil laten stoppen, niet meer met ons! Als dat maar goed komt denk ik nog even. Dit hotel is het enige op onze reis waar we niet onderweg naar moeten vragen, overal staan bordjes ernaartoe. De auto brengen we gelukkig met vier wielen terug binnen, wel zonder de lettertjes GEELY achteraan. No problem.

Uitzicht vanuit onze kamer in hotel Memories Jibacoa Resort

Mijn tips voor een trip naar Cuba:

  • Cuba is prachtig, maar besef dat je eigenlijk naar een derdewereldland reist;
  • Mensen mogen er niet zomaar weg, enkel op uitnodiging, dus als je single bent, je weet wat je te wachten staat;
  • Iedereen probeert zijn centje (CUC goed te verstaan) bij te verdienen, de ene al oneerlijker dan de andere;
  • Cuba is meer dan de stranden van Varadero alleen, een prachtig land, met potentieel, maar een verschrikkelijk oneerlijk beleid.
  • En, als je de locals een plezier wil doen, neem dan zeepjes en stylo’s mee! 😊
  • Iemand die gaat en de ‘Guía de Carreteras de Cuba’ wil lenen? Laat weten!

De roze bril van Cuba

Languit aan een zwembad, uitkijkend op een magisch strand met golven en palmbomen, ondertussen slurpend aan een Cuba Libre, dat is zo ongeveer de reclame voor een reis naar Varadero. Ik wil ook naar Cuba, maar dan wel om wat meer van het land te zien dan enkel wat ik al ken uit de reclamefolder. In 2016 is het dan ook zover, we huren een auto om het land te doorkruisen, en we zullen overnachten in Casa Particular, gezellig bij de mensen thuis.

Eerst Havana. De Hoofdstad. Tot laat in de nacht wordt er gezongen op straat, Cuba is dan ook de parel van de Caraïben, met muziek overal. Dat kan je redelijk letterlijk nemen. Ook later in alle restaurantjes of cafés waar we binnenkomen wordt er gedanst en muziek gespeeld.

Het zou Cuba niet zijn als je op deze reis geen onverwachte dingen tegenkomt. Op de luchthaven worden we al geoefend op geduld, hier mag alles wat trager gaan, dat zullen we deze reis nog leren. Cuba is het land van Mañana. We waren ook gewaarschuwd, en hadden er over gelezen, maar toch laten wij ons ook dag 1 van Cuba in het zak zetten. ‘Een vuurtje bij?’ Vraagt een toevallige passant. Tja, dan moet je die typische Cubaanse sigaren toch eens proberen? Tu ne connais pas la Casa de la Musica? Je vais le noter, viens avec moi pour un stylo. En ’t is gebeurd. Geen ontkomen aan, dus even later zitten wij een Cubaans koppel te trakteren in een café en sigaren te roken. We zijn ook niet de enige Westerlingen die hier de foto’s van Ché Guevara en Fidel komen bewonderen onder begeleiding. We worden massaal in de cultuur mee opgenomen en betalen met plezier voor de drankjes en de sigaren. En ’t zal deze reis nog niet de laatste keer zijn dat we meer betalen dan dat eigenlijk moet. Ah, een lekkere Daiquiri in een van de Hemingway Pubs ( je hebt er twee: Bodequita El Medio, en  Bar Frolidita) maakt veel goed.

Cuba heeft twee munten, de pesos cubanos, de munt voor de locals en de CUC, de toeristenmunt. Uiteraard zijn ze niet evenveel waard, wat had je gedacht. Onderhandelen in de ene munt en dan betalen in de andere, tja, een aantal Cubanen zijn er maar goed mee. Trouwens, met pesos zijn de Cubanen niet tevreden, ze kunnen met die CUC veel meer kopen, en, ze durven echt wel kwaad worden als je pesos bovenhaalt. A ja, van de 5 bancontacten werkt er meestal maar 1. Je bent gewaarschuwd!

Havana is een prachtige stad. Maar echt maar beperkt gerenoveerd. Je ziet inderdaad de klassieke bakken rondrijden, en op het plein in de oude stad zelf is er precies elke dag een oldtimershow. Tropische temperaturen, en allerlei vervoermiddelen om je van her naar der te brengen. De bicitaxi’s zijn echt heel handig, en hebben zelfs zeilen zodat je redelijk droog ergens geraakt bij een van de regelmatige fikse pletsbuien. Ook hier is de gouden regel: onderhandelen en onderhandelen. En dit best van de eerste keer in de juiste munt.

Als we vragen om het tijdstip van het afhaalmoment van de auto wat later te zetten, leren we de grenzen van Cuba: ‘In Cuba, something like that is not possible.’ Tja, dat maakt dus dat we ’s morgens onze Geely (Chinese auto, nog nooit gezien!) ophalen, en van Havana Nuevo terug naar Havana Vieja rijden. Smalle enkelrichting kasseibaantjes tussen fietsen, fietstaxi’s en brommerkes, paarden, voetgangers en karren. Precies of we rijden hier als enige met een auto rond.

Nog een paar regels om in Cuba rond te rijden met een gehuurde auto:

  • Neem geen lifters mee, dit werkt voor Cubans, maar niet voor toeristen;
  • NIEMAND stapt mee in de auto (telt dat ook voor de politie?);
  • Zet je auto ergens veilig; voor een ‘flat tire’ zijn we niet verzekerd, al de rest wel, maar je wil je auto ’s morgens niet zonder wielen ergens terugvinden;

Tja, hoe maak je in het mooie Cuba afspraken, in het land van Mañana? Lees Cuba: La Perla Del Caribe voor het vervolg van onze rondreis!