Een boek met een persoonlijke boodschap

Ik had net een boek gelezen van Mark Eyskens en had nog honger. Naar meer van dit. Ik was zo enthousiast over het eerste boek dat ik van hem las Zinzoeken? heeft dat eigenlijk zin?  dat ik direct een tweede van hem aanschafte en mee op reis nam om me er helemaal in te kunnen verdiepen.

Wat ik vooral meepak uit dit boek, is hoop. Echt.

P1090643

Ik heb mezelf altijd een optimist genoemd, maar de laatste tijd spookt het soms toch wel door mijn hoofd dat sommige dingen in de wereld niet meer kunnen beteren. Klinkt zwart he. Pessimistisch. Focus op het altijd slechte nieuws. En er gebeuren dingen waarvan mijn mond van verbazing open valt. Denk maar aan de verkiezing van Trump. En nu Erdogan weer. Misschien daarom heb ik mijn krant en weekblad abonnement stopgezet. Ik had er echt genoeg van.

Dit boek is voor mij dus echt een geschenk, om inzicht te krijgen in de problematiek, maar ook de hoop te koesteren dat er oplossingen zijn, en dat als veel mensen hetzelfde idee krijgen over iets, er echt wel een shift kan zijn. Zei Gandhi dat niet, dat je zelf de verandering moet zijn die je in de wereld wil zien? Ik wil niet idealistisch overkomen en mensen de les spellen hoe het vanaf nu dan moet, maar door zelf anders in het leven te staan hoop ik anderen de inspireren.

Dat heeft een naam, je bent dan meliorist. We zijn de wereldverbeteraars. We denken dat de wereld verbeterbaar is. En we blijven ons dus hoopvol afvragen ‘waarom niet?’. De tijd is er nog niet altijd rijp voor. Maar dat komt wel.

Parels uit Mallorca

We hebben rust nodig. Want we zijn moe. En doen we dus wat veel Belgen doen, een reis boeken. Geen culturele rondreis deze keer, niet te ver vliegen, en comfort is belangrijk! Dus, een all-in, naar een niet al te verre bestemming. Het wordt Mallorca. Vlucht + hotel + transfer inbegrepen, en eigenlijk al je eten en drinken tussen 7u30 en 24u ook. Das makkelijk.
We vertrekken vanuit Deurne, wat een luxe! Dicht bij huis, kleinschalig, niet teveel volk, en één vliegtuig met de keer. Ontspannend. Minder ontspannend zijn de kinderen die ofwel joelend van enthousiasme ofwel krijsend van vermoeidheid de rust op en rond het vliegtuig saboteren… maar goed, ’t is niet ver. De staking van de Franse verkeersleiders maakt het net iets langer dan normaal, maar 40 minuten langer wachten om in een **** resort terecht te komen… ach, je hoort ons niet klagen (alé, een beetje dan).

Ik kan niet tellen hoeveel bussen er staan bij de aankomst op de luchthaven in Playa de Mallorca. Als kuddedieren worden we opgewacht en op de bus geladen tot die vol zit, met valiezen en met reizigers, en jawel, met de nog steeds krijsende of gillende kinderen (nee, dat mag niet, zo stampen tegen de stoel hiervoor, dat is niet aangenaam voor die mevrouw. Alsof het dat kind wat kan schelen.)

De kamer is groot! Ons terras met uitzicht op strand en zee ook! Op de bovenste verdieping. Kamer 812. Wow! Room with a view. Buffetten ’s morgens, ’s middags en ‘s avonds dik in orde! Veel keuze, lekker eten, beetje minder lekkere wijn (maar op dit gebied zijn we veel gewoon) en tussendoor snacks à volonté. Gezellige bar aan de voorkant van het hotel, met super coupekes cava!

We willen die plastieken bekertjes van het zwembad niet, dus we schaffen ons een herbruikbaar bekertje aan. Ik raap ook geregeld de weggevlogen plastieken bekertjes op en gooi ze in de vuilbak (oorspronkelijke eigenaars: voel je aangesproken!). We zijn niet zo’n zonnekloppers, dus lachen alleen eens met de mensen die ’s morgens al hun handdoeken op de strandstoel gaan leggen en hem heel de dag bezet houden, ook al zitten ze de helft van de tijd met de beentjes ergens onder tafel (o ja, de handdoek wordt zelfs met speciale handdoekspelden vastgezet, zodat hij niet kan gaan waaien 😊, ik wist zelfs niet dat zoiets bestond). En wij eten ons bordje (meestal) helemaal leeg, en gaan bord per bord halen als we nog iets willen, niet zoals sommige niet te noemen nationaliteiten hun ganse tafel al overladen met borden met vanalles en nog wat (ze zouden het buffet eens niet moeten bijvullen) en meer dan de helft dan laten weggooien.

En dan de dagdagelijkse activiteiten van een all-in hotel… Van ’s morgens al leuren de animatoren met hun mattekes voor de yogaclass of stretching, of ze proberen je te overtuigen met een soort plastieken worst voor de aquagym, een crazy game (dan komen ze af met een bal, we hebben nooit ontdekt wat dit spel nu eigenlijk inhoudt) en dan de zumba in bikini… ’s avonds is het dan, na de kinderdisco, bingo avond, of fashionshow (met hotelgasten wel te verstaan), dan disco, de volgende dag een optreden van een coverbandje (ok, dat valt nog mee) en dan het ergste wat ze kunnen doen, een karaoke. Wat een kabaal. Dan liever een te betalen cocktail in het dorpke.

Een rustvakantie, dus eigenlijk hebben we buiten Cales de Mallorca niet zoveel van Mallorca gezien. En eerlijk, na een week hebben we deze formule eigenlijk wel gehad. Volgende keer wordt dus terug iets alternatiever of avontuurlijker!

 

Marteltuigjes

Het is nu net iets meer dan twee maanden geleden dat ik mijn vingers brak. Mijn pink en ringvinger van mijn linkerhand (schrijfhand trouwens) bleven hangen achter het laatste trapje waar ik afviel. Op 1 april om precies te zijn. Eigenlijk echt grappig is het niet.

Maar, hoe dingen dus fout kunnen gaan. We zitten in het buitenland. Nog binnen Europa, dus dat zou nog enigszins geruststellend moeten zijn. Niks lijkt minder waar als je op de spoed terecht komt, op paasweekend dan nog. Na de bevestiging, ja, ze zijn gebroken, alé, één van de twee toch, ga ik ingetaped mijn laatste nacht doorbrengen in een hotel in Londen voor ik, op paasmaandag, met de Eurostar terug naar huis ga.

Toch maar naar de huisdokter he, je weet nooit. Ah, gewoon intapen, die zwaar gekneusde drie tot vier weken, en die gebroken pink zes tot acht weken. That’s it.
Ondertussen ga ik ook nog naar de osteopaat, voor mijn rug (niet van die val trouwens). Die verwijst me subtiel door naar een specialist als hij mijn vingers ziet. ‘je wil toch dat je ze volledig terug kan gebruiken nadien’. Uiteraard, ’t is mijn dominante hand.

Mijn vingers zijn al vier weken ingepakt als ik bij de specialist ben. Ik zou bijna zeggen dat die lijkbleek uitslaat als hij mijn vingers ziet. Hij pakt ernaar, en ik steek ze snel onder de tafel. Na de nodige foto’s blijkt dat ze wel degelijk beide gebroken zijn, de scharnieren van de pink boven en onder, en van de ringvinger enkel de onderkant. ‘vanaf nu niet meer ontlasten, die spalk eraf, en beginnen bewegen!’ zware kinesitherapie. 18 beurten. Het maximum dat je terugbetaald krijgt van de ziekenkas. Hij voegt er nog aan toe: ’t is in uw eigen belang mevrouw, anders staan die gans je leven stijf’. Van vingers willen we dat niet.

Voor diegenen onder ons die al naar de kinesist geweest zijn, dat is dus geen pretje. Na een half uur trekken en buigen aan die vingers kom ik telkens met barstende koppijn buiten. Maar we hebben veel werk, binnen vier weken terug naar de specialist om te laten zien dat ik al iets in de richting van een vuist kan maken.

En die dag is er snel genoeg. Ik ben ook niet de enige, de wachtzaal zit afgeladen vol. Eindelijk is het anderhalf uur later aan mij. Hij kijkt er misschien twee minuten naar. Ik zit trots mijn vingers te plooien zover ik kan. Doorverwezen naar Vigo. Ze gaan daar ‘iets’ maken dat, bovenop kinesitherapie voor alle duidelijkheid, het herstelproces kan helpen. Iets voor ’s nachts, en iets voor overdag.

Ik geef ze de naam marteltuigjes mee.

Iemand die je moet kennen

Wie moet ik nog voorstellen aan Frieda Klein? Een kleine tip: Nicci French… het duo, weet je wel…gaat er al een belletje rinkelen?

IMG_20180410_203057IMG_20180526_121322

8 jaar geleden leerde ik Frieda Klein kennen. Elk jaar een nieuw boek, tot nu, het laatste boek uit de reeks is verschenen. In één ruk lees ik het uit. Zoals elk ander boek uit de reeks trouwens. Voor mij moest het hierbij niet stoppen. Elke lente keek ik uit naar het vervolg, en reserveerde het boek al ruim voor het uitkwam.
Rode draad is Frieda Klein, een psychotherapeute, alleenstaand, graag thee drinkend met haar poes op de schoot aan de open haard. Klinkt misschien saai, maar buitenshuis is haar leven het allerminst. Door haar hulp bij een politieonderzoek komt ze zelf, en daarbij ook haar directe vrienden en familie, in de problemen. Psychologische spelletjes, spanning en onopgeloste moorden vormen het decor van deze psychologische thrillerreeks.

Een kind is verdwenen, nog meer vijanden dan eerst gedacht, een geheim leven, verstrikt in een web, oude klasgenoten, vriendschap wordt op de proef gesteld, buitensporig geweld, oh nee, de pers begint zich te moeien en de dag des oordeels. Heel kort samengevat 😊

Zoals de Volkskrant het benoemd, ze hebben met Frieda Klein een eigentijdse heldin geschapen!

Nog wat plaats in je koffer?

Liefde maakt blind

Wie van ons leeft op zo’n manier dat het leven zo vanzelf gaat dat het niet meer wordt beleefd?

Dat overkomt het hoofdpersonage in het boek ‘Peachez, een romance’ van Ilja Leonard Pfeijffer. De schrijver zelf ontmoette ik op Saint Amour, het jaarlijks valentijnnummertje van Behoud de Begeerte. Liefde, lust, romantiek en alles wat daarbij komt kijken. Ik ben er eigenlijk elk jaar bij. Schrijvers lezen voor uit eigen werk, dus zo leerde ik het hoofdpersonage uit deze roman al wat kennen. Latinist, een professor met een mooi curriculum, én toch ook vatbaar voor de liefde.

Wat begint met een onschuldige mail, gaat al gauw over in een soort van internetdating. En het doorsturen van een foto. En her en der wat lessen in latijn. En literatuur. En liefde. Tot het onvermijdelijke moment om mekaar te willen ontmoeten. En hoe liefde je leven kan veranderen, zodanig dat het ineens niet meer vanzelf gaat.

Een roman, en toch gebaseerd op een waar gebeurd verhaal. Dat maakt het bijna griezelig. Echte liefde is dan ook een beetje eng.

Alleen al voor een zin als deze is het boek het lezen waard:

‘ik vind het eerlijk gezegd een nogal beperkt en zelfzuchtig concept van liefde om haar te definiëren in termen van het rendement van een investering van gevoelens van genegenheid die zich in gelijke munt terugbetaalt. Wat zij mij heeft geleerd, is dat ware liefde veel altruïstischer is dan dat en dat geven in de liefde geen ander doel kent dan het geven zelf.’

Hoe schoon is dat!

 

Jordanië, meer dan een cultureel paradijs

Ok, je vindt er bijna geen pintje om te drinken, en neen, de hotels zijn niets in vergelijk met de resorts aan de Turkse Riviera, maar cultureel heeft Jordanië heel wat te bieden.

‘Als je naar Jordanië gaat, moet je Petra zien.’ Ik denk ook dat de meeste toeristen alleen al voor één blik op The Treasury, de meest gefotografeerde façade in de megagrote archeologische site dat Petra eigenlijk is, zich wagen naar een land dat buurlanden heeft zoals Saoedi Arabië, Israël en Syrië. Wij trouwens ook.

Na een wandeling van ongeveer één kilometer door wat ze noemen ‘the siq’, een soort canyon met breedtes tussen 3 en 12 meter (prachtig!!) vraagt de gids me: ‘do you believe in magic?’. En dan verschijnt een glimp van The Treasury, door het zonlicht een prachtig contrast met de schaduw van de Siq waar we ons nu nog bevinden. Kippenvel! Nog zo intact! Je nekt begeeft het bijna als je maar blijft staren naar dat 40-meter hoge wereldwonder uitgekapt uit zandsteen. En dat in de eerste eeuw voor Christus. Ongelooflijk.

 

P1090406
The Treasury

Je kan eigenlijk echt een week in Petra rondlopen. Alleen al de main trail kost je drie uur enkel! En dan kan je nog links en rechts uitwijken naar nog andere wonderen in deze archeologische site. Ik ben ferm onder de indruk. Er is een klein museum aan, dat duidelijk nog fors zal worden uitgebreid de volgende jaren. Oorspronkelijke bewoners waren de Nabataeans, experts in handel, handelroutes en duidelijk experts in water management, dat bewijst de dam (een tunnel van maar liefst 88 meter lengte) die ze gebouwd hebben om overstromingen tegen te gaan. Maar, nog belangrijker, bij de Nabataeans waren vrouwen gelijk aan mannen! Dorie, wat lees ik dat graag!

 

Nabataeans were more advanced than many cultures of their time and even more than many today’ lees je dan ook terecht in het museum.

Maar buiten Petra zijn er nog andere pareltjes. In Amman centrum heb je de Citadel, een archeologisch museum, en een amfitheater. Fijn om in rond te lopen.
Je hebt Mount Nebo, waar volgens gelovigen Mozes begraven ligt. En Madaba, waar je oude Byzantynse mozaïeken kan bekijken in Church George.
Je hebt woestijnkastelen van kruisvaarders, zoals Showbak, een goed intacte ruïne, met op de flanken nog allemaal ruïnes van de vele kleine dorpjes die er ooit bewoond werden.

Nog een van andere aard is de Dode Zee. Het laagste punt van de wereld, op -398m ten opzichte van de zeespiegel. Ja, een -. De meest zoute zee van de wereld, waar je niet onder kan gaan. En waar de modder van de bodem reinigend is. Dus nee, dat zijn geen duikers, dat zijn mensen vol klei. Dat moet ik ook proberen!

Dat Jordanië een pelgrimsoord is en een toeristenstek in wording, is duidelijk. De vele controles van politie, toeristenpolitie, de gepantserde wagens en de pick-ups met automatische wapens geven je soms wel een dubbel gevoel van veiligheid moet ik eerlijk toegeven. Desalniettemin een parel voor de cultuurfans onder ons.

Taxi’s in Amman

Een taxi van het hotel naar Amman City, Rainbow Street om exact te zijn, kost 3 JOD, Jordaanse Dinar. Daar kunnen we de 12 kilometer niet te voet voor doen. In Rainbow Street serveren ze volgens de boekskes de beste falafel. We snuiven de sfeer op in een lokaal theehuis, de meesten met een shisha erbij. Het is een moslimland, dus bier of wijn vind je hier moeilijk, alleen in de betere hotels (en in de liquor store in Aqaba). In Sofra, een gezellig restaurant, zit het stampvol. ‘Een half uurtje wachten’ maakt de barman ons duidelijk. Als de beroemde falafeltent streetfood blijkt, kiezen we toch voor dit restaurantje. We wachten wel.
En niet met spijt! Aubergines met yoghurt, hapjes met kaas, flat bread, homemade humus en een muntsapje… met een volle maag trekken we terug naar het hotel. Zo gezegd zo gedaan. We hadden gelezen dat je moet eisen dat de taxichauffeur de meter opzet, dus de eerste die dat niet wilde doen, lieten we al links liggen. Hij roept ons nog wel na als hij merkt dat we echt vastberaden zijn, maar we doen alsof we dat niet horen. Een straat verder stappen we in een taxi die ons mét meter naar Amman International Hotel zou brengen. Missie geslaagd! We zijn immers al ervaren reizigers, en laten ons niet zomaar uit ons loot slaan.

Even later…

We zitten al langer in de auto dan tijdens de heenrit, en herkennen nu helemaal niets meer rondom ons. De chauffeur kent ook geen Engels, het enige dat hij kent is ‘yes yes’, het antwoord op de vraag of hij ons hotel wel weet zijn. We hebben anders wel een naamkaartje van het hotel, en aan de achterkant staat in het Arabisch de plaatsbeschrijving. Als hij het kaartje op zijn kop begint te draaien, word ik zenuwachtig.

Nog even later…

‘are you sure you know the way?’ ‘yes yes’…. De meter staat ondertussen op 16 JOD en ik verlies mijn geduld. Uit gebrek aan kennis van de Arabische taal begin ik toch maar in t Engels mijn gedacht te zeggen, eigenlijk goed wetende dat hij er toch niets van verstaat. ‘stop the car’ dat lukt dan weer wel. Staan we dus 45 minuten na vertrek aan de andere kant van de stad, 5 JOD armer en nog niet bekan in de buurt van ons hotel blijkt.
De jongen van de viswinkel is vriendelijk, en probeert ons in zijn beste Engels te helpen. Hij gaat voor ons een taxi regelen. Voor 3 JOD, van hier naar hotel Amman International. Denken we. Nog 25 minuten verder staan we bijna terug aan Rainbow Street… ons geduld wordt echt op de proef gesteld. Volgens de website bestaat het hotel anders al 35 jaar…
De chauffeur weet niet beter dan te stoppen bij een ander hotel, en de weg te vragen, zo blijkt achteraf. Wij ondergaan het gewoon. Ook als de parkeerwachter in de auto stapt en de auto een paar meter verder rijdt; we staan in de weg. ‘I’m the parking guy’ zegt hij als hij onze blik opvangt.
Nog 25 minuten later…
Rijden we eindelijk de straat in van ons hotel! Eind goed al goed!

Als we de laatste dag wachten op de taxi om ons een laatste rit te gunnen naar de luchthaven, is het academisch kwartiertje voorbij als we toch maar vragen aan de receptie om te bellen naar de organisatie. Ze vinden het hotel misschien niet, lachen we. ’t Zou niet de eerste zijn!