Onweer in Bali

Bali is het tropisch paradijs. Volgens de brochures hebben ze werkelijk alles; een heilig apenbos op de beboste vulkaanflanken voor de dierenliefhebbers onder ons, prachtige koraalriffen voor de duikers, golven voor de surfers, hindoetempels voor de reizigers die eens een andere cultuur willen opsnuiven, en bovenal een warm klimaat, ook in het regenseizoen. Kortom, voor elk wat wils.
Komt erbij, je bent op slag miljonair! Ik had maar liefst 3600000 RP op zak! Echter, in onze munt nog geen 250 waard. Maar het idee eraan was toch plezant. Wat een pak biljetten!
En uiteraard wil ik meer zien dan enkel de prachtige tuin en het veel te warme zwembad van het hotel. Ik wil dat Monkey Forest zien! En die rijstvelden! En de zee! Op uitstap dus. Een privé gids (die zelfs Nederlands spreekt; Bali was tot niet lang geleden een kolonie van Nederland) mét chauffeur gaat met ons mee. Hij neemt ons mee in de cultuur van Bali, met hindoeïsme als belangrijkste godsdienst, en onderweg vertelt hij ons over de verschillende ambachten in Bali, zijnde zilverkunst (ingevoerd uit Borneo), schilderijen en houtsnijwerk. De belangrijkheid van de ceremonieën zet hij, zelf een hindoe, vaak in de verf. Dat ze een aantal keren per dag offeren aan de goden kan je trouwens niet missen, overal struikel je bijna over alle bakjes met bloemen, vers fruit, koekjes en snoep, waar vooral de plaatselijke fauna zich aan tegoed doet!


So far so good. Want, helaas, al dat moois van Bali heeft een keerzijde…

Files

Waar we geen rekening mee gehouden hebben, is dat álle toeristen een eigen gids en chauffeur krijgen; van zodra we de oprit van ons hotel afrijden, staan we stil. En een meter verder staan we nog eens stil. En eigenlijk staan we overal stil. Brommertjes razen ons links en rechts voorbij. De verplaatsingen gaan ongelooflijk traag. Het gaat er ook heel chaotisch aan toe, voorrangsregels kennen ze hier niet. Na een uitstap van maar liefst 11 uur, waarvan het merendeel in de auto zijn we kapot! En hebben we eigenlijk vanalles en niets gezien.

Moet er nog plastiek zijn

De uitgestrekte stranden met fantastische branding missen hun doel niet. Al van ver zie je de surfers de ene golf na de andere pakken, of missen. Nog vastgebonden aan hun bodyboard komen ze al dan niet half verzopen terug het strand opgekropen. En samen met hen speekt de zee met elke golf plastiek uit. Echt. Overal plastiek. De Balinezen staan zelf in voor de verwerking van hun afval; ze verbranden een deel, maar, ze gooien blijkbaar ook een heel deel gewoon in de rivier, en die mondt uit in de zee. Vooral tijdens het regenseizoen komt dit afval terug op het strand terecht… hier is duidelijk nog wat sensibilisatie nodig! Het is eigenlijk echt vies om tijdens het wandelen op het strand ineens een plastiek zakje tussen je tenen te krijgen. Tot daar de romantische strandwandeling.

Tourist trap, for us or for them? That’s the question

Bali, een paradijs, dat zich volop richt op het toerisme. Het ene resort naast het andere, met bars en toeristenwinkels all over. Iedereen probeert een plekje te veroveren in deze booming business. Ik vraag me af of er eigenlijk een verschil is tussen deze vorm van ‘moderne’ kolonisatie van toeristen en de vroegere kolonisatie van Nederland. Het is een risico, voor dit prachtige land mét actieve vulkaan, om economisch bijna volledig af te hangen van de toeristensector.

Bali, clean and green

Het moet gezegd, je ziet wel inspanningen. De lokale surfclubs harken het vuil op het strand bij elkaar dat opgehaald wordt door een bulldozer. Je hebt vuilbakken om te sorteren. Ik zie een reclamepaneel met een sensibiliseringsfilmpje om geen koraal te ‘plukken’. Maar, we zijn er nog lang niet. Bali, clean and green, ik wens het ze van harte toe!


Onze laatste avond worden we getrakteerd op een showspel van bliksem, donder en regen. Direct staan de straten blank. Krijgen we toch nog iets van het regenseizoen te zien!