Met de postboot naar de Noordkaap (deel 2)

Vardo

In Vardo is het al donker als we aanmeren, dus we kunnen enkel de Vardohus-vesting langs de buitenkant bezoeken. Wij lopen eens door de straten van het dorp, want aan kanonnen heb ik persoonlijk minder. Blijkbaar de enige vesting ter wereld die op 250 jaar tijd nooit een schot heeft gelost, behalve dan de vreugdesalvo’s om de zonneschijf te begroeten na een lange donkere wintertijd. Ik las in de gids dat hier ook de oudste boom van Noorwegen staat, een lijsterbes, deze periode van het jaar voorzichtig ingepakt om te overwinteren. Ik zal nog eens moeten terugkomen als het licht is, want ik heb hem niet gevonden. En dan terug naar de boot, om ’s avonds vanop het dek te speuren naar Noorderlicht. De volgende avond zal de verlossende melding komen van de crew dat het Noorderlicht zich eindelijk laat zien.

Hammerfest

Het is zondag als we aanmeren in Hammerfest, dus van de traditionele activiteit hier, shoppen, komt niet veel terecht. Ook de Ijsberenclub die hier gevestigd is, is dicht. Veel ohs en ahs bij de bezoekers. En die ijsberen? Die hebben we (gelukkig) ook niet in levende lijve gezien. We nemen hier afscheid van onze favoriete ober, die zijn stek hier heeft; die mag gaan genieten van zijn 22 dagen vrij.

De Vesteralen

Nog een excursie om naar uit te kijken. We bezoeken vandaag de Vesteralen per bus en met een ferry. Eerst komen we in Harstad, waar we een dienst bijwonen in de Trondenes Kerk, en het museum bezoeken. Ondanks het weer (het sneeuwt!) is het hier prachtig rijden. De omgeving is prachtig. We bezoeken The Blue City, beter gekend als Sortland. Vele mensen hier schilderen hun huizen blauw, ze zijn ondertussen hun naam waardig. Later op de dag trakteert de kapitein ons nog met een bezoek aan de Trollfjorden. Deze fjord is 2km lang, en maar 100m breed, het schip past er maar net tussen. En dat heen en terug, want de fjord loopt dood. Hier verdient volgens mij een kapitein zijn strepen, door het toch wel grote transportschip gedraaid te krijgen.

De Poolcirkel – deel 2 & Bronnoysund

En dan verlaten we het land van de Middernachtzon en de Poolnacht, en reizen terug de Poolcirkel onderdoor. Natuurlijk opnieuw met champagne, het blijft een magisch moment, en het is net mijn verjaardag, dus, schol, happy birthday to me, ik kan me geen betere plek bedenken om vandaag te zijn. Met de belofte dat ik nog terugkom, ik heb nog lang niet genoeg van dit land van lichtschakeringen, het land van de clair-obscur…

We stoppen nog in Bronnoysund vandaag, en krijgen een totaal onverwacht concert van Makalaus in de lokale kerk. Mooi om zien, hoe wij als toeristen van de Hurtigruten met crew de kerk volledig vullen, en een glimlach toveren op de enthousiaste muzikanten van Makalause Scouts. Ontroerend mooi.

(lees hier meer over Makalause: Makalaus Droom – KFUK-KFUM Global (kfuk-kfum-global.no)

Een dagje op zee vullen we in met thee drinken, afwisselend buiten op het overdekt dek, als lekker warm binnen in een gezellige zetel, en wat lezen en foto’s trekken van het steeds prachtige decor. Een praatje links of rechts, maar voor de rest hangt hier zo’n ongedwongen sfeer dat het gewoon zalig genieten is. Dus, veel sneller dan nodig zijn we terug in Bergen, al is het een leuk weerzien met mijn favoriete stad.

Terugkeer naar Bergen

En dan komt er plotseling nog een verrassing uit de bus, onze vlucht wijzigt weer, dus we hebben opnieuw een extra dag in Bergen. Dat nieuws komt als geroepen, want ik wil nog niet terug naar huis. We genieten intens van de stad, ondanks de grijze wolken.

Het mooie Bergen!

Met de postboot naar de Noordkaap ( de mooiste zeereis ter wereld)

Ik merkte het al op voorhand als ik het had over mijn reisplannen, voor veel mensen is de Hurtigruten nog onbekend. En, ik wil er nu niet teveel reclame voor maken, want het was er voor ons lekker rustig, maar dit is toch wel een hele leuke manier om de kust van Noorwegen te ontdekken, als ik al niet mag zeggen dé manier. Deze postboot vertrekt uit Bergen richting het Noorden helemaal tot Kirkenes, om dan terug zuidwaarts te varen. Bij elk van de 34 havens waar de postboot stopt, wordt de laadklep geopend, en gaan er transportgoederen in en uit, de ene keer al wat meer dan de andere. Ook ’s nachts vaart de postboot verder, maar de havens die je ’s nachts aandoet noordwaarts, doe je overdag als je terug naar het Zuiden meevaart. Maar echt, om elke dag de omgeving te zien veranderen, van groen naar ijs, van koud naar kouder, en dan laat de zon zich op een ochtend zien, wat een magisch moment!

Bergen, de stad tussen de zeven bergen

Maar we beginnen met een citytrip in Bergen. Door een wijziging van de vluchturen mogen we zelfs een dag eerder, dus we hebben een ruim weekend om deze zalige stad te ontdekken voor we aan boord gaan van onze postboot Nordnodge. En wat ben ik verliefd! Deze stad heeft alles! Van natuur tot cultuur tot een actief stadsleven. Unesco Werelderfgoed, kunst en verse vis, elke dag! Schoonheid in de vele kleine kunstgalerijen, musea bezoeken, verdwalen in Bryggen, en dan toch een Guinness kunnen drinken in een Irish Pub. Ok, hier wil ik komen wonen!

Aan boord van MS Nordnodge

De postboot wordt onze thuisbasis voor 11 dagen, dus nadat we onze kajuit hebben gevonden, gaan we op onderzoek uit. Ik had gelezen dat je tussen de locals reist, dus ik was benieuwd wie we hier allemaal zouden ontmoeten. Blijkt dat er veel Zweden werken, het loon is beter dan in hun thuisland, en hun taal trekt zo hard op het Noors dat ze makkelijk met elkaar kunnen communiceren. Twee vaarten op en af, en dan 22 dagen thuis. Klinkt me zo slecht nog niet. Qua reizigers komen we vooral Engelsen tegen, en wat Duitsers. Er gaat maar een vijfde van de capaciteit van de boot mee op deze tocht, dus plek zat voor iedereen. De postboot is geen cruise, je vindt er geen zwembaden of casino’s, maar uit eigen ervaring kan ik nu wel zeggen dat het dik in orde is. Lekker vers eten, elke dag, met keuze tussen vis, vlees of vegetarisch. Een bar waar je ’s avonds lekker in een stoel kan onderuitzakken en kan genieten van de deining. En geen chichi. Oef.

ons bootje

Urke & Alesund

Gezien we ’s avonds vertrekken, is het al donker als we Bergen achter ons laten en de eerste vissersdorpen zien we by night. ’s Morgens verwelkomen de eerste besneeuwde bergtoppen ons al, en de eerste huisjes met een grasdak laten zich zien. Prachtig is het hier! Het is middag als we in Urke aanmeren, een supercute klein dorpje waar we een deel van de middag kunnen doorbrengen.

Diezelfde avond meren we nog aan in Alesund, een charmante stad om in de schemer nog rond te kuieren. Volgens de reisgids een belangrijke vissersstad en ook een aangename winkelstad. Wat vooral opvalt, is hoe fjorden en bergen hier samenkomen in de oceaan. Is het deze combinatie die het hier in Noorwegen zo mystiek maakt? Ik ben alvast in de ban.

Het is winter, en dan doet de Hurtigruten de bekende Geirangerfjord niet aan. Je krijgt dan wel Urke in de plaats. Maar wat had ik nu gedacht, dat die bekende vogelbergen nu ook vol papegaaiduikers zou zitten? Oeps. Ik weet dus nu al dat ik nog eens moet terugkomen.

Trondheim

In Trondheim loopt de Nid-rivier, en vanop deze mogen we de stad van dichtbij gaan ontdekken, we bezoeken Trondheim per kayak. De houten stad. Dit was ooit de eerste hoofdstad van Noorwegen, toen nog genaamd Nidaros (de naam omdat de stad gelegen is bij de monding (=’os’) van de Nid-rivier). De beroemde Nidaros kathedraal, één van de grote Gotische gebouwen van Europa hebben we enkel vanop afstand gezien, maar een stad zien vanop het water is altijd een aanrader. Het weer zit niet zo mee vandaag, dus het grootste deel van de tocht kayakken we in de regen; dat kan de pret niet bederven.

De Poolcirkel & Bodo

En dan is er dat spannende moment, we kruisen de Poolcirkel, en komen in het land van de Middernachtzon. Het is winter, dus wij gaan vanaf nu eerder op zoek naar het Noorderlicht. De dag starten om 8u07 ’s morgens met champagne in de hand, er zijn slechtere manieren om de dag te beginnen. Diezelfde middag bezoeken we Bodo, en ja, er ligt sneeuw! Onze botinnen in de valies proppen was zeker geen slecht idee.

De Poolcirkel

Tromso (het Parijs van het Noorden)

Ook hier kijk ik erg naar uit. Tromso, een andere parel van Noorwegen. We hebben de ganse middag om die te bezoeken, en dat is nog te kort. Mijn lijstje van plaatsen waar ik nog eens terug naartoe wil wordt alsmaar langer. Deze stad is fantastisch. Wij bezoeken de lokale brouwerij en ontdekken een aantal stoutbieren; wat een gezellige kroeg!

De Noordkaap

En dan is het tijd voor het summum van de reis, de Noordkaap. We hebben ons ingeschreven voor de excursie, want op eigen houtje geraak je moeilijk op de Noordkaap vanuit de haven van Honningsvag, toch om op tijd terug aan boord te zijn. Samen op de bus, en door echt winterweer rijden we naar het meest Noordelijke punt van Europa. Hier zijn we echt op het einde van de wereld. En dat het daar prachtig is. We wisselen de koude wind van buiten af met de panoramahal, die in een berg in ingebouwd. Hier spelen ze een unieke voorstelling met een super-videograaf over de natuur en de seizoenen van Noordkaap. Ik voel me zo verbonden met de natuur dat ik er geëmotioneerd van ben. Hoe prachtig is dat hier! Ik denk terug aan het boek van Mark Eyskens Zinzoeken? heeft dat eigenlijk zin? en ook aan de bewoners van het Noorden, de Sami, die ik al eerder mocht ontmoeten in Lapland. Ontmoeting met de Sami cultuur in Lannavaara.

‘Hier sta ik dan op Noordkaap, op het uiterste punt van Finnmark, aan het einde van de wereld. Hier, waar de wereld eindigt, eindigt ook mijn nieuwsgierigheid en keer ik tevreden huiswaarts.’

Negri, 1664.

De Noordkaap

Kirkenes

En dan varen we door naar onze laatste stop voor we terug Zuidwaarts varen, Kirkenes, vlak aan de grens met Rusland. We hebben een voormiddag om deze stad te ontdekken, en ik wil graag wat meer van de Sami weten, dus we beslissen twee musea in de stad te bezoeken; het Grenselandmuseet en Saviomuseet. Er is een expeditieteam aan boord van het schip, dus elke stop krijg je een stadsmap mee, en geven ze je ook wat bezienswaardigheden mee. Deze musea zijn meer dan een aanrader. Vooral het kunstmuseum met werken van de Sami kunstenaar John Savio steelt mijn hart.

Kirkenes

En wat ben ik blij dat ik nog niet van de boot moet! We mogen nog mee Zuidwaarts, terug richting Bergen. En, de haventjes die we gemist hebben op weg naar het Noorden omdat we ze ’s nachts passeerden, komen nu wel aan bod. Op het programma: Vardo, Hammerfest, Harstad, Sortland en Bronnoysund. Dat lezen jullie volgende week!

Het eiland van César Manrique

Ik kende hem niet toen ik vertrok. Maar uiteindelijk is het eiland niet zo groot, dus als je een auto huurt en begint rond te toeren, duurt het niet lang of je komt wel iets van hem tegen. Laten we dus wat meer over de man en zijn thuisland te weten komen. Welkom in Lanzarote.

Een eiland dat dor en droog is, door de vele vulkanen die serieus huisgehouden hebben. Er is geen dier te bespeuren. En net daar is de ‘Vallei van de Duizend Palmbomen’, ja, het huis van onze kunstenaar blijkt. Een combinatie van architectuur, schilderkunst en beeldhouwen. Hij wordt als bouwadviseur een beetje de baas van het land, zet zijn stempel op verschillende manieren neer. Zo is bijna geen gebouw hoger dan vier verdiepingen. Op de vele ronde punten vind je werken van hem terug. En hij ontwierp verschillende te bezoeken sites waar kunst met natuur verbonden is. Want daar gaat het hem allemaal over, Lanzarote in zijn eenvoud en natuurlijkheid behouden, en niet laten overspoelen door massatoerisme. Eerbied voor de natuur hebben. Heel Lanzarote is een kunstwerk op zich.

Er is een foundation opgericht in zijn vorige woning, gebouwd op een lavastroom. De natuur kan niet letterlijker in je woning binnenstromen. Hij woonde prachtig, dat moet gezegd. Volgens de foto’s en informatie een echte levensgenieter. Hij inspireert me.

We bezoeken meerdere trekpleisters op het eiland, en meestal heeft het wel iets met hem te maken. Zo ontwierp hij het restaurant in het Nationaal Park Timanfaya, waar je met een bus tussen de kraters van de vulkanen rijdt en ontdekt welke warme kracht de aarde daar nog steeds heeft. Het meest noordelijke punt van het eiland heeft Mirador Del Rio met een prachtig (maar winderig) uitzicht op het eilandje La Graciosa, en ook een gebouw dat ontworpen is door, jawel, onze kunstenaar. Vergeet de grotten niet, Jameos Del Agua, een extra rustgevende plek, en tevens een prachtig verwerkt decor.

Je zou daarbij vergeten dat er nog andere pareltjes geschiedenis geschreven hebben op Lanzarote, zoals José Saramago. Deze Portugese schrijver woonde en schreef de laatste jaren van zijn leven op het eiland, en zijn huis dat je mits reservatie en met een gids kan bezoeken, is zo de moeite. Er staat misschien wel de enige olijfboom die je op dit eiland kan vinden. Maar buiten dat, zijn bibliotheek is zo indrukwekkend! En, hij woonde al in Lanzarote toen hij de Nobelprijs in ontvangst mocht nemen, dus voor de locals hij is echt wel ‘one of the guys’.

En dat het noodlot soms toeslaat; twee weken voor deze twee briljante heren elkaar kunnen ontmoeten, komt César Manrique om het leven bij een auto-ongeluk. We zullen nooit weten wat had kunnen ontstaan als ze die geplande babbel wel hadden gehad. Zo jammer.

Dit maakt Lanzarote de moeite om eens te bezoeken: het mooie zomerweer als het bij ons nog winter is, lekkere tapas aan zee, en dan de hoeveelheid cultuur die je kan opsnuiven op dit kleine eilandje van de Canarische Eilanden. Zonder dat we allemaal tegelijk gaan dan; dat zou César Manrique niet gewild hebben. Amen.

Citytrippen in Pest en Boeda     

Op het to do lijstje: zeker een badhuis, daar is de stad immers voor bekend; een museum, nog te kiezen het welke, een boottochtje op de Donau en lekker eten en drinken. We hebben een midweek om het allemaal af te vinken, dat moet lukken! En ok, niet alles is gelopen zoals gepland, maar dat we ons geamuseerd hebben en de slappe lach hebben gehad? Hell yeah!

De vlucht en transfer verlopen prima. Buiten de extra administratieve rompslomp op voorhand, komen we zonder problemen in de hoofdstad en tevens grootste stad van Hongarije aan. Efkes inchecken, en dan op zoek naar een leuk eettentje. Gelukkig voor Maya hadden we net op tijd door dat deze wachtrij voor een fusion restaurant was, en niet voor het naastgelegen burgerrestaurant, anders had ze mee Grilled Eggplant kunnen eten. De burgerzaak bleek dan nog dicht te zijn ook. Het iets verder gelegen restaurant ‘Pizza & Wine’ biedt de oplossing.

De kerstversiering hangt er nog, en dat maakt Pest extra gezellig. Het is, voor een stadscentrum, rustig, dus we kuieren lekker rond, ontdekken waarom de stad ook ‘Parijs van het oosten’ genoemd wordt, en we zien Budapest Eye. En ja, een bezoekje aan het Hard Rock Café mag niet ontbreken. Krijgt Maya toch nog haar burger.

Een stad kan je zo leuk ontdekken via de Hop-on-Hop-off bus. Je krijgt op korte tijd een zicht op waar de bezienswaardigheden zich bevinden en je kan overal op- en afstappen. De ticketjes hiervoor, en ook die voor Thermen Széchenyi Baths, kunnen we kopen aan de receptie van ons hotel, Soho Boutique. Met onze bikini in de rugzak richting City Park. Ik wil vooral op zoek naar het standbeeld van The Unknown Chronicler met de naam Anonymus, dat ergens in dat park te vinden moet zijn. De legende zegt dat als je zijn pen aanraakt, je ook de vaardigheden van schrijven en inspiratie krijgt. Ik weet al niet meer waar ik het gelezen heb, maar blijkbaar heeft Rowling de pen ook aangeraakt, de rest is geschiedenis. Op zoek naar het beeld dus!

Maar eerst, het badhuis! Die Széchenyi Baths zijn de grootste, met 3 buiten- en 15 binnenzwembaden, met allemaal andere temperaturen. De baden zouden medicinaal zijn, met vooral veel mineralen en geen of een minimum aan chloor, en dus kunnen ze dienen tegen allerlei kwaaltjes. En al ben ik echt voor sauna en bubbelbaden, dit is geen plek voor mij. Het is er druk, ik vind het er niet proper, en sommige koppeltjes zitten echt wel dicht op elkaar. We zoeken dus een plekje in een van de 18 baden, maar vriezen ondertussen uit ons vel. En uiteraard, het bad met het minste volk is dan ook maar 20°C. Rap erin en eruit dan maar. Hilarisch wel!

Het grootste badhuis van Europa

Het ticket voor de Hop-on-Hop-off bus bevat ook een cruise op de rivier tussen Pest en Boeda. Een stad zien vanop het water geeft toch altijd wat een andere dimensie. En ja, het parlement laat zich prachtig zien op de oever van de Donau. Boedapest is ook bekend voor zijn grote markhallen, de grootste is Nagycsamok. Beneden veel kraampjes met vis, vlees, groenten en de typische paprikapoeders, en boven meer de toeristische kraampjes met vooral veel matroesjkas en tafellakens.

Een museum moeten we nog doen! We stappen het Hungarian National Museum binnen, met het idee dat we het Hongaars Natuurhistorisch Museum bezoeken. Meestal werkt Google Maps goed, maar soms zet het je dus wel op het verkeerde been. Geen dino’s dus, wel de geschiedenis van Hongarije. Hilarisch momentje opnieuw.

Als afsluiter van onze trip bezoeken we nog de bekende cakeshop, Gerbeaud. Wow! Precies High Tea in een prachtig decor. De zon doet de rest, we nemen met prachtig winterweer afscheid van deze stad.  

Hiken in Irschen

We hadden anders iets meer tropisch in gedachten. De Europese kaart kleurde terug groen voor de eerste keer, dus we boekten een trip in Europa, maar wel overzee. Martinique. Een fly & drive. We vonden onszelf erg creatief, we zouden reizen in Europa, maar toch naar de Caraïben kunnen. Tja. Tegen we kunnen vertrekken zegt de luchtvaartmaatschappij het zelf af, donkerrood kleurt het gebied, en toeristen zijn niet langer welkom. Het pakket blijft staan voor een andere keer. Maar wij willen met vakantie, deze keer willen we niet wachten op postcoronatijd. Het wordt Oostenrijk, met de auto, en met Reynaert.

Na wat tips van mijn lieve vriendinnen (tevens Oostenrijkkenners) kiezen we een hondvriendelijk hotel. Wandelen en nadien beentjes onder de tafel, dat lijkt ons wel iets. Landhof Irschen voldoet aan alle voorwaarden. Een tussenstop in München breekt de heenreis in twee. Gelukkig, want het is een stevige trip.

Uitzicht van op ons terras in Landhof Irschen

En we hebben al snel een routine. ’s Morgens eerst Reynaert eten geven en efkes buitenlaten, en dan is er koffie! De eerste dagen verkennen we kruiden- en bloemendorp Irschen en omgeving, nadien pakken we de auto meer de bergen in om van daaruit een wandeling te starten. De routes zijn wel efkes wennen. Niks is hier plat, alleen omhoog om later weer naar beneden te gaan, of andersom. En dat zowel te voet, maar ook met de auto. Soms hebben we padjes die precies enkel voor 4X4 voertuigen zijn voorbestemd, en onder die categorie valt onze auto niet. Onze GPS vraagt of we zeker zijn dat we de routebegeleiding willen starten, met een icoontje bij waarbij een auto de ravijn in stort. Slik. Maar goed, we komen overal, en nergens. Prachtig is het hier. Wat een uitzichten!

Wat ons een beetje tegenzit, is de taal. We kunnen geen van beide echt goed Duits, en de Oostenrijkers kunnen niets anders. Het zou een tiktok filmpje waard zijn om ons te zien vertellen met handen en voeten (en mét geluid) dat we tijdens een wandeling voorbij loslopende paarden moesten, die met 5 naast elkaar de doorgang blokkeerden. Wat was paard nu weer in het Duits? We leren dat het soms helpt om gewoon ons Antwerps dialect te gebruiken, daar komen we al een hele stap mee vooruit.

Elke dag de bergen in, om ons nadien culinair te laten verwennen, al dan niet na een (ijskoude) plons in de zwemvijver aan ons hotel om af te koelen van de inspanningen. Na twee weken zon wordt het hier bewolkt. Tijd om naar huis te gaan. Een lange rit terug, met een tussenstop in Frankfurt deze keer. Ik moet het toegeven, de bergen hebben iets mystiek. Misschien toch eens op wintervakantie gaan?

Schrijfretraite in San Severino

We zijn februari 2020.

Ik had me, na een tip van een lieve vriendin, ingeschreven voor een schrijfweek. Ik wil al lang een boek schrijven en kom er thuis precies niet toe. Ideeën genoeg, maar de structuur ontbreekt me om eraan te beginnen. Dan roepen we toch hulp in! En jawel, in mei nog hetzelfde jaar zou ik afreizen naar Epidavros, en daar een aantal andere mensen ontmoeten die me zeker zouden kunnen helpen met mijn project.

Mijn plan was duidelijk. De schrijfdocente Bettina Drion gaat mee, met toch al een aantal romans op haar palmares, zij gaat me tips & tricks geven om dit ooit tot een goed einde te brengen. Ik weet ook wel dat ik een boek niet op één week schrijf, dus ik hou de eerste twee maanden van volgend jaar vrij voor de afwerking. Dat doe ik, na overleg met het thuisfront, dichter bij huis, in de Ardennen. Ik regel alvast het verblijf. Dromen worden waar.

Wisten we veel dat Corona hier een hele grote stok zou tussensteken. Want mei blijkt ineens niet haalbaar. Juni ook niet. Een tweede lockdown die ook de planning van het najaar bepaalt. Er wordt niet gevlogen, zo simpel is het. Het virus hakt er zo hard in, dat ook mijn plannen voor de Ardennen teruggeschroefd worden van 2 maanden naar 3 weken (Mijn persoonlijke quarantaine). Daar gaat mijn plan.

Dat mensen niet stilzitten tijdens zo’n crisis en dat het ook opportuniteiten met zich meebrengt, bewijzen Celeste en Anja. Een jaar na inschrijving krijg ik een eerste voorzichtige mail waarin ze polsen of Italië ook goed is als retraite plaats. Ze koesteren al langer de droom om een eigen plek te hebben, en vinden hun stek in San Severino. Ver weg van Griekenland. Maar ver genoeg van huis ook, dus wat maakt het mij uit, eerlijk, als ik maar kan vliegen naar een mooie inspirerende plaats. De bijgevoegde foto’s in hun mail spreken boekdelen. Griekenland komt wel een andere keer.

Het is nog even bang afwachten, maar in augustus is het dan eindelijk zo ver. 1,5 jaar na inschrijving vertrek ik, blijkbaar met 4 anderen uit Nederland, ergens naar het midden van de laars. Het thuisfront ondergaat jaloers hoe ik enthousiast wat zomerspullen (inclusief bikini) in mijn koffer gooi.

Bettina, onze schrijfcoach, herken ik al op de luchthaven in Rotterdam. Ze stapt net weg van check-in als ik er toe kom. De anderen, Gerda, Yvonne en Britta, ontmoet ik later aan de gate. Allemaal minstens 15 jaar ouder dan mij, maar de sfeer zit direct goed, en ook tijdens de week zal blijken wat een hechte groep we zijn, een steun en toeverlaat voor elkaar. Een warme ontvangst door Celeste en Anja in San Severino. (meer over hun activiteiten en exacte locatie: https://artisagreece.org/nl/onze-nieuwe-plek-in-italie/) De week verloopt ontspannen tussen de hoofdpersonages, een stiltewandeling, voorleesavonden, perspectieven, een individueel consult en verhaallijnen door. Met ’s morgens yoga om de dag goed te starten, de dagelijkse regelmatige afkoelmomenten in het zwembad en de creatieve vegetarische schotels van Celeste vliegt de schrijfweek voorbij. Het is een luxe retraite! Doe daar nog een bezoekje aan Tolentino en Porto Recanati bij, en deze schrijfweek kan niet meer stuk.

Met mijn storyboard op zak, en brokje 1 geschreven, nagelezen en herwerkt te hebben, ga ik met een voldaan gevoel naar huis. De kop is eraf.

Sicilië is…

Verdwalen in Erice; City of Love and Science;

In diezelfde stad uitschuiven op oude Romeinse stenen;

Grillo (lekkere witte wijn van de druif Grillo) drinken op het strand;

De ‘Scala dei Turchi’ beklimmen naar het einde van de wereld;

Urenlang genieten met zicht op zee.

Een van de mooiste reizen die ik al maakte binnen Europa is een roadtrip door Sicilië. Geen files (wel veel wegenwerken), veel olijfbomen en druiven, citroen- en appelsienbomen, en culinair! Niet te doen! Het is echt het hoofdstuk Eat uit ‘Eat Love Pray’ van Elizabeth Gilbert, in Italië, daar kan je lekker en vers eten! Echt een topreis!

Natuurlijk gaan we niet alleen om te eten. We willen ook cultuur opsnuiven. Sicilië is op dat gebied ook de place to be. Met onze Citroën C1 is alles bereikbaar. We starten in Trapani. De oude stad heeft steegjes, grote oude houten poorten en horeca, en komt uit op een prachtig strand. Wij gingen in de maand mei, en dan ben je nog voor de grote toeristische rush. Hoe heerlijk om hier overal te slenteren, we gaan instant een tempo lager. Met de auto ben je direct uit de stad, en zie je niet anders dan bergen, bossen, zee, prachtige uitzichten en wijngaarden. Erice, City of Love and Science, is makkelijk te bereiken. Een historische stad waar veel nog dateert uit de middeleeuwen, trappen, kastelen en oude gebouwen, kortom, deze stad is een aanrader!

In Porto Empedocle, onze volgende stop, kan je de Scala dei Turchi op. Door weer en wind is een natuurlijke trap uit een soort witte kalksteen ontstaan. Het is ongelooflijk. Eenmaal ik boven ben, sta ik werkelijk verstomd wat ik zie, en ik vind dat ik nu toch al wel wat mooie dingen gezien heb. Dit is werkelijk ‘ridiculously beautiful’! Echt een plaats waar je stil van wordt en tot de essentie komt. We hebben deze reis nogal wat gefilosofeerd!

Iets wat je niet mag overslagen als je hier bent, is Valle Dei Templi, in Agrigento. Vallei van de tempels. En dat mag je redelijk letterlijk nemen. Dat is werkelijk een prachtig domein vol cultuur, niet alleen tempels, maar ook necropolissen, graven en stadsmuren. Groot dat het is! Trouwens Unesco Werelderfgoed. Wij maar zoeken naar het Archeologisch Museum, blijkt dit nog buiten het domein te liggen.

Siracusa, nog zo’n stad die je moet zien. Dit is de stad van Archimedes, die in zijn bad EUREKA riep, sindsdien leren wij op school over de Wet van Archimedes. Ruïnes van een amfitheater en een Greek Theatre tot het grote oor van Dionysius. De ruïnes gaan gewoon door tot in de oude stad, waar je in een visserstadje komt, met extreem lekkere verse vis op zo’n mega gezellige terrasjes! Een marktje staat er, en je komt dan voorbij Tempio Di Apollo. Ik vind de combinatie de max! Wij drinken vandaag de dag nog altijd Nero D’Avola, en denken dan terug aan deze reis! Weet je nog?

En groots op Sicilië is natuurlijk de Etna. En, blijkt dat we altijd een goede timing hebben (in Porto waren we tijdens UEFA Nation League: Porto en hooligans), want de dag dat wij de Etna willen bezoeken, is alles afgesloten voor de Giro. Ok, we komen morgen wel terug. Het is echt een reis die aanvoelt alsof we alle tijd van de wereld hebben. We bezoeken Taormina en Zafferana Etnea in afwachting van de top van de Etna, gezellige stadjes, vooral Taormina heeft charme met al zijn trappen en nieuwe asfalt. Het is trouwens een echte winkelstad, en de horeca geniet er mee van. Wij ook. Zafferana heeft een gezellig pleintje tussen de Etna en de zee, met een prachtig uitzicht.

De vulkaan Etna is nog steeds actief, en als wij er zijn nog net iets actiever. Vlak voor we vertrokken barst hij nog uit, dus ze zijn extra voorzichtig om ons naar boven te laten gaan. Een ticketje is ook niet goedkoop, maar goed, een vulkaan doe je dan ook niet elke dag. Eerst met de kabelbaan, en dan nog met busjes verder tot op een hoogte van 2800m. Onder begeleiding van gidsen lopen we rond op nog warme lava, precies een wandeling op mars. Je ziet de sporen van de lava op de flanken van de Etna, maar ook de vele druiven voor de lekkere Etna wijn!

Onze rondreis zit erop. Rest ons enkel de hoofdstad Palermo te doen, dat wordt nog eens een citytrippeke!

P1060666

 

 

Porto en hooligans

P1010968Mijn frank had eigenlijk al moeten vallen op het vliegtuig. We moesten wachten op de vlucht vanuit Manchester, aangezien zij het grootste deel van onze passagiers waren richting Porto. Toen zag ik het nog niet aan hun uiterlijk. Allemaal jonge (en minder jonge) mannen stapten op. Toen nog met niet zo heel veel lawaai. Ik denk echt dat ik de enige vrouw aan boord was.

De brochures beloven ons een betoverende vallei, een als Werelderfgoed erkend cultuurlandschap, makkelijk te ontdekken met de auto. De Douro-vallei bezoek je best vanuit verschillende Quintas midden in de natuur, wel telkens ver weg van alles. Spijtig ook wel kouder dan verwacht, en nat. De locals benoemen het klimaat hier als ‘9 maanden winter, en dan 3 maanden hel’. Dat had ik nergens in een boekske gelezen. Maar goed, dat kan onze vakantiepret niet bederven, we zoeken een restaurantje in de buurt, drinken lokale wijn en pizza met champignons uit blik. Gelukkig is de wijn lekker, én goedkoop. Het kan erger.

Geen weer om in de tuin te hangen, dus dan maar op stap. We rijden naar Pinhel, richting de grens met Spanje, en bezoeken het kasteel van Rodrigo. Allemaal kleine dorpjes, veel fruitbomen, valleien met druiven voor alle Porto die ze hier maken, en veel bochtenwerk met onze Clio! Hoe dichter bij de grens, hoe meer het landschap verandert van druiven naar olijven, fruitbomen worden naaldbomen. De dag vliegt voorbij. Het is hier prachtig, en achter elke bocht kan de zon je ineens verbazen. Het weer is hier even wisselvallig als afwisselend.

We kunnen natuurlijk Porto niet overslaan tijdens onze trip. En met een voorspelling van 100% regen, kunnen we maar beter een portohuis bezoeken. Calem. Nog nooit van gehoord, maar lekker! Terwijl wij lunchen (echt hele lekkere vis, Porto is echt culinair!), raast storm Michael over Porto. Mensen wordt gevraagd om binnen te blijven. Tegen de namiddag is het ergste voorbij, en trekken we de stad in. En weer of geen weer, hier zie ik het, de eerste blote Engelse lijven. Wist ik veel dat het UEFA Nations League was. Engeland, Zwitserland en Nederland, allemaal goed vertegenwoordigd hier. Geeft het charmante stadje Porto toch een andere dimensie, zo met al de plastieken bekers, geroep en vals zingen, en goed bewapende politie die op het punt staat om in te grijpen.

Als we de oude hoofdstad van Portugal bezoeken, komen we ze helaas weer tegen. Wist ik veel dat Engeland en Zwitserland net vandaag voor de 3e plaats spelen in Guimaraes. Winkels zijn toe, overal kraampjes met, jawel, plastieken bekers. Het contrast kon niet groter zijn toen een net getrouwd koppel de kerk uitkwam, en op het plein begroet werd door zatte Engelsen in jawel, bloot bovenlijf.

Op zoek naar een ander pareltje. Van Peneda naar het nationaal park Geres. En dan naar Ponte de Lima, een oude brug uit het tijdperk van de Romeinen. Je komt hier trouwens voorbij als je de route Santiago de Compostela loopt. Een markt, een gezellige drukte, een harmonie die speelt. Geen voetbal vandaag, maar een feestdag. Lucky us!

En ja, Portugal is gewonnen.

Als ’t kind maar ne naam heeft

Noem het deconnecteren, onthaasten, vertragen of ontstressen…of gewoon vakantie?

Een weekje connectie maken met het bos, en niet met de wifi, ’t is eens wat anders.
En of doet het me goed! Ik heb al heimwee nog voor ik terug naar huis vertrek!
Ik heb echt wel iets van band met de natuur, zelfs al woon ik in het centrum van de stad.

Deze keer hadden we een huisje gezocht, midden in het bos en waar we zelf konden kokkerellen. De hond was mee, dus een hotel is dan al minder evident. En een week buffetten… been there, done that!

Na uren surfen op het net komen we terecht op Kölliger Muhle, in Köllig, Duitsland.
Niet te ver met de auto en toch ver weg van huis. En, dat er een ezel staat, en ook geiten, en dat vlakbij een rivier, maakt dat we onze keuze snel gemaakt hebben.

We zitten midden in het bos, dus we moeten niet ver van ons huisje lopen voor we niets of niemand meer zien of tegenkomen. Een wandelkaart hebben we niet maar ah, we gaan ook maar gewoon een rondje lopen. Een paar uur later lopen we nog door het bos, en hebben we geen idee waar we zijn, en hoe we terug moeten. Net als Hans en Grietje in het bos. Zonder broodkruimels.
De volgende dag doen we, ondanks dat het niet de bedoeling was, net hetzelfde. Alleen word ik er nu echt ongemakkelijk van. We moeten spaarzaam zijn met ons water, want t is bijna op, en we zijn echt verdwaald! We volgen een bordje ‘Eifelverein’ en ook ‘Monreal’, maar dit gaat eigenlijk overal en nergens naartoe. Dorie, ook geen wifi in het bos! Zelfs geen connectie om iemand te bellen! En het bos zegt ook niks. Zo klein dat we zijn als mensje in vergelijk met de krachten van de natuur. Hoe ironisch eigenlijk, dat connectie maken met het bos!

Is dat nu avontuur? Of eerder uit je comfortzone treden? Verdwalen in het bos lijkt zo sprookjesachtig, en toch wat beangstigend. Blijkt trouwens dat de steen met ‘Monreal’ op een teken is van de bedevaartsroute die daar loopt, een stukje camino op weg naar Santiago de Compostella. En Eifelverein is daar overal, dat is geen wandelpad in een rondje. Uiteindelijk moet je altijd terug van waar je komt. De broodkruimels volgen.

De vraag is altijd maar hoeveel tijd je nodig hebt om volledig te deconnecteren. Zelfs zonder wifi. Want na een weekje zit onze onthaasttijd erop. En gaan we terug connecteren. Met wifi. Met het dagelijkse leven en de daarbij horende sleur. En wat gaat dat verrassend gemakkelijk! Op dus naar de volgende bestemming! Of, verder zoeken naar dé oplossing om thuis tijdens werk en alle onvermijdelijke verplichtingen daarbij makkelijker de knop eens te kunnen omdraaien. Blijft een uitdaging.

P1100072
de rivier Elz in Köllig (berekoud :-))

Parels uit Mallorca

We hebben rust nodig. Want we zijn moe. En doen we dus wat veel Belgen doen, een reis boeken. Geen culturele rondreis deze keer, niet te ver vliegen, en comfort is belangrijk! Dus, een all-in, naar een niet al te verre bestemming. Het wordt Mallorca. Vlucht + hotel + transfer inbegrepen, en eigenlijk al je eten en drinken tussen 7u30 en 24u ook. Das makkelijk.
We vertrekken vanuit Deurne, wat een luxe! Dicht bij huis, kleinschalig, niet teveel volk, en één vliegtuig met de keer. Ontspannend. Minder ontspannend zijn de kinderen die ofwel joelend van enthousiasme ofwel krijsend van vermoeidheid de rust op en rond het vliegtuig saboteren… maar goed, ’t is niet ver. De staking van de Franse verkeersleiders maakt het net iets langer dan normaal, maar 40 minuten langer wachten om in een **** resort terecht te komen… ach, je hoort ons niet klagen (alé, een beetje dan).

Ik kan niet tellen hoeveel bussen er staan bij de aankomst op de luchthaven in Playa de Mallorca. Als kuddedieren worden we opgewacht en op de bus geladen tot die vol zit, met valiezen en met reizigers, en jawel, met de nog steeds krijsende of gillende kinderen (nee, dat mag niet, zo stampen tegen de stoel hiervoor, dat is niet aangenaam voor die mevrouw. Alsof het dat kind wat kan schelen.)

De kamer is groot! Ons terras met uitzicht op strand en zee ook! Op de bovenste verdieping. Kamer 812. Wow! Room with a view. Buffetten ’s morgens, ’s middags en ‘s avonds dik in orde! Veel keuze, lekker eten, beetje minder lekkere wijn (maar op dit gebied zijn we veel gewoon) en tussendoor snacks à volonté. Gezellige bar aan de voorkant van het hotel, met super coupekes cava!

We willen die plastieken bekertjes van het zwembad niet, dus we schaffen ons een herbruikbaar bekertje aan. Ik raap ook geregeld de weggevlogen plastieken bekertjes op en gooi ze in de vuilbak (oorspronkelijke eigenaars: voel je aangesproken!). We zijn niet zo’n zonnekloppers, dus lachen alleen eens met de mensen die ’s morgens al hun handdoeken op de strandstoel gaan leggen en hem heel de dag bezet houden, ook al zitten ze de helft van de tijd met de beentjes ergens onder tafel (o ja, de handdoek wordt zelfs met speciale handdoekspelden vastgezet, zodat hij niet kan gaan waaien 😊, ik wist zelfs niet dat zoiets bestond). En wij eten ons bordje (meestal) helemaal leeg, en gaan bord per bord halen als we nog iets willen, niet zoals sommige niet te noemen nationaliteiten hun ganse tafel al overladen met borden met vanalles en nog wat (ze zouden het buffet eens niet moeten bijvullen) en meer dan de helft dan laten weggooien.

En dan de dagdagelijkse activiteiten van een all-in hotel… Van ’s morgens al leuren de animatoren met hun mattekes voor de yogaclass of stretching, of ze proberen je te overtuigen met een soort plastieken worst voor de aquagym, een crazy game (dan komen ze af met een bal, we hebben nooit ontdekt wat dit spel nu eigenlijk inhoudt) en dan de zumba in bikini… ’s avonds is het dan, na de kinderdisco, bingo avond, of fashionshow (met hotelgasten wel te verstaan), dan disco, de volgende dag een optreden van een coverbandje (ok, dat valt nog mee) en dan het ergste wat ze kunnen doen, een karaoke. Wat een kabaal. Dan liever een te betalen cocktail in het dorpke.

Een rustvakantie, dus eigenlijk hebben we buiten Cales de Mallorca niet zoveel van Mallorca gezien. En eerlijk, na een week hebben we deze formule eigenlijk wel gehad. Volgende keer wordt dus terug iets alternatiever of avontuurlijker!