Optimisten, kom uit de kast! (maar blijf in uw kot)

Vandaag hebben we er zoveel belang bij. Om optimistisch te zijn. Om de moed te houden, en te geloven dat er een tijd na Corona komt die ook nog de moeite waard is. En laat dat nu net het onderwerp zijn waar ik me op verschillende manieren in aan het verdiepen ben: Optimisme.

Ik ben student psychologie aan de Open Universiteit, en ik schrijf dit jaar mijn thesis. Die kadert in een ruim onderzoeksproject ‘Zelf mogelijkheden voor persoonlijke groei en professionele ontwikkeling scheppen’. Bingo! Ik ben zelf altijd op zoek om mezelf te verbeteren, persoonlijke ontwikkeling is immers een van mijn kernwaarden, en daarnaast probeer ik via coaching anderen ook te stimuleren om zelf achter het stuur te (blijven) zitten van hun loopbaan, en hun leven. Dit vraagt voor de meesten onder ons toch wel wat effort. Daar zijn heel wat oefeningen voor, om te ontdekken wat je talenten zijn, wat je belangrijk vindt, wat op deze moment in je leven bepalend is enzovoort. Maar zelfs met al deze oefeningen moet je er natuurlijk nog wel zelf aan beginnen. De consumptiemaatschappij en de gouden kooi zijn hardnekkige tegenspelers.

Terug naar mijn thesis. Een van mijn variabelen waar ik rond ga werken is optimisme. Ik durf mezelf best een optimist noemen. Ik sta over het algemeen positief in het leven, en mijn glas is meestal wel halfvol. Het bewijs, ik ben Enneagram type 7, ‘de optimist’. Enthousiast, spontaan, toekomst georiënteerd en avontuurlijk. Check. Wat me dan intrigeert, is hoe je van een pessimist (of cynist), een optimist kan maken. Tijdens de literatuurstudie die ik al deed rond het onderwerp, van wetenschappelijke artikels tot de zelfhulpboekjes, blijkt dat optimisme aan te leren is. En, als ook al bewezen is dat optimisme leidt tot verhoogde motivatie en een betere gezondheid en prestaties, waarom gaan we daar niet allemaal mee aan de slag?

gelukIk nam er het boek ‘Word Optimist’ van Leo Bormans bij om wat concrete tips bij elkaar te zoeken. Een eerste zin die bij mij bleef hangen: ‘wij zijn goed in hebben, maar niet in zijn’. Tja, de consumptiemaatschappij heeft ons in haar greep; wij denken ons geluk te kopen met spulletjes. Een nieuwe jas of een grotere auto, en dan ga ik gelukkiger zijn. Not. Of alé, we denken dat voor een aantal weken. Het is misschien hét moment vandaag om wat te bezinnen, en je af te vragen welk leven je echt wil leven. Er komt immers een tijd na corona ook, en dan kan en mag je terug kiezen voor jezelf wat je wil doen of niet wil doen. Kies je echt terug bewust voor de ratrace?

Een tweede: Gezonde mensen zijn niet noodzakelijk gelukkiger. Maar wel omgekeerd, gelukkige, optimistische mensen zijn vaker gezond. Alle belang bij dus om meer optimistisch te worden, rechtstreeks draagt dit bij aan je gezondheid!

Een makkelijke maar oh zo’n moeilijke: zeg eens goeiedag tegen iedereen die je op straat tegenkomt. Mijn ervaring is, dat dit tijdens deze coronatijden meer gebeurt dan anders? En, ik krijg meestal toch een goeiedag terug. Nog een makkelijke: lach. Ja, gewoon lachen. Niks moeilijk aan, toch?

De slechtste raadgever is angst, en die is nu zo aanwezig tijdens deze tijden. Focus op de positieve dingen om nog meer positieve dingen te zien. What you focus on, is what you get.

Maar hey, deze voorstellen zijn een aanbeveling om je in beweging te krijgen, maar geen verplichting. Zoals professor Mariano Rojas het zegt in het boek ‘The World Book of Happiness’, er zijn geen sancties bij verzuim, maar wie verzuimt, heeft daar meestal spijt van.

Optimisme werkt als een virus, misschien krijgen we daar corona wel mee klein!

De Routinoloog

Ik wil ook een routinoloog zijn! Dit na het lezen van het boekje ‘Je tweede leven begint als je begrijpt dat je er maar één hebt’, van Raphaëlle Giordano. Zou het familie zijn van die andere Giordano?

Oorspronkelijk Frans: ‘Ta deuxième vie commence quand tu comprends que tu n’en as qu’une’. Ik ken het via een goede vriendin van mij, want zij wees het me op de luchthaven op weg naar Zuid-Afrika (lees hier mijn blog Hakuna Matata.) ‘Net als coaching’, zei ze. Bedankt Caroline, ik heb het met plezier gelezen! 🙂

je tweede levenIk ben vóór positieve psychologie, en dit boek is er een voorbeeld van. Op een positieve manier tot verandering komen, niet door af te straffen wat niet mag. Blijven aanmoedigen; als coach geef je de tips, maar uiteindelijk is het uiteraard wel aan de persoon zelf ze op te pikken en er iets mee te doen.

Het moet trouwens niet volledig fout gaan in je leven om te willen en kunnen veranderen. Het hoofdpersonage in het boek, Camille, leidt best een relax leven; tof gezin, fijne man en haar job is wel ok. En toch is het niet wat het moet zijn, ze mist iets. Om gewoontes te veranderen en patronen te doorbreken moet je ze natuurlijk eerst zien, en daar kan een routinoloog mee helpen. En dan ga je aan de slag, en komt de routinoloog terug in beeld op momenten dat je het moeilijk hebt je de nieuwe gewoonten eigen te maken. Zo simpel is het eigenlijk. In woorden dan toch. Iedereen die geprobeerd heeft te stoppen met roken, of op dieet te gaan, of beginnen sporten, of gewoon, de goede voornemens met nieuwjaar, weet waarover ik het heb. En toch, de aanhouder wint!

Er is zelfs een heuse begrippenlijst van de routinoloog, zoals de denkbeeldige camera (om je focus op het mooie te zetten); de kunst van het nabootsen (creëer je eigen succesmodel door inspiratie op te doen van je idolen) en, eentje voor het ganse gezin, een mopperpot tegen het jawel, mopperen, waar je telkens een euro ingooit als je jammert. Ineens een spaarpotje voor als we ooit terug op reis mogen gaan.

En, nog een mooie voor iedereen tijdens deze Corona crisis, speel eens als kat. We hebben nu toch de tijd, dus als we nu eens gewoon tevreden ‘zijn’ zonder toe te geven aan de druk om iets te ‘doen’. Je goed uitrekken, eens goed geeuwen, een powernap, zo’n beetje ronken en wie weet welke ideeën stromen door je lijf! Ik werk er volop aan! Jij ook?

 

 

 

De lezersjury

Midden juli krijg ik een mail die begint met: Beste Sandra, Van harte gefeliciteerd: je bent geselecteerd voor de jury van de BookSpot Lezersprijs! 500 kandidaten blijkbaar, waarvan er 50 geselecteerd worden, de helft uit Nederland, de andere helft uit Vlaanderen. Daar ben ik er dus eentje van. 😊

lezersjury foto boeken
Op het programma: 5 oktober een lezersfestival in Amsterdam waar je de schrijvers kan ontmoeten en waar je de boeken meekrijgt. Tegen 6 november moeten ze uitgelezen zijn, want dan worden we opnieuw verwacht in Amsterdam voor de uitreiking. De lezersprijs is €10.000 dus niet niks. Ernstig leeswerk!

Maar hoe lees je voor een jury? Moet dat anders dan gewoon met een romanneke in de hoek van je zetel kruipen? We krijgen tips van de specialisten; de vakjury leest immers in totaal maar liefst 507 boeken! 2 lezers per boek en je scoort, A: dan moet nog iemand hem lezen; B staat voor bedenking, en C voor help, ik ben een model type boek. 2 A’s en heel de jury moet het boek lezen. 80% van de boeken is een C boek, enkel de 4 **** boeken mogen op de longlist, zijnde 25 boeken.

Wij als lezersjury mogen een appel met een peer en een citroen vergelijken. We krijgen 2 non-fictie boeken en 1 fictieboek te lezen, maar deze zijn in niets te vergelijken. En waar moeten we dan op letten? Een literaire roman is een medium van het bewustzijn, er is een maatschappelijke relevantie en je moet er ontdekkingen in doen. Dat het herkenbaar is, en leest als een trein zijn geen criteria. Er moet echt iets met je gebeuren, het boek verbergt iets dat je niet direct kan ontsluimeren. We praten nog wat verder over taal, vorm en inhoud, en over beeldspraak, ritme en montage. Dit is ernstig werk!

Met Bart Van Loo maken we kennis via skype, hij is nog op vakantie. Het enthousiasme en passie over zijn boek druipt van het scherm af. Helaas voor Bart is persoonlijkheid geen criterium voor de prijs. We worden wel erg nieuwsgierig om zijn boek te lezen. Een oerverhaal, De Bourgondiërs, die stopt met de val van Antwerpen. Op zoek naar ons DNA. Tijdens het debat van de lezersjury zal hij de verhalenverteller genoemd worden, of, het neefje die net de dinosaurus heeft leren kennen en er maar niet over kan zwijgen. Zo’n boek is de makkelijkste manier om zoveel geschiedenis te leren. En chapeau voor het vele opzoekwerk! Bijna een Game of Thrones.

Lieve Joris komt thuis met haar autobiografisch werk Terug naar Neerpelt. Haar 13e boek. De Nederlanders vinden haar heel Vlaams. Een bonuspunt. Het boek heeft een journalistieke waarde; Lieve slaagt erin alle personages in hun waarde te laten, en toch heb je op het einde van het boek een idee welke impact die ene broer heeft gehad op iedereen in het gezin. Er is in families al voor minder ruzie gemaakt.

En dan Peter Buwalda met zijn Otmars Zonen, het enige fictieboek, waar het niet-waar gehalte groter is dan het waar gehalte. Sommigen vinden dat het boek op 300 pagina’s ook wel verteld had kunnen worden. Anderen vinden dan weer dat er een bom kan ontploffen eenmaal ze aan ’t lezen zijn in dit boek. Vooral de scene met de oordopjes is zo goed als iedereen bijgebleven. Stilistisch, en boeiend.

Maar hoe kies je dan wat de beste appel is? Of appelsien? Het is en blijft heel persoonlijk. Voor mij mocht Lieve Joris winnen. Ik vind het echt een bloedeerlijk boek. Het is wat het is, een eerlijk relaas van hoe het eraan toe kan gaan in een gezin en de gevolgen daarvan. Niet zoals bij velen, waar de lelijke kantjes liever onder de mat geveegd worden en geenszins gedeeld worden, laat staan met buitenstaanders. Nee, zo’n dingen houden we liever binnen vier muren. Het geeft me veel zin om ook over mijn familieverhaal iets te schrijven. Misschien nog niet nu, maar er is wel een zaadje geplant. Ik heb Lieve nog gevraagd naar de reacties van haar familieleden, maar dat is gelukkig allemaal wel goed gekomen.

Uiteindelijk heeft Peter de meeste stemmen gehaald en haalt hij de prijs binnen. Ik ken de juiste cijfers niet, maar het was blijkbaar wel een nek-aan-nek race. Helaas kan er maar eentje winnen. Proficiat Peter! Bij een hapje en een drankje wordt nagepraat, hoe spannend het ook was voor ons als juryleden. Ik was er graag bij, en stel me bij deze al kandidaat voor volgend jaar!

Magie? Waar?

Onder het motto dat in elk boek wel iets goed zit, heb ik ‘The Book of Wisdom’ dan toch maar uitgelezen. Al heeft het me eerlijk gezegd wel wat moeite gekost. Want zelfs al staan er veel prentjes in, en weinig tekst – zeker in vergelijk met andere boeken die ik lees –  ik vind het verhaal vreselijk slap.

book of wisdomNu, toegegeven, ik ben nog nooit op Tomorrowland geweest, dus misschien ben ik niet genoeg gebeten door de magie. Mensen die er geweest zijn, vinden het allemaal de moeite, of je de muziek nu kan pruimen of niet. Het zijn de podia die het doen; zoveel fantasie! De kleuren! En zo groot!
Maar ik ken wel nog niemand die het boek gelezen heeft. Iemand?

Ik ga op zoek naar wat extra info. Op internet vind ik het volgende: ‘Het is een fantasy verhaal van Sarah Maria Griffin, dat een deel van de magische wereld van Tomorrowland ontsluiert en alle bezoekers voor hun komst volledig onderdompelt in het verhaal.’ Ikzelf vat het boek als volgt samen: een beetje zoals een eindeloze bibliotheek, met een portaal tussen verschillende werelden. En je hebt dan Fairytale Keepers, die alle verhalen kennen en de magie in het boek kunnen vinden. De twee jonge hoofdpersonages reizen door een aantal verhalen, zoals Melodia (weeral link met een vorig thema van Tomorrowland), om ervoor te zorgen dat twee bandieten niet met het magische ‘elexir of life’ aan de haal gaan. Dit lukt ook maar half, to be continued dus.
Ook lees ik op internet: ‘The Book of Wisdom’ telt 160 pagina’s en zou boordevol verrassingen zitten.’ Dat klopt, er vallen geregeld kaartjes, briefjes en mappen uit, wat een magie!

Blijkbaar is het boek een vervolg op de editie van 2012. Een paar jaar wachten op het vervolg dan waarschijnlijk. Alhoewel, aan mij is het niet besteed. Net zomin als dat het boek me lokt naar het festival. Dat laat ik graag aan anderen over.
Alsook het boek zelf. Iemand die ‘m graag wil?

Gelukkig kan ik me nu storten op de drie boeken voor de lezersprijs van de Bookspot Literatuurprijs! Dat gaat me beter af!

Huis vol leugens

En dan is het eindelijk zover, een nieuwe Nicci French!IMG_20190929_154202_resized_20190930_064628685 (002)

Na de Frieda Klein reeks (Iemand die je moet kennen) hebben ze een nieuwe literaire thriller. Ik sleur hem mee op reis (boek van toch bijna 400 pagina’s) en neem hem ongelezen terug mee naar huis omdat ik de bibliotheek van het hotel eerst uitlees 😊

Thuis is het dan zover, en zoals eigenlijk elke keer dat ik Nicci French lees, ben ik even niet meer bereikbaar. Zo erg, dat ik ’s nachts verder lees, en het boek pas om vier uur uitgelezen wegleg. Het licht kan uit, ik kan gerust slapen nu.

Ik vind het ongelooflijk wat dit duo doet, Sean French en Nicci Gerard. En dat als koppel! Ze hebben sinds 1997 zo goed als elk jaar een boek uitgebracht. Hoe knap is dat! Ik zag ooit een interview van hen op TV, en dan blijkt dat ze apart schrijven, en het naar elkaar doorsturen tot ze beide tevreden zijn. Zij heeft een mooie kamer in huis waar ze schrijft, en hij schrijft in zijn tuinhuis vanachter in den hof. Pas op ze, niet tussen het gereedschap en het grasmachine, ’t is best wel chique.

Voor dit jaar heb ik het dus weer gehad, weer wachten tot volgend jaar op een nieuw boek.

Om kort iets mee te geven over Huis vol leugens: SPANNEND! 😊 IMG_20190929_154151_resized_20190930_064629016 (4)

 

Waarom Jacqui niet Nicci is

Ik haalde het boek er zo tussenuit. Ik dacht al dat ik een boek van Nicci French te pakken had! Terwijl ik die allemaal in mijn boekenkast heb staan, het zou straf zijn moest er een boek bestaan van dit fantastische schrijverskoppel dat ik nog niet ken en heb! Maar neen, het is niet van Nicci, het is van Jacqui. Jacqui Lofthouse. Een voor mij nog onbekende schrijfster.

En ik ben op verlof, dus ik heb wel tijd om er een boekje tussendoor te pakken. Een perfecte glimlach. Ik ben echt verbaasd over de gelijkenissen met het boek ‘De verborgen glimlach’ van Nicci French. Het uiterlijk. De titel. Ik kan dus niet anders dan het lezen en ook de inhoud te vergelijken!

En dat slaagt voor mij toch wat tegen. Bij ons schrijversduo ben ik vanaf de eerste pagina niet meer bereikbaar voor de buitenwereld. Ik ben eens een hele nacht opgebleven om één van hun boeken toch uitgelezen te krijgen, zo spannend vond ik het! Dat heb ik bij ‘een perfecte glimlach’ niet. Ok, ik wil wel weten hoe het verhaal afloopt, maar de soms lange passages maken dat ik diagonaal verder lees, zonder dat ik eigenlijk iets van het verhaal mis. Ik laat het boek dus braaf achter in het boekenkastje van het hotel.
Eenmaal thuis wil ik natuurlijk wel wat meer weten over Jacqui. En, eerlijk is eerlijk. Haar boek is uitgegeven in 2000, terwijl dat van Nicci pas in 2003 werd uitgegeven. Verder opzoekwerk levert me titels van boeken met voorzichtige, trage, gebroken en tandeloze glimlachen op. Niet zo origineel dus. Jacqui is ook writing coach, en heeft ondertussen al 4 boeken op haar teller staan. Misschien moet ik dus nog eens een tweede boek van haar lezen. Of wat minder vooringenomen en vergelijkend beginnen lezen. Want Jacqui is Jacqui. En Nicci is en blijft Nicci.

Over wat het boek dan precies gaat? Het hoofdpersonage is Harry, die zes jaar na de zelfmoord van zijn vrouw nog steeds de draad van zijn leven niet kan oppakken. Hij wil en zoekt een antwoord op de vraag waarom ze op een grijsblauwe ochtend de zee inloopt om niet meer boven te komen. Hij trekt naar de plaats waar Alison gestorven is, waar een legendarisch verhaal stukje voor stukje blootgelegd wordt.

Blijven zoeken

Een goede vriend van mij zei het al jaren geleden tegen me. Als je begint te zoeken, stop je nooit meer. En, dan moet je er mee leren leven dat niet iedereen zo zoekend is als jezelf. Begrijpen en niet begrepen worden. Te laat. Het zoekproces is al te ver gevorderd om nog te stoppen.

vraagtekenzaaierDe vraagtekenzaaier. Het 60e boek van Mark Eyskens en het derde boek dat ik van hem lees, na ‘Wat ligt er ten noorden van de Noordpool?’ Zinzoeken? heeft dat eigenlijk zin? en ‘Veelal’ Een boek met een persoonlijke boodschap. Zoekend naar de zin van het leven.

Eigenlijk valt dit boek niet samen te vatten in een recensie. Er staan teveel zinnen in die vragen om gelezen en herlezen en opnieuw overdacht te worden. Een aantal zaken herken ik wel uit zijn vorige boeken. Een deel herhaling, en een deel wordt verder gebouwd op een aantal fundamentele vragen. Wat is de mens? Weten we meer of minder? Ik blader direct door naar het (mogelijk) antwoord op de vraag ‘wordt de wereld beter?’

Door de digitalisering komt het nieuws van over de ganse wereld gemakkelijk tot bij ons. Kommer en kwel is de norm. Dataïsme, al dan niet uitgebuit. Het nieuws wordt netjes geselecteerd op basis wat jij opzoekt, selecteert en leest, en je krijgt meer van dat soort weetjes. Van over de ganse wereld. Het is een kunst om hier selectief en kieskeurig mee om te gaan. In plaats van kennis op te doen over de kleine ditjes en datjes is het van belang inzicht te verwerven in het grote geheel om zo te leren samenleven met alles en iedereen op deze blauwe planeet. We hebben hier nog een aantal stappen te zetten.

Dan raken we het ethische aspect aan, want wat is goed? En wat is slecht? En nog belangrijker, wie bepaalt wat goed of slecht is? We zijn ex-dieren en soms gedragen we ons hier ook naar, waardoor ons oorspronkelijk sterk ontwikkeld reptielenbrein het wint van de zogezegde maatschappelijke waarden en normen. En als het dat niet is, kan je ook nog altijd je godsdienst inroepen voor de daden die je stelt. Die kunnen immers een hoger doel dienen.

Misschien een beetje filosofisch voor de leek, maar zinzoeken heeft voor mij zin in het vinden van hoopvolle boodschappen tussen al het gekleurde en pessimistische nieuws. Want dient het leven van een mens dan niet om meer mens te worden?