Droomreis van formaat!

Canada! Wat een zalig land! 150 jaar bestaat het in 2017, al zijn er zeker 150 redenen om Canada te bezoeken, elk jaar opnieuw! Ik kan er pagina’s vol over schrijven, maar laat ons beginnen bij het begin. Canada met een camper, dat is nieuw!

Culinair kan ik al overslaan. Een prinses in de keuken ben ik nooit geweest, dus kookblogs ga je mij niet weten schrijven. En buiten het feit dat Canada zo werelds is met zijn mengelmoes van culturen, zodat ieder zijn buik wel kan vullen met iets dat hij of zij lust, is misschien enkel de Poutine de vermelding waard. Niets voor mij, want ik eet geen vlees, of ook geen vleessaus (gravy), maar Poutine is wel typisch Canadees. Friet, met kaas, en gravy, dus vleessaus. A Mess! Maar, als ik mijn partner mag geloven (en dat doe ik) lekker, en vullend. Paf zit hij na dat bordje rotzooi. Je kan er nog spek of pulled pork bijdoen, of smoked sliced brisket. Stuffed. Wil jullie de foto toch niet onthouden:

p1070474 (2)

We vertrekken met onze camper vanuit Vancouver naar de Rockies, met in ons startpakket een wc rol, een batterij (die we uiteindelijk mee naar huis nemen omdat we nooit ontdekt hebben waarvoor die dient), en brochures en een overzicht van campings in de USA. Ja, er staan misschien 7 campings in van aan de grenslijn, maar, dit startpakket is ter ondersteuning voor een andere rondreis. Soit, zonder boekskes lukt ook.

Een tweede voordeel (of nadeel) is dat je van stadsmensen (ja, toch wel) naar trailer trash muteert. Elke dag dezelfde joggingbroek, en uiteindelijk ook altijd hetzelfde T-shirt want iets anders vind je niet meer. Ieder heeft één kastje voor kledij, maar op den duur is het erin gooien, en doe je dat klapdeurtje niet rap genoeg toe, valt er vanalles terug uit. T zag er anders goed uit in het begin bij het uitladen van onze valiezen en het vullen van de kastjes. Maar een huis op wielen heeft dus zijn nadelen. Kasten blijven niet altijd toe. Tot er een vork door de camper vliegt tijdens het rijden, vanaf dan probeer ik alvast die kastjes te blokkeren door kapstokken tussen de handvaten te steken. De luikjes op het dak vergeten we al eens toe te doen, en de blikjes bier rollen heen en weer, van voor naar achter, en van links naar rechts. Kamperen is echt tof!

Nee, echt, campings in Canada zijn echt top! Je moet ook geen schrik hebben dat ze geen plaats meer hebben, dan zetten ze je op de ‘overflow’. Dan sta je eigenlijk op de parking, of zo’n beetje rond het terrein. Voordeel: het is goedkoper en je kan alle faciliteiten van de camping gebruiken zoals sanitair, douches, de sani-dump en water. Nadeel: je hebt geen gebruik van elektriciteit en je hebt geen tuinbank of BBQ. Wat dat laatste betreft hebben we er heel de vakantie geen gebruik van kunnen/mogen maken; door de vele bosbranden was er (terecht!) een totaal verbod op kampvuren en BBQ’s. Onze wilde zalm op vel dan maar binnen in onze enigste pan gemaakt!

De wegen in Canada zijn ook echt gemaakt voor campers. Wel af en toe wat bochtenwerk, maar alles is goed onderhouden en je kan er echt relax rondrijden. Let dan vooral niet op de extreem grote camions die je zelfs op plaatsen waar het niet kan of mag toch voorbijsteken, luid toeterend. En, achter elke bocht een práchtig uitzicht! Maar werkelijk ongelooflijk! Zo’n natuurpracht! Water, bergen, zon, sneeuw, véél groen en wildlife! Zoals gezegd, een droomreis van formaat! Ik zou jaar 151, 152, 153,… ook willen gaan vieren daar!

En dan ineens een verkeersbord dat op de komst van een volgende tunnel wijst met hoogtebeperking, waarop mijn partner me hardop vraagt: ‘hoe hoog ís onze camper eigenlijk?’

Lees meer over onze route op mijn gastblog voor liefdevoorreizen.nl via deze link: The Rockies

Boeiend aan reizen

Wat vind ik toch zo boeiend aan reizen?

De overvolle luchthavens, op onmogelijke uren moeten opstaan, met koffers sleuren, beperkte kledij bijhebben, koffers die niet toekomen, kleine harde matrassen, slappe koffie, regen op vakantie, kort samengevat, genoeg argumenten om gewoon cosy thuis te blijven.

En toch…

Wat ik mooi vind aan reizen, is het uurverschil. Je bent niet alleen mijlenver weg van thuis, maar ook nog eens in een andere tijdzone… je lijf geeft aan dat je leeft! Zalig is dat! Maakt dat je van een avondmens een ochtendmens wordt, en dus om half zeven ‘s morgens fluitend buiten op straat loopt, omdat je al om vijf uur koffie hebt gedronken op de kamer. Dat lukt mij thuis dus nooit! Eenmaal terug thuis, om tien uur ’s morgens al zin hebben in wijn, de jetlag heeft me duidelijk te pakken. 😊

Een ander geweldig ding aan reizen vind ik de andere munteenheid! Hoe heerlijk is dat! Omrekenen, altijd in je eigen voordeel uiteraard (je maakt het altijd iets goedkoper dan thuis, dus toch de moeite om te kopen) en fascinerend om die andere munten en briefkes te kunnen gebruiken! Ook al heeft Europa heel wat pareltjes, dat deel van charme is ons continent voor mij wel wat kwijt. Al die verschillende portemonneetjes met Gulden, Franse Franken, Ponden (ok, dat nog altijd), Italiaanse Lires en Duitse Marken… geweldig! In grote delen van Europa vind je dat niet meer, verder weg van huis wel! Ter voorbereiding van je reis kan je dan nog eens bij Baslé langs gaan, het beroemde wisselkantoor, om geld te wisselen. How cool is that!

Ja, want reizen begint toch bij de voorbereiding, en daarna stopt het eigenlijk nooit meer. De fotoboeken van de verschillende reizen stapelen zich op, en je begint de ene reis met de andere te vergelijken. Reizen zijn herinneringen. Reizen zijn een mindset. Niet in je eigen cocon blijven zitten. Leren en weten hoe het er elders aan toegaat. Culturen ontdekken. Genieten van eindeloze uitzichten. Palmbomen.

Zeker met de constante invloed van social media vandaag, is reizen voor mij ook een manier om hier eens afstand van te doen. Een digital detox zeg maar. Ja, de gsm en eventueel de tablet gaan mee op reis, maar je hebt toch niet overal bereik. Alles begint al op het vliegtuig. Gsm’s moeten af. Of op vliegtuigstand. Zoveel uren onbereikbaar! Ongestoord een filmke kunnen zien of muziek kunnen luisteren zonder dat de telefoon gaat. Wat een fantastisch gevoel!

En ook, hoe gek het misschien ook klinkt, terug naar huis komen met nieuwe energie. Want dat doet reizen, je batterijen opladen, je laten zien hoe je ook hier kan genieten in je eigen cocon, appreciëren wat er is en wat er niet is. Ik word een stuk wereldser, nog meer begaan met mens en dier, niet alleen in mijn eigen directe omgeving, maar hier, en overal in de wereld. Voor mij, maakt reizen van mij een beter mens.

Dringend tijd dus om terug te vertrekken!

Als ’t kind maar ne naam heeft

Noem het deconnecteren, onthaasten, vertragen of ontstressen…of gewoon vakantie?

Een weekje connectie maken met het bos, en niet met de wifi, ’t is eens wat anders.
En of doet het me goed! Ik heb al heimwee nog voor ik terug naar huis vertrek!
Ik heb echt wel iets van band met de natuur, zelfs al woon ik in het centrum van de stad.

Deze keer hadden we een huisje gezocht, midden in het bos en waar we zelf konden kokkerellen. De hond was mee, dus een hotel is dan al minder evident. En een week buffetten… been there, done that!

Na uren surfen op het net komen we terecht op Kölliger Muhle, in Köllig, Duitsland.
Niet te ver met de auto en toch ver weg van huis. En, dat er een ezel staat, en ook geiten, en dat vlakbij een rivier, maakt dat we onze keuze snel gemaakt hebben.

We zitten midden in het bos, dus we moeten niet ver van ons huisje lopen voor we niets of niemand meer zien of tegenkomen. Een wandelkaart hebben we niet maar ah, we gaan ook maar gewoon een rondje lopen. Een paar uur later lopen we nog door het bos, en hebben we geen idee waar we zijn, en hoe we terug moeten. Net als Hans en Grietje in het bos. Zonder broodkruimels.
De volgende dag doen we, ondanks dat het niet de bedoeling was, net hetzelfde. Alleen word ik er nu echt ongemakkelijk van. We moeten spaarzaam zijn met ons water, want t is bijna op, en we zijn echt verdwaald! We volgen een bordje ‘Eifelverein’ en ook ‘Monreal’, maar dit gaat eigenlijk overal en nergens naartoe. Dorie, ook geen wifi in het bos! Zelfs geen connectie om iemand te bellen! En het bos zegt ook niks. Zo klein dat we zijn als mensje in vergelijk met de krachten van de natuur. Hoe ironisch eigenlijk, dat connectie maken met het bos!

Is dat nu avontuur? Of eerder uit je comfortzone treden? Verdwalen in het bos lijkt zo sprookjesachtig, en toch wat beangstigend. Blijkt trouwens dat de steen met ‘Monreal’ op een teken is van de bedevaartsroute die daar loopt, een stukje camino op weg naar Santiago de Compostella. En Eifelverein is daar overal, dat is geen wandelpad in een rondje. Uiteindelijk moet je altijd terug van waar je komt. De broodkruimels volgen.

De vraag is altijd maar hoeveel tijd je nodig hebt om volledig te deconnecteren. Zelfs zonder wifi. Want na een weekje zit onze onthaasttijd erop. En gaan we terug connecteren. Met wifi. Met het dagelijkse leven en de daarbij horende sleur. En wat gaat dat verrassend gemakkelijk! Op dus naar de volgende bestemming! Of, verder zoeken naar dé oplossing om thuis tijdens werk en alle onvermijdelijke verplichtingen daarbij makkelijker de knop eens te kunnen omdraaien. Blijft een uitdaging.

P1100072
de rivier Elz in Köllig (berekoud :-))

Parels uit Mallorca

We hebben rust nodig. Want we zijn moe. En doen we dus wat veel Belgen doen, een reis boeken. Geen culturele rondreis deze keer, niet te ver vliegen, en comfort is belangrijk! Dus, een all-in, naar een niet al te verre bestemming. Het wordt Mallorca. Vlucht + hotel + transfer inbegrepen, en eigenlijk al je eten en drinken tussen 7u30 en 24u ook. Das makkelijk.
We vertrekken vanuit Deurne, wat een luxe! Dicht bij huis, kleinschalig, niet teveel volk, en één vliegtuig met de keer. Ontspannend. Minder ontspannend zijn de kinderen die ofwel joelend van enthousiasme ofwel krijsend van vermoeidheid de rust op en rond het vliegtuig saboteren… maar goed, ’t is niet ver. De staking van de Franse verkeersleiders maakt het net iets langer dan normaal, maar 40 minuten langer wachten om in een **** resort terecht te komen… ach, je hoort ons niet klagen (alé, een beetje dan).

Ik kan niet tellen hoeveel bussen er staan bij de aankomst op de luchthaven in Playa de Mallorca. Als kuddedieren worden we opgewacht en op de bus geladen tot die vol zit, met valiezen en met reizigers, en jawel, met de nog steeds krijsende of gillende kinderen (nee, dat mag niet, zo stampen tegen de stoel hiervoor, dat is niet aangenaam voor die mevrouw. Alsof het dat kind wat kan schelen.)

De kamer is groot! Ons terras met uitzicht op strand en zee ook! Op de bovenste verdieping. Kamer 812. Wow! Room with a view. Buffetten ’s morgens, ’s middags en ‘s avonds dik in orde! Veel keuze, lekker eten, beetje minder lekkere wijn (maar op dit gebied zijn we veel gewoon) en tussendoor snacks à volonté. Gezellige bar aan de voorkant van het hotel, met super coupekes cava!

We willen die plastieken bekertjes van het zwembad niet, dus we schaffen ons een herbruikbaar bekertje aan. Ik raap ook geregeld de weggevlogen plastieken bekertjes op en gooi ze in de vuilbak (oorspronkelijke eigenaars: voel je aangesproken!). We zijn niet zo’n zonnekloppers, dus lachen alleen eens met de mensen die ’s morgens al hun handdoeken op de strandstoel gaan leggen en hem heel de dag bezet houden, ook al zitten ze de helft van de tijd met de beentjes ergens onder tafel (o ja, de handdoek wordt zelfs met speciale handdoekspelden vastgezet, zodat hij niet kan gaan waaien 😊, ik wist zelfs niet dat zoiets bestond). En wij eten ons bordje (meestal) helemaal leeg, en gaan bord per bord halen als we nog iets willen, niet zoals sommige niet te noemen nationaliteiten hun ganse tafel al overladen met borden met vanalles en nog wat (ze zouden het buffet eens niet moeten bijvullen) en meer dan de helft dan laten weggooien.

En dan de dagdagelijkse activiteiten van een all-in hotel… Van ’s morgens al leuren de animatoren met hun mattekes voor de yogaclass of stretching, of ze proberen je te overtuigen met een soort plastieken worst voor de aquagym, een crazy game (dan komen ze af met een bal, we hebben nooit ontdekt wat dit spel nu eigenlijk inhoudt) en dan de zumba in bikini… ’s avonds is het dan, na de kinderdisco, bingo avond, of fashionshow (met hotelgasten wel te verstaan), dan disco, de volgende dag een optreden van een coverbandje (ok, dat valt nog mee) en dan het ergste wat ze kunnen doen, een karaoke. Wat een kabaal. Dan liever een te betalen cocktail in het dorpke.

Een rustvakantie, dus eigenlijk hebben we buiten Cales de Mallorca niet zoveel van Mallorca gezien. En eerlijk, na een week hebben we deze formule eigenlijk wel gehad. Volgende keer wordt dus terug iets alternatiever of avontuurlijker!

 

Jordanië, meer dan een cultureel paradijs

Ok, je vindt er bijna geen pintje om te drinken, en neen, de hotels zijn niets in vergelijk met de resorts aan de Turkse Riviera, maar cultureel heeft Jordanië heel wat te bieden.

‘Als je naar Jordanië gaat, moet je Petra zien.’ Ik denk ook dat de meeste toeristen alleen al voor één blik op The Treasury, de meest gefotografeerde façade in de megagrote archeologische site dat Petra eigenlijk is, zich wagen naar een land dat buurlanden heeft zoals Saoedi Arabië, Israël en Syrië. Wij trouwens ook.

Na een wandeling van ongeveer één kilometer door wat ze noemen ‘the siq’, een soort canyon met breedtes tussen 3 en 12 meter (prachtig!!) vraagt de gids me: ‘do you believe in magic?’. En dan verschijnt een glimp van The Treasury, door het zonlicht een prachtig contrast met de schaduw van de Siq waar we ons nu nog bevinden. Kippenvel! Nog zo intact! Je nekt begeeft het bijna als je maar blijft staren naar dat 40-meter hoge wereldwonder uitgekapt uit zandsteen. En dat in de eerste eeuw voor Christus. Ongelooflijk.

 

P1090406
The Treasury

Je kan eigenlijk echt een week in Petra rondlopen. Alleen al de main trail kost je drie uur enkel! En dan kan je nog links en rechts uitwijken naar nog andere wonderen in deze archeologische site. Ik ben ferm onder de indruk. Er is een klein museum aan, dat duidelijk nog fors zal worden uitgebreid de volgende jaren. Oorspronkelijke bewoners waren de Nabataeans, experts in handel, handelroutes en duidelijk experts in water management, dat bewijst de dam (een tunnel van maar liefst 88 meter lengte) die ze gebouwd hebben om overstromingen tegen te gaan. Maar, nog belangrijker, bij de Nabataeans waren vrouwen gelijk aan mannen! Dorie, wat lees ik dat graag!

 

Nabataeans were more advanced than many cultures of their time and even more than many today’ lees je dan ook terecht in het museum.

Maar buiten Petra zijn er nog andere pareltjes. In Amman centrum heb je de Citadel, een archeologisch museum, en een amfitheater. Fijn om in rond te lopen.
Je hebt Mount Nebo, waar volgens gelovigen Mozes begraven ligt. En Madaba, waar je oude Byzantynse mozaïeken kan bekijken in Church George.
Je hebt woestijnkastelen van kruisvaarders, zoals Showbak, een goed intacte ruïne, met op de flanken nog allemaal ruïnes van de vele kleine dorpjes die er ooit bewoond werden.

Nog een van andere aard is de Dode Zee. Het laagste punt van de wereld, op -398m ten opzichte van de zeespiegel. Ja, een -. De meest zoute zee van de wereld, waar je niet onder kan gaan. En waar de modder van de bodem reinigend is. Dus nee, dat zijn geen duikers, dat zijn mensen vol klei. Dat moet ik ook proberen!

Dat Jordanië een pelgrimsoord is en een toeristenstek in wording, is duidelijk. De vele controles van politie, toeristenpolitie, de gepantserde wagens en de pick-ups met automatische wapens geven je soms wel een dubbel gevoel van veiligheid moet ik eerlijk toegeven. Desalniettemin een parel voor de cultuurfans onder ons.

Taxi’s in Amman

Een taxi van het hotel naar Amman City, Rainbow Street om exact te zijn, kost 3 JOD, Jordaanse Dinar. Daar kunnen we de 12 kilometer niet te voet voor doen. In Rainbow Street serveren ze volgens de boekskes de beste falafel. We snuiven de sfeer op in een lokaal theehuis, de meesten met een shisha erbij. Het is een moslimland, dus bier of wijn vind je hier moeilijk, alleen in de betere hotels (en in de liquor store in Aqaba). In Sofra, een gezellig restaurant, zit het stampvol. ‘Een half uurtje wachten’ maakt de barman ons duidelijk. Als de beroemde falafeltent streetfood blijkt, kiezen we toch voor dit restaurantje. We wachten wel.
En niet met spijt! Aubergines met yoghurt, hapjes met kaas, flat bread, homemade humus en een muntsapje… met een volle maag trekken we terug naar het hotel. Zo gezegd zo gedaan. We hadden gelezen dat je moet eisen dat de taxichauffeur de meter opzet, dus de eerste die dat niet wilde doen, lieten we al links liggen. Hij roept ons nog wel na als hij merkt dat we echt vastberaden zijn, maar we doen alsof we dat niet horen. Een straat verder stappen we in een taxi die ons mét meter naar Amman International Hotel zou brengen. Missie geslaagd! We zijn immers al ervaren reizigers, en laten ons niet zomaar uit ons loot slaan.

Even later…

We zitten al langer in de auto dan tijdens de heenrit, en herkennen nu helemaal niets meer rondom ons. De chauffeur kent ook geen Engels, het enige dat hij kent is ‘yes yes’, het antwoord op de vraag of hij ons hotel wel weet zijn. We hebben anders wel een naamkaartje van het hotel, en aan de achterkant staat in het Arabisch de plaatsbeschrijving. Als hij het kaartje op zijn kop begint te draaien, word ik zenuwachtig.

Nog even later…

‘are you sure you know the way?’ ‘yes yes’…. De meter staat ondertussen op 16 JOD en ik verlies mijn geduld. Uit gebrek aan kennis van de Arabische taal begin ik toch maar in t Engels mijn gedacht te zeggen, eigenlijk goed wetende dat hij er toch niets van verstaat. ‘stop the car’ dat lukt dan weer wel. Staan we dus 45 minuten na vertrek aan de andere kant van de stad, 5 JOD armer en nog niet bekan in de buurt van ons hotel blijkt.
De jongen van de viswinkel is vriendelijk, en probeert ons in zijn beste Engels te helpen. Hij gaat voor ons een taxi regelen. Voor 3 JOD, van hier naar hotel Amman International. Denken we. Nog 25 minuten verder staan we bijna terug aan Rainbow Street… ons geduld wordt echt op de proef gesteld. Volgens de website bestaat het hotel anders al 35 jaar…
De chauffeur weet niet beter dan te stoppen bij een ander hotel, en de weg te vragen, zo blijkt achteraf. Wij ondergaan het gewoon. Ook als de parkeerwachter in de auto stapt en de auto een paar meter verder rijdt; we staan in de weg. ‘I’m the parking guy’ zegt hij als hij onze blik opvangt.
Nog 25 minuten later…
Rijden we eindelijk de straat in van ons hotel! Eind goed al goed!

Als we de laatste dag wachten op de taxi om ons een laatste rit te gunnen naar de luchthaven, is het academisch kwartiertje voorbij als we toch maar vragen aan de receptie om te bellen naar de organisatie. Ze vinden het hotel misschien niet, lachen we. ’t Zou niet de eerste zijn!

De Kasseien van Londen

‘Maar nee, we gaan wel, je kan een citytrip toch ook rustig aan doen?’ Mijn vriend maakt zich wat zorgen, want eigenlijk voel ik me niet zo goed, dus hij suggereert efkes om thuis te blijven. Ik ben inderdaad nog aan ‘t bekomen van een zware griep, met nog steeds een zware hoest en de daarbij horende gekneusde ribben tot gevolg. En door al die drukke dagen gaat de recuperatie zo traag, dat ik eigenlijk beter een weekend in mijn bed zou kruipen dan door de straten van Londen ga dwalen. Vandaar, we zullen er een rustige citytrip van maken.
Het is uiteindelijk ook niet de eerste keer dat ik in Londen ben, dus ik heb geen al te lang verlanglijstje. Een show staat op het programma, Motown, en uiteraard schoenen kopen bij Russell & Bromley, maar voor de rest… pintje pakken en de sfeer in deze fantastische stad opsnuiven! Eventueel een museum, maar dat is zelfs geen must.
Denkend dat Motown een muziekstijl is en dat we gewoon goeie muziek gaan horen, gaan we naar Shaftesbury Theatre. We lachen nog met het feit dat blijkbaar iemand eens buiten gegooid is uit de zaal, te hard aan ‘t meezingen! Toch wel onder de indruk als we buitenkomen, nu wetend dat Motown een platenlabel is, de eerste in zijn soort die erin slaagt ‘zwarte muziek’ bekend te maken bij een blank publiek. Niet zonder slag of stoot natuurlijk. Racisme loert altijd wel ergens om de hoek. Dankzij Motown kennen we wel The Jackson 5, Diana Ross, The Temptations, Marvin Gaye, Stevie Wonder,… het lijstje gaat nog verder!

bg-img
officiële foto van de flyer

Paasweekend in Londen. En als je al met kerst in Londen geweest bent, weet je het, de Londenaars nemen de feestdagen serieus! Op Christmas & Boxing Day zie je zelfs geen één rode bus rijden. Metropoorten zijn gesloten. En de enige taxi’s die rijden, zijn gereserveerd. Musea gesloten en veel horeca trouwens ook. Londen wordt stil. Met Easter Weekend gelukkig niet. De Londenaars komen buiten! De horeca en de meeste musea zitten stampvol! Wij slenteren onbewust Neal’s Yard in, een groen steegje in het centrum van Londen. Gekleurde huisjes, planten, bankjes, en veel fotografieliefhebbers. Een uniek plaatsje. En een unieke wijnbar, klein maar oh zo gezellig, en een leuke afwisseling met de pubs die we meestal in Londen bezoeken.

En het mag eens iets anders dan pub food zijn, dus we gaan eten in Jamie Oliver’s Italian. Super bediening, lekker eten en drinken, echt op ons gemak, kortom, een geslaagde avond! En dan totaal onverwacht. Kasseien. Twee trapjes naar beneden. Beetje nat. Mijn knie raakt het eerst de grond. Dan is het aan mijn hand, ik hoor en voel letterlijk de vingers van mijn linkerhand breken. Ik eindig op mijn schouder, dat zal ik maar later merken. Een man uit de lobby van een hotel vlak in de buurt komt met een zak ijs, hij heeft het zien gebeuren. Ziekenhuizen in het buitenland (ja, zelfs Engeland) zijn nooit een goed idee. Maar in dit geval gaat het niet anders. Nadat bijna al het ijs gesmolten is op de vloer in de wachtzaal van de spoed (nee, ze hebben geen plastiek zakje ofzo, nee, ze kunnen echt niet helpen), komt de dokter me halen. Om een blad in te vullen. Met mijn linkerhand. De dokter zal me nog een paar keer over en weer doen van de wachtzaal naar zijn ruimte voor ik met getapete vingers de kliniek verlaat.
Al bij al dus geen rustige citytrip, nog meer geradbraakt dan dat ik vorige week al was, klaar voor de nieuwe werkweek! Maar Londen, don’t worry, we’ll be back!