Hiken in Irschen

We hadden anders iets meer tropisch in gedachten. De Europese kaart kleurde terug groen voor de eerste keer, dus we boekten een trip in Europa, maar wel overzee. Martinique. Een fly & drive. We vonden onszelf erg creatief, we zouden reizen in Europa, maar toch naar de Caraïben kunnen. Tja. Tegen we kunnen vertrekken zegt de luchtvaartmaatschappij het zelf af, donkerrood kleurt het gebied, en toeristen zijn niet langer welkom. Het pakket blijft staan voor een andere keer. Maar wij willen met vakantie, deze keer willen we niet wachten op postcoronatijd. Het wordt Oostenrijk, met de auto, en met Reynaert.

Na wat tips van mijn lieve vriendinnen (tevens Oostenrijkkenners) kiezen we een hondvriendelijk hotel. Wandelen en nadien beentjes onder de tafel, dat lijkt ons wel iets. Landhof Irschen voldoet aan alle voorwaarden. Een tussenstop in München breekt de heenreis in twee. Gelukkig, want het is een stevige trip.

Uitzicht van op ons terras in Landhof Irschen

En we hebben al snel een routine. ’s Morgens eerst Reynaert eten geven en efkes buitenlaten, en dan is er koffie! De eerste dagen verkennen we kruiden- en bloemendorp Irschen en omgeving, nadien pakken we de auto meer de bergen in om van daaruit een wandeling te starten. De routes zijn wel efkes wennen. Niks is hier plat, alleen omhoog om later weer naar beneden te gaan, of andersom. En dat zowel te voet, maar ook met de auto. Soms hebben we padjes die precies enkel voor 4X4 voertuigen zijn voorbestemd, en onder die categorie valt onze auto niet. Onze GPS vraagt of we zeker zijn dat we de routebegeleiding willen starten, met een icoontje bij waarbij een auto de ravijn in stort. Slik. Maar goed, we komen overal, en nergens. Prachtig is het hier. Wat een uitzichten!

Wat ons een beetje tegenzit, is de taal. We kunnen geen van beide echt goed Duits, en de Oostenrijkers kunnen niets anders. Het zou een tiktok filmpje waard zijn om ons te zien vertellen met handen en voeten (en mét geluid) dat we tijdens een wandeling voorbij loslopende paarden moesten, die met 5 naast elkaar de doorgang blokkeerden. Wat was paard nu weer in het Duits? We leren dat het soms helpt om gewoon ons Antwerps dialect te gebruiken, daar komen we al een hele stap mee vooruit.

Elke dag de bergen in, om ons nadien culinair te laten verwennen, al dan niet na een (ijskoude) plons in de zwemvijver aan ons hotel om af te koelen van de inspanningen. Na twee weken zon wordt het hier bewolkt. Tijd om naar huis te gaan. Een lange rit terug, met een tussenstop in Frankfurt deze keer. Ik moet het toegeven, de bergen hebben iets mystiek. Misschien toch eens op wintervakantie gaan?

Schrijfretraite in San Severino

We zijn februari 2020.

Ik had me, na een tip van een lieve vriendin, ingeschreven voor een schrijfweek. Ik wil al lang een boek schrijven en kom er thuis precies niet toe. Ideeën genoeg, maar de structuur ontbreekt me om eraan te beginnen. Dan roepen we toch hulp in! En jawel, in mei nog hetzelfde jaar zou ik afreizen naar Epidavros, en daar een aantal andere mensen ontmoeten die me zeker zouden kunnen helpen met mijn project.

Mijn plan was duidelijk. De schrijfdocente Bettina Drion gaat mee, met toch al een aantal romans op haar palmares, zij gaat me tips & tricks geven om dit ooit tot een goed einde te brengen. Ik weet ook wel dat ik een boek niet op één week schrijf, dus ik hou de eerste twee maanden van volgend jaar vrij voor de afwerking. Dat doe ik, na overleg met het thuisfront, dichter bij huis, in de Ardennen. Ik regel alvast het verblijf. Dromen worden waar.

Wisten we veel dat Corona hier een hele grote stok zou tussensteken. Want mei blijkt ineens niet haalbaar. Juni ook niet. Een tweede lockdown die ook de planning van het najaar bepaalt. Er wordt niet gevlogen, zo simpel is het. Het virus hakt er zo hard in, dat ook mijn plannen voor de Ardennen teruggeschroefd worden van 2 maanden naar 3 weken (Mijn persoonlijke quarantaine). Daar gaat mijn plan.

Dat mensen niet stilzitten tijdens zo’n crisis en dat het ook opportuniteiten met zich meebrengt, bewijzen Celeste en Anja. Een jaar na inschrijving krijg ik een eerste voorzichtige mail waarin ze polsen of Italië ook goed is als retraite plaats. Ze koesteren al langer de droom om een eigen plek te hebben, en vinden hun stek in San Severino. Ver weg van Griekenland. Maar ver genoeg van huis ook, dus wat maakt het mij uit, eerlijk, als ik maar kan vliegen naar een mooie inspirerende plaats. De bijgevoegde foto’s in hun mail spreken boekdelen. Griekenland komt wel een andere keer.

Het is nog even bang afwachten, maar in augustus is het dan eindelijk zo ver. 1,5 jaar na inschrijving vertrek ik, blijkbaar met 4 anderen uit Nederland, ergens naar het midden van de laars. Het thuisfront ondergaat jaloers hoe ik enthousiast wat zomerspullen (inclusief bikini) in mijn koffer gooi.

Bettina, onze schrijfcoach, herken ik al op de luchthaven in Rotterdam. Ze stapt net weg van check-in als ik er toe kom. De anderen, Gerda, Yvonne en Britta, ontmoet ik later aan de gate. Allemaal minstens 15 jaar ouder dan mij, maar de sfeer zit direct goed, en ook tijdens de week zal blijken wat een hechte groep we zijn, een steun en toeverlaat voor elkaar. Een warme ontvangst door Celeste en Anja in San Severino. (meer over hun activiteiten en exacte locatie: https://artisagreece.org/nl/onze-nieuwe-plek-in-italie/) De week verloopt ontspannen tussen de hoofdpersonages, een stiltewandeling, voorleesavonden, perspectieven, een individueel consult en verhaallijnen door. Met ’s morgens yoga om de dag goed te starten, de dagelijkse regelmatige afkoelmomenten in het zwembad en de creatieve vegetarische schotels van Celeste vliegt de schrijfweek voorbij. Het is een luxe retraite! Doe daar nog een bezoekje aan Tolentino en Porto Recanati bij, en deze schrijfweek kan niet meer stuk.

Met mijn storyboard op zak, en brokje 1 geschreven, nagelezen en herwerkt te hebben, ga ik met een voldaan gevoel naar huis. De kop is eraf.

Cuba: La Perla Del Caribe

Oef, de auto staat er nog, met wielen en al (lees eerst het eerste deel van Cuba: De roze bril van Cuba). Op weg naar Viñales. Daar leren we dat een plas soms niet gewoon een plas is, maar een gat in de baan. We snappen ineens waarom ze een platte band niet willen verzekeren. Het is een echte uitdaging op de baan. En dan worden we tegengehouden. ‘I need your help.’ Nee, geen lifters. Tja, als hij dan een badge voorhoudt, zijn we toch wat onder de indruk (onterecht blijkt later) en zitten we een beetje later, tegen alle regels in, met drie in de wagen. We worden uitgenodigd op de plantage, in ruil voor het vervoer krijgen we een koffie, en een sigaar. Illegale sigarenverkoop, dat is het. De vriendelijkheid verdwijnt als sneeuw voor de zon. Als we dan toch met nog wat meer sigaren onze reis verderzetten, zien we de volgende slachtoffers al richting de plantage rijden. Another one bites the dust. Cubanen zijn plantrekkers. En eigenlijk kan je ze het zelfs niet kwalijk nemen.

Viñales

Con Caballo? Si. Een must do in Viñales is het Nationaal Park bezoeken. Viñales is groen. Prachtig. Midden in het park een lagune (waar je dan uiteindelijk niet in mag zwemmen omdat een Israëli er drie maanden geleden in is verdronken). En wat is beter dan dit park met een dagtocht te paard te ontdekken. Slik. Ik ontdek pas dat caballo paard betekent als de cowboy ons ’s morgens oppikt. Het wordt een dag van rum, sigaren, schrik (zowel ik als het paard) en ongemakkelijkheid, om tevreden (maar stijf) af te sluiten met een mango en bananen daiquiri in de lokale pub. Viñales is de place to be voor rugzaktoeristen. Een marktje van 6 kramen, en een paar cafékes. Meer heb je eigenlijk niet nodig. Weetje: alle merries zijn van de staat, dus je krijgt enkel hengsten om mee te rijden. En zo allemaal hengsten onder elkaar… soit, you get the point.

Cienfuegos

‘Can we come with you?’ onze buren in de casa particular de Creste El Pelotero in Viñales. Een jonge gast met zijn tante, met de rugzak, ook op weg naar Cienfuegos. Ah, waarom niet? We beginnen ons al echt als Cubanen te gedragen, zo de regels aan ons laars lappen. Casa El Capital. De huizen zijn hier echt prachtig. De auto staat op straat, maar wordt voor 2 CUC bewaakt, zo doe je dat hier. Meestal kan je in een casa eten, bij de particulier (aanrader!), maar ze heeft niets voorzien voor vanavond, dus stuurt ze ons door naar familie van haar die een resto tentje hebben. Met live muziek. Zo doe je dat hier. In Cienfuegos kan je zelf een kroegentochtje doen, vanuit elke bar klinkt een ander live bandje. Place to be, definitely!

Cienfuegos is op een schiereiland, dus we laten ons door een bicitaxi voeren naar de Punto, het puntje van het eiland. Prachtige huizen hier. Kastelen bijna. De kloof tussen rijk en arm kan niet groter zijn denk ik dan. Palmbomen en stranden, precies Cuba uit de boekskes!

Trinidad, Unesco Werelderfgoed

Op de baan gaan met de auto blijft een uitdaging hier. We beslissen nu echt niemand meer mee te nemen, al willen nu de mensen vooral dat we bananen en andere spulletjes kopen; zó graag dat ze tot voor onze auto lopen. Ook lopen er hier veel krabben op de baan, die wil ik ook het liefst ontwijken. Hoe dichter bij het centrum, hoe meer mensen die nu heel graag willen dat we in hun casa komen logeren. Wij hebben beslist naar Casa Colonial El Patio te gaan, en daar moeten we dan weer naar zoeken. Maar eenmaal gevonden, de mooiste casa ever! We leren weeral iets meer over Cuba hier. De Cubanen moeten wel plantrekkers zijn en ergens proberen hun geld mee te verdienen, zo heeft deze dokter dan maar een casa gemaakt van zijn huis, uit gebrek aan werk. Iedereen probeert iets mee te pikken uit de toeristensector; eten maken, iets verkopen, hun huis openzetten, pizza op straat,… noem maar op. Iedereen wil CUC’s, de toeristenmunt, daar kan je meer producten mee kopen dan met de pesos. Fidel mag dan een held genoemd worden, is (of was) hij wel goed voor zijn bevolking?

Onze auto veilig in de garage, ik ben blij dat we die de volgende dagen weer kunnen laten staan. Trinidad is een stad om te voet te verkennen, met goede basketters, want ’t zijn enkel kasseien en trappen. Wel heel charmant. Een echt doolhof, om de piraten te misleiden. En ons ook. In Bar Canchácharra drinken we de lokale cocktail van hier, ja, Canchácharra, op basis van rum natuurlijk. En dat onder begeleiding van super muzikanten met hun live bandje. Ze hebben talent hier!

Sancti Spiritus

Een klein Trinidad, maar dan zonder kasseien, maar minstens evenveel mooie koloniale gebouwen. En minder toeristen weer. ’t Is zondag, en dat zullen we geweten hebben. Op het plein in het centrum van de stad staan allemaal tafels, veel bier, veel rum met een beetje cola, en er wordt gezongen en gedanst. Ondanks de miserie die ze toch wel kennen hier, kunnen de Cubanen genieten! En wij genieten met ze mee.

Camaguey

No, no es possible. Deze keer volharden we, we nemen niemand mee, dus de agent laat ons dan maar gaan zonder iemand extra op de achterbank. Eenmaal in het centrum, betalen we veel te veel aan een fietser die ons de weg naar de casa particular wel wil tonen. Bij het zien van pesos wordt hij echt kwaad. We laten ons, een beetje uit schrik dat hij iets aan onze auto doet de volgende dagen, voor grof geld afzetten. Zijn dag is goed, die van ons (efkes) wat minder. Mogen we blijkbaar al blij zijn dat we wel aan de juiste casa staan. Ze zijn toch vindingrijk, hij zou een officiële gids der toerisme zijn. Yeah right! Van de auto verdwijnen gewoon elke dag wat meer letterkes vanachter, in plaats van Geely staat er nu nog Gee. Van de andere letterkes geen spoor. Es una experiencia, stelt onze gastvrouw ons gerust.

In Camaguey laten we ons met een bicitaxi rondrijden, om zo de stad te bezoeken. Deze neemt zijn tijd, en geeft ons uitgebreid alle uitleg van wat hij zelf kent van de stad. Er zijn er die toch iets willen doen voor hun geld. Veel gallerijen, veel kunst. De kunstenaars zelf die er zijn laten hun werk zien, en hun atelier. Alles om je verblijf in Camaguey aangenaam te maken! Internationaal bekend is Martha Jimérez, die werkt rond de thema’s vrouw, vruchtbaarheid en vrijheid. Een madam naar mijn hart. ‘t Is dat de valies vol zit en al zwaar genoeg is, anders had ik misschien wel een van haar bronzen werkjes gekocht.

Santa Clara

Onderweg naar Santa Clara een tussenstop in Remédios. Dit is een prachtig stadje, met een mooi plein. Een stressfactor is altijd iemand vinden waar we de auto in bewaring kunnen zetten (tegen betaling natuurlijk). Daar steken we altijd wel wat tijd in. Eenmaal dat gebeurd is, kunnen we de stad ontdekken. Hier zijn amper toeristen, dus we hebben weer heel het restaurantje voor ons alleen, met een privé live band. Onze collectie CD’s thuis wordt uitgebreid met gekopieerde cdkes van al die live bandjes hier (a ja, je moet toch iets geven!).

50 km verder is Santa Clara, hier is Plaza de la Révolution, met het museum rond Ché Guevara, de grote held. Hier brandt de eeuwige vlam voor hem (echt waar). Een verplicht schooluitstapje voor iedereen in Cuba. Het museum is niet zo uitgebreid, wat foto’s en teksten, maar het gebouw zelf is wel indrukwekkend.

Hier brandt de eeuwige vlam voor Ché Guevara

Het beloofde paradijs

En dan sluiten we onze trip af op Playa Jabacoa, om ook het Cuba uit de boekskes te doen. Vlak aan het strand, een prachtig hotel Memories Jabacoa Resort, efkes relaxen na onze toch wel intense ervaring. En dat we hebben bijgeleerd; we rijden los een politieagent voorbij die ons wil laten stoppen, niet meer met ons! Als dat maar goed komt denk ik nog even. Dit hotel is het enige op onze reis waar we niet onderweg naar moeten vragen, overal staan bordjes ernaartoe. De auto brengen we gelukkig met vier wielen terug binnen, wel zonder de lettertjes GEELY achteraan. No problem.

Uitzicht vanuit onze kamer in hotel Memories Jibacoa Resort

Mijn tips voor een trip naar Cuba:

  • Cuba is prachtig, maar besef dat je eigenlijk naar een derdewereldland reist;
  • Mensen mogen er niet zomaar weg, enkel op uitnodiging, dus als je single bent, je weet wat je te wachten staat;
  • Iedereen probeert zijn centje (CUC goed te verstaan) bij te verdienen, de ene al oneerlijker dan de andere;
  • Cuba is meer dan de stranden van Varadero alleen, een prachtig land, met potentieel, maar een verschrikkelijk oneerlijk beleid.
  • En, als je de locals een plezier wil doen, neem dan zeepjes en stylo’s mee! 😊
  • Iemand die gaat en de ‘Guía de Carreteras de Cuba’ wil lenen? Laat weten!

De roze bril van Cuba

Languit aan een zwembad, uitkijkend op een magisch strand met golven en palmbomen, ondertussen slurpend aan een Cuba Libre, dat is zo ongeveer de reclame voor een reis naar Varadero. Ik wil ook naar Cuba, maar dan wel om wat meer van het land te zien dan enkel wat ik al ken uit de reclamefolder. In 2016 is het dan ook zover, we huren een auto om het land te doorkruisen, en we zullen overnachten in Casa Particular, gezellig bij de mensen thuis.

Eerst Havana. De Hoofdstad. Tot laat in de nacht wordt er gezongen op straat, Cuba is dan ook de parel van de Caraïben, met muziek overal. Dat kan je redelijk letterlijk nemen. Ook later in alle restaurantjes of cafés waar we binnenkomen wordt er gedanst en muziek gespeeld.

Het zou Cuba niet zijn als je op deze reis geen onverwachte dingen tegenkomt. Op de luchthaven worden we al geoefend op geduld, hier mag alles wat trager gaan, dat zullen we deze reis nog leren. Cuba is het land van Mañana. We waren ook gewaarschuwd, en hadden er over gelezen, maar toch laten wij ons ook dag 1 van Cuba in het zak zetten. ‘Een vuurtje bij?’ Vraagt een toevallige passant. Tja, dan moet je die typische Cubaanse sigaren toch eens proberen? Tu ne connais pas la Casa de la Musica? Je vais le noter, viens avec moi pour un stylo. En ’t is gebeurd. Geen ontkomen aan, dus even later zitten wij een Cubaans koppel te trakteren in een café en sigaren te roken. We zijn ook niet de enige Westerlingen die hier de foto’s van Ché Guevara en Fidel komen bewonderen onder begeleiding. We worden massaal in de cultuur mee opgenomen en betalen met plezier voor de drankjes en de sigaren. En ’t zal deze reis nog niet de laatste keer zijn dat we meer betalen dan dat eigenlijk moet. Ah, een lekkere Daiquiri in een van de Hemingway Pubs ( je hebt er twee: Bodequita El Medio, en  Bar Frolidita) maakt veel goed.

Cuba heeft twee munten, de pesos cubanos, de munt voor de locals en de CUC, de toeristenmunt. Uiteraard zijn ze niet evenveel waard, wat had je gedacht. Onderhandelen in de ene munt en dan betalen in de andere, tja, een aantal Cubanen zijn er maar goed mee. Trouwens, met pesos zijn de Cubanen niet tevreden, ze kunnen met die CUC veel meer kopen, en, ze durven echt wel kwaad worden als je pesos bovenhaalt. A ja, van de 5 bancontacten werkt er meestal maar 1. Je bent gewaarschuwd!

Havana is een prachtige stad. Maar echt maar beperkt gerenoveerd. Je ziet inderdaad de klassieke bakken rondrijden, en op het plein in de oude stad zelf is er precies elke dag een oldtimershow. Tropische temperaturen, en allerlei vervoermiddelen om je van her naar der te brengen. De bicitaxi’s zijn echt heel handig, en hebben zelfs zeilen zodat je redelijk droog ergens geraakt bij een van de regelmatige fikse pletsbuien. Ook hier is de gouden regel: onderhandelen en onderhandelen. En dit best van de eerste keer in de juiste munt.

Als we vragen om het tijdstip van het afhaalmoment van de auto wat later te zetten, leren we de grenzen van Cuba: ‘In Cuba, something like that is not possible.’ Tja, dat maakt dus dat we ’s morgens onze Geely (Chinese auto, nog nooit gezien!) ophalen, en van Havana Nuevo terug naar Havana Vieja rijden. Smalle enkelrichting kasseibaantjes tussen fietsen, fietstaxi’s en brommerkes, paarden, voetgangers en karren. Precies of we rijden hier als enige met een auto rond.

Nog een paar regels om in Cuba rond te rijden met een gehuurde auto:

  • Neem geen lifters mee, dit werkt voor Cubans, maar niet voor toeristen;
  • NIEMAND stapt mee in de auto (telt dat ook voor de politie?);
  • Zet je auto ergens veilig; voor een ‘flat tire’ zijn we niet verzekerd, al de rest wel, maar je wil je auto ’s morgens niet zonder wielen ergens terugvinden;

Tja, hoe maak je in het mooie Cuba afspraken, in het land van Mañana? Lees Cuba: La Perla Del Caribe voor het vervolg van onze rondreis!

Sicilië is…

Verdwalen in Erice; City of Love and Science;

In diezelfde stad uitschuiven op oude Romeinse stenen;

Grillo (lekkere witte wijn van de druif Grillo) drinken op het strand;

De ‘Scala dei Turchi’ beklimmen naar het einde van de wereld;

Urenlang genieten met zicht op zee.

Een van de mooiste reizen die ik al maakte binnen Europa is een roadtrip door Sicilië. Geen files (wel veel wegenwerken), veel olijfbomen en druiven, citroen- en appelsienbomen, en culinair! Niet te doen! Het is echt het hoofdstuk Eat uit ‘Eat Love Pray’ van Elizabeth Gilbert, in Italië, daar kan je lekker en vers eten! Echt een topreis!

Natuurlijk gaan we niet alleen om te eten. We willen ook cultuur opsnuiven. Sicilië is op dat gebied ook de place to be. Met onze Citroën C1 is alles bereikbaar. We starten in Trapani. De oude stad heeft steegjes, grote oude houten poorten en horeca, en komt uit op een prachtig strand. Wij gingen in de maand mei, en dan ben je nog voor de grote toeristische rush. Hoe heerlijk om hier overal te slenteren, we gaan instant een tempo lager. Met de auto ben je direct uit de stad, en zie je niet anders dan bergen, bossen, zee, prachtige uitzichten en wijngaarden. Erice, City of Love and Science, is makkelijk te bereiken. Een historische stad waar veel nog dateert uit de middeleeuwen, trappen, kastelen en oude gebouwen, kortom, deze stad is een aanrader!

In Porto Empedocle, onze volgende stop, kan je de Scala dei Turchi op. Door weer en wind is een natuurlijke trap uit een soort witte kalksteen ontstaan. Het is ongelooflijk. Eenmaal ik boven ben, sta ik werkelijk verstomd wat ik zie, en ik vind dat ik nu toch al wel wat mooie dingen gezien heb. Dit is werkelijk ‘ridiculously beautiful’! Echt een plaats waar je stil van wordt en tot de essentie komt. We hebben deze reis nogal wat gefilosofeerd!

Iets wat je niet mag overslagen als je hier bent, is Valle Dei Templi, in Agrigento. Vallei van de tempels. En dat mag je redelijk letterlijk nemen. Dat is werkelijk een prachtig domein vol cultuur, niet alleen tempels, maar ook necropolissen, graven en stadsmuren. Groot dat het is! Trouwens Unesco Werelderfgoed. Wij maar zoeken naar het Archeologisch Museum, blijkt dit nog buiten het domein te liggen.

Siracusa, nog zo’n stad die je moet zien. Dit is de stad van Archimedes, die in zijn bad EUREKA riep, sindsdien leren wij op school over de Wet van Archimedes. Ruïnes van een amfitheater en een Greek Theatre tot het grote oor van Dionysius. De ruïnes gaan gewoon door tot in de oude stad, waar je in een visserstadje komt, met extreem lekkere verse vis op zo’n mega gezellige terrasjes! Een marktje staat er, en je komt dan voorbij Tempio Di Apollo. Ik vind de combinatie de max! Wij drinken vandaag de dag nog altijd Nero D’Avola, en denken dan terug aan deze reis! Weet je nog?

En groots op Sicilië is natuurlijk de Etna. En, blijkt dat we altijd een goede timing hebben (in Porto waren we tijdens UEFA Nation League: Porto en hooligans), want de dag dat wij de Etna willen bezoeken, is alles afgesloten voor de Giro. Ok, we komen morgen wel terug. Het is echt een reis die aanvoelt alsof we alle tijd van de wereld hebben. We bezoeken Taormina en Zafferana Etnea in afwachting van de top van de Etna, gezellige stadjes, vooral Taormina heeft charme met al zijn trappen en nieuwe asfalt. Het is trouwens een echte winkelstad, en de horeca geniet er mee van. Wij ook. Zafferana heeft een gezellig pleintje tussen de Etna en de zee, met een prachtig uitzicht.

De vulkaan Etna is nog steeds actief, en als wij er zijn nog net iets actiever. Vlak voor we vertrokken barst hij nog uit, dus ze zijn extra voorzichtig om ons naar boven te laten gaan. Een ticketje is ook niet goedkoop, maar goed, een vulkaan doe je dan ook niet elke dag. Eerst met de kabelbaan, en dan nog met busjes verder tot op een hoogte van 2800m. Onder begeleiding van gidsen lopen we rond op nog warme lava, precies een wandeling op mars. Je ziet de sporen van de lava op de flanken van de Etna, maar ook de vele druiven voor de lekkere Etna wijn!

Onze rondreis zit erop. Rest ons enkel de hoofdstad Palermo te doen, dat wordt nog eens een citytrippeke!

P1060666

 

 

Maleisië met al zijn rijkdommen

Kuala Lumpur is een wereldstad in wording (lees het hier in mijn blog) maar ook de rest van Maleisië heeft heel wat te bieden! Een rondreis door een minder bekend Aziatisch land.

Wie wil er nu zijn verjaardag niet vieren in Malakka, UNESCO World Heritage Site? De dag beginnen met verse kokosnoot, spirelo potato met zout, gebakken banaan, watermeloen,… en verderzetten met buckets beer en groene curry’s. Streetfood rocks! Mjammie! De oudste tempel van de hindoes is hier in Malakka, daarnaast een Boeddhistische tempel, en daarnaast een moskee. En een kerk. ’s Avonds wordt het Disneyland voor volwassenen, met een cruise op de rivier, een night market en fietskes met lichtjes en met nog meer muziek dan op de cruise, en versiert met Hello Kitty. Misschien een beetje overdreven voor Unesco… (en voor ons ook).

En dan terug meer noordelijk het binnenland in langs de Cameron Highlands, het theegebied van Maleisië. We doen een tussenstop in Bidor, her en der gaat het verkeer hier ongelooflijk traag. En dan merk je dat ze hier nog niet veel toeristen gewoon zijn. In het lokale restaurant worden we aangestaard, en het is met handen en voeten uitleggen wat we willen en niet willen eten. Maar eenmaal dat gelukt is; heel lekker!

En dan de oudste jungle van de hele wereld opzoeken (echt waar), we trekken naar Taman Negara. Van groen naar groener en groenst. Wat een paradijs hier! De invloed van de Islam is voelbaar tot diep in the bush, vooral aan het feit dat er geen alcohol verkrijgbaar is in ons hotel. Er is een teambuilding bezig in een van de zalen van het hotel, en een aantal mannen maken dankbaar gebruik van het zwembad. Tot ik erin ga, dan is het net of er een virus vrijgelaten wordt in het water, zo snel zijn zij eruit. Goed, het zwembad voor mij alleen dan.

Hou de ramen dicht van je kamer, verwittigt het kamermeisje ons nog. Er zitten veel apen. Euh… nog niks te zien. Tot we na de wandeling terug in de kamer komen, en een stel makaken ons raam probeert te openen! Bangelijk! Alhoewel, zo dicht moeten ze nu ook niet komen. Maar wat een rijkdom en diversiteit in de jungle! Alles in een groter formaat dan dat wij thuis kennen.

P1080051

En dan laat ik me toch overtuigen om een Lymphatic Drainage massage te laten doen. Slik. Dat doe ik dus nooit meer. Ik moest de masseuse in kwestie een paar keer met een gemeende ‘au’ tot de orde roepen, en de blauwe plekken hebben me nog dagenlang achtervolgd. Pijnlijk! Bleek ze tevens een Mystic Therapist te zijn, met wat voorspellingen voor mij. You will get rich by helping others. We’ll see.

P1070902
Het beruchte massagesalon

De volgende stop is Batu Ferringhi op het schiereiland Penang. Bijnaam: Parel van de Oriënt, maar helaas met een zo vervuilde zee dat je er niet in mag zwemmen. Maar het is er wel prachtig en het kan heerlijk dienst doen voor mooie strandwandelingen. En, veel streetfood! Onderweg langs de kant van de weg veel aapjes. Die zitten er natuurlijk omdat er veel afval (en eten) uit de auto’s gegooid wordt; wanneer gaan we eens allemaal leren dat je wilde dieren beter geen eten geeft, zo nemen ze ook teveel risico’s met hun kleintjes naast de baan. Hier zitten ook wilde olifanten, die hebben we (helaas of gelukkig?) niet gezien.


Maleisië is een prachtig land, met nog veel mogelijkheden. (Nog) niet zo toeristisch als Thailand bijvoorbeeld, maar voor mij heeft dat net wel zijn charme.

Kuala Lumpur: wereldstad in wording

Vroeger was ik altijd goed voorbereid voor ik op reis vertrok. Reisboeken, vanalles in aangeduid, en op weg! Zeker als ik naar een ver en vreemd land vertrek waar ik niet eerder was. Dat heb ik nu afgeleerd, ik laat de dingen gewoon op mij afkomen, veel leuker! Gewoon een startpakket: vlucht en 2 dagen hotel in de stad naar keuze. Uit het beetje dat ik gelezen heb over Maleisië, wil ik vooral de volgende dingen kunnen afvinken na deze reis:

(Thee)drunk worden;
Nippen aan een cocktail in een skylounge; (ok het is een koffie geworden, maar goed)
Tempel bezoeken;
Oudste jungle van de wereld bezoeken;
Pikant eten (streetfood).

En of het gelukt is!

Eerst de stad Kuala Lumpur, en dan met een huurauto het land door. Strak plan. De eerste verrassing komt al op de luchthaven, de chauffeur die ons naar het hotel in de stad brengt, stapt rechts in. Ok, dat wordt dus links rijden. De stad is nog volop in opbouw. Het is zeker nog geen Bangkok, maar heeft wel het potentieel ervan. Overal nog skyscrapers in aanbouw, ook aan de voetpaden moet nog gewerkt worden. Het is absoluut (nog) geen voetgangersstad! Maar de Petronas Twin Towers doen hun ding, dag en nacht, met licht en muziek! Onder de torens een van de meerdere shopping centra die de stad rijk is. En ze hebben een Chinatown. De Islam is hier goed vertegenwoordigd, al is het gematigd, laten we ons vertellen door een local, hij doet 5 keer per dag zijn ‘oefeningen’, en bier drinken mag, maar zat worden niet. Aan het aantal moskeeën en het bijhorende gezang uit de minaretten zal het niet liggen.

Er is één ding dat we niet willen overslaan nu we hier toch zijn. De Batu Caves. Dit is een hindoetempel, in een grot, iets buiten het centrum. Hier is nog jaarlijks een festival van Hindoes, die dan met haken door het blote vlees van hun rug -zelfkastijding noemt zoiets- de trap opstrompelen voor hun geloof. Sommigen hebben veel over voor hun goden denk ik dan. Verschillende kraampjes waar je fruit en andere lekkere dingen kan kopen om de aapjes uit de buurt te houden op de trap. Er zijn boven werken bezig aan de tempels, dus je mag altijd een emmertje mee naar boven sleuren! En ok, het gouden beeld is wel indrukwekkend (42 meter hoog) en het zicht op de trap, de aapjes en gewoon deel uitmaken van het geroesemoes van locals en toeristen is best boeiend, maar ik zou het nu toch geen topattractie noemen.

Het zit hier werkelijk vol makaken! Als je ze niets geeft, moet je opletten dat ze ook niet gewoon zelf iets pakken! Brillen, kleine tasjes, je kodak,…De stouterds hebben geleerd te pikken en dan te ruilen voor nootjes of bananen.

We lopen verloren op weg naar het autoverhuurbedrijf; zijn we eindelijk weg buiten de stad, moeten we terug de stad in want de bril ligt nog op het nachtkastje. En we hebben geen kaartje gekocht om de tol te betalen. Maar ok, alles kan opgelost worden.

En eenmaal buiten de stad ziet de wereld er ineens helemaal anders uit! Groen vooral! Dat kan je hier lezen in deel 2, de rondreis zelf.

De zwarte bladzijde van Cambodja

De rit naar Phnom Penh gaat meestal over asfalt, maar ook regelmatig over zandpaden. Langs verschillende dorpen, met allemaal hun eigen lokale markt. De gewone zaken zoals (véél) vlees aan haken, veel groenten en fruit, maar ook bakken vol gefrituurde kakkerlakken, schorpioenen, spinnen en slangen. ’t Zijn tussendoortjes, voor bij de aperitief. Ik hou het dan maar bij chips. Ik schrik me een ongeluk als een vrouw met een levende (echt grote!) spin om me afkomt en hem op mijn lijf wil zetten. Van een verkooptruc gesproken. Ze zet hem dan maar op het hoofd van een jongen, die er amper van opkijkt. Ze moet met mij lachen. Als ik zie dat ze een plastieken zakje vast heeft met nog zo’n tiental lieverds, maak ik me toch maar uit de voeten.

In Phnom Penh is het een drukte van jewelste. Scooters, auto’s, fietsen en tuk-tuks… allemaal door elkaar. Een stadstoer staat op het programma. Alleen, het Chinees Nieuwjaar eist de meeste aandacht op. Jongemannen met volledige gespeende varkens lopen op en af naar de tempel. Het lijkt erop dat ze hun koteletten en eitjes bakken op de verschillende -door de temperatuur- warme stenen en beelden. Nee, het zijn offers. Ik kan niet nalaten te denken wat een verspilling dit is, en dat dieren hiervoor moeten sterven om dan in stukjes op de kop van een stenen leeuw te belanden. Nog zo’n bijgeloof voor meer geluk: kleine zwaluwen worden gevangen en verkocht om terug vrijgelaten te worden. Niet aan mij besteed.

Je kan in Cambodja niet voorbij aan de horror die ze nog maar enkele jaren geleden meemaakten. We hebben allemaal wel gehoord van Pol Pot en de Killing Fields. Eerst bezoeken we Tuol Sleng, midden in het centrum van Phnom Penh. Dit is een vroeger schoolgebouw dat in de tijd van de Rode Khmer werd gebruikt als verhoorkamer en gevangenis. Dankzij een overlever, Chum Mey, weten we wat hier gebeurd is. Iedereen die maar een beetje had gestudeerd werd hier naartoe gebracht, en veroordeeld tot het bekennen dat ze spionnen zijn van de CIA of KGB. Van zodra dat ze dat deden, werden ze naar een Killing Field (één van de 413! voor zover we nu weten) gebracht en werden op gruwelijke wijze omgebracht (lees: een kogel is te duur). Diegenen die niet onmiddellijk bekenden, werden gefolterd, om alsnog geblinddoekt hun bekentenis te ondertekenen, en alsnog op een Killing Field terecht te komen. Meestal ’s nachts, onder begeleiding van een muziekje, om het gekrijs te overstijgen en eventuele pottenkijkers te ontmoedigen. Niks aan de hand.

Ik kan bijna niet beschrijven hoe dit erin hakt bij mij. Deze plaats ademt de horror nog uit en maakt iedereen stil. De foto’s spreken boekdelen, de foltertuigen nog meer. Onze gids vertelt ons zijn persoonlijk verhaal hoe zijn familie uit mekaar gerukt is, net zoals zoveel andere Cambodjaanse families. Dit land heeft pijn. We ontmoeten een van de vier kinderen die net op tijd bevrijd zijn. Ik krijg er geen woord uit. Met die brok nog steeds in mijn keel, rijden we met de tuk-tuk naar een van de vele Killing Fields. Het is hallucinant om te zien. Je loopt over houten bruggetjes, met onder je nog allemaal resten van lijken en kledij. Als het zand verder wegspoelt bij een heftige regenbui, wordt des te meer zichtbaar. Ik kan het niet laten te denken dat ik blij ben dat het vandaag kurkdroog is. De Killing Tree, waar ze kinderen tegen doodslaan om dan in de put ernaast te dumpen, hangt vol kleurrijke armbandjes van toeristen. De wens van de Khmer (bevolking Cambodja) is dat we dit verhaal zoveel mogelijk delen, zodat dit nooit, maar dan ook nooit, en nergens in de wereld nog mag en kan gebeuren! Bij deze.

My feeling at that time was that I knew I woud be dead. I was really terrified, and I was scared of being electrocuted. Like I said, I could tolerate the pain form being beaten and having my toenail pulled out, but not being electrocuted. That was too much for me. They attached a wire to my left ear and it was like my head exploded. Kuk-kuk-kuk-kuk-kuk-kuk! My head felt like a machine and my eyes were on fire. I fell on the floor unconscious two times. When I woke up I started telling them what they wanted to hear. (Chum Mey, The Triumph of an ordinary man in the Khmer Rouge Genocide)

Na deze zwarte dag staat er wat cultuur op het programma. Er is een Nationaal Museum in Phnom Penh, met veel intacte beelden, en we bezoeken ook de Royal Palace met onder andere de met 5000 zilveren tegels beklede vloer in het Silver Pagoda. Phnom Penh heeft potentieel, maar heeft nog een lange weg af te leggen om een metropool te worden zoals Bangkok.

We reizen verder naar Sihanoukville. Cambodja heeft zijn eigen land (jammer genoeg) grotendeels verkocht aan rijke investeerders, deze regio blijkt volledig van de Chinezen te zijn. Heel deze stad is een grote werf, ze hebben duidelijk grootste plannen. De waarom is niet ver te zoeken, van hieruit vertrekken de ferry’s naar de tropische eilanden die Cambodja (alé, grotendeels China) rijk is. Wij reizen verder naar het kleinste eiland, Koh Rong Samloem op 45 minuten met de ferry. ’t Is hier nog echt primitief en totaal niet georganiseerd. Onze ferry vertrekt 3 uur later dan voorzien, maar het lukt ons uiteindelijk wel om van de ferry in een kleiner motorbootje te stappen en ons zo te laten droppen op het strand vlak voor ons hotel. Witte zandstranden, helderblauw lauw water, dagverse vis, zalige strandwandelingen en een tocht door de jungle die het eiland rijk is. We nemen de tijd om te bekomen van de pracht en horror dat dit land te bieden heeft.

Terwijl we wachten op de ferry om ons op te halen en terug te brengen naar het vasteland, worden we getrakteerd op een fikse regenbui. Dat verklaart de prachtige jungle op deze eilanden. Van de ferry in de auto, van een klein vliegtuig naar een Airbus om terug huiswaarts te keren.

Wat een prachtige en boeiende reis.

Lees ook mijn andere blog over Cambodja: Cambodja: wat een koninkrijk!

New York in Style

Ik was al eens in NY in 2011, dat kan je lezen in Someone sleeps tonight. Nu zijn we 2019, maand mei, eens kijken hoe NY er nu uitziet!

Voor terrasjes moet je niet naar daar gaan, die hebben we hier veel meer dan daar. Maar voor al de rest blijft NY the place to be! En deze keer zijn we georganiseerd; we hebben tickets voor Ellis Island, en voor de opera Rigoletto. Dit zijn zaken die je best van thuis uit al regelt, de kans is anders groot dat je geen plaats meer hebt. En, we willen weer alles uit deze week halen. Check!

Het is toch weer koud voor de tijd van het jaar, we hebben echt onze dikste jas nodig voor het bezoek aan Ellis Island. De boot zit overvol, zou dat ook zo geweest zijn toen de eerste immigranten hier aankwamen? De eerste stop is Liberty Island, met het bekende Statue of Liberty. We hebben tickets tot de Pedestrial (de voet), dus wat klimwerk te doen. Een beperkt aantal mensen mag nog hoger, daar hadden we dus geen tickets meer voor. Maar het uitzicht vanop de Pedestrial is ook al magisch. Zoals gezegd, van op het water heb je het beste zicht op de skyline van NY!

En dan vind ik de tickets niet meer, zitten we daar vast op dat eilandje. Dat overkomt mij nooit, behalve nu dus! Gelukkig geen probleem, we mogen zonder tickets de boot op richting Ellis Island; je was immers al niet tot hier geraakt zonder ticket verzekeren ze ons. Oef! Dit eiland is een museum, best indrukwekkend, met foto’s en tekst over de geschiedenis van immigranten in Amerika. Je kan ook zoeken naar je voorouders op naam; ik moet hier zelf toch verre familie hebben, zoveel ‘Van Reeth’en’ te vinden!

NY heeft best wat groene longen. We komen op Bryant Park op een kunstmarktje terecht, gezelligheid troef! En, al veel gehoord en gelezen over de High Line, dat moeten we proberen. Ja, wel wat groen, maar druk! héél druk! Voor de mensen die daar in zo’n chique appartement wonen met terras moet dit wel minder leuk zijn! ik zou dit de volgende keer overslaan, en rechtstreeks naar dat restaurantje ‘Catch’ lopen voor de overheerlijke verse vis.

Nog twee toppertjes: we kleden ons op, om Rigoletto te zien, een opera van formaat in The Met. Eerst een lekker gerechtje in het bijhorende restaurant (a ja, in stijl he) en dan genieten maar! Deze keer niet met hoge hakken een paar blokken lopen door NY, nee, een taxi nemen is best te doen. Zonder zere voeten deze keer. Uiteraard moeten we ook een museum meepikken nu we hier toch zijn. De keuze valt op MoMA, the Museum of Modern Art. Het is een regenachtige dag, en is het nu daardoor, of is NY steeds drukker aan het worden? Het aantal mensen aan de bull laat me het laatste geloven.

Ons lijstje met ‘to do’s’ is nog steeds niet afgewerkt! Al hebben we nu wel boeken- en platenwinkels bezocht, we willen nog een jazz kroegentocht doen, en zeker ook eens over de Brooklyn Bridge lopen. En kunstgalerijen! En rooftops! Misschien dat we toch nóg eens terugkomen! NY is leuk!

 

 

 

 

 

 

Cambodja: wat een koninkrijk!

Iedereen kent Cambodja van de Angkor Wat, de grootste religieuze tempel van de wereld. Maar Cambodja heeft nog zoveel andere troefjes. Wij gingen er op roadtrip, en brengen prachtige verhalen mee van een land dat recent een grote horror kende.

‘Zelf een auto huren in Cambodja? Dat heb ik nog nooit gehoord!’ zo reageerde het reisbureau als ik mijn plannen uit de doeken deed. Niet mogelijk dus. Later zal ik begrijpen waarom, het verkeersreglement bestaat hier amper tien jaar, en geen kat die er rekening mee houdt. Je rijdt gewoon waar je wil. Dat resulteert in een paar bloedstollende ‘adem-inhouden-momenten’ op de achterbank als onze chauffeur weer eens een gek manoeuvre maakt tussen de andere weggebruikers, waaronder koeien en véél brommerkes.

Onze eerste stop is Siem Reap, tegelijk het meest toeristisch omdat hier, jawel, de Angkor Wat te bezoeken is. En dat dit een place to be is, is niet overdreven. We worden ’s morgens voor zonsopgang opgehaald, ’t is nog pikkedonker, en zien het licht worden bij dit prachtige monument. Wel tezamen met een paar honderden anderen, maar toch nog steeds even indrukwekkend. Onze lokale gids kent dit terrein op zijn duimpje, dus loodst ons met gemak voor en tussen de drukte door naar alle beste plekjes, boven op de torens, en tussen de nissen door voor de beste uitzichten. Tegen we om acht uur terug naar ons hotel gaan voor ontbijt, hebben we al 6000 stappen gezet!

P1040010De volgende dagen verkennen we het terrein en zien verschillende tempels, de ene al groter en magischer dan de andere. Van Angkor Thom naar Terrace of the Elephants, van Bayon en Baphuon naar Ta Prohm. Deze laatste is ongelooflijk, overgroeid door grote Kapok Trees. Ook de Roluos Group Temples komen aan bod. Het is een groot terrein, waar we ons met een tuk-tuk overal naartoe laten rijden, om dan de tempels te beklimmen. Wat een heerlijke tijd. Dit is vakantie!

De avonden in Siem Reap vullen we met een bezoekje aan de Night Market (niet echt ons ding) en de Pub Street. Live optredens, en heerlijke gerechtjes, zoals amok. Met veel kokosmelk, maar zachter van smaak dan de typische Thaise curry’s. Al is onze ervaring dat je beter een restaurantje zoekt in de zijstraatjes van Pub Street. Deze laatste is een straat vol horeca om toeristen het naar hun zin te maken, met in de restaurantjes een prentenboek; van biefstuk friet tot lasagnes, van rijst tot salades, teveel om het allemaal kwalitatief te kunnen aanbieden. Niet de Cambodjaanse stijl. Een tip die in meerdere landen van toepassing is, ga waar de locals gaan; gegarandeerd lekker en vers eten! A ja, de gefrituurde spinnen en slangen die ze op straat te koop aanbieden (ook weer voor de toeristen) hebben we maar overgeslagen.

Op stap gaan met een lokale gids heeft zijn voordelen. Je ziet het echte Cambodja. We zien het verschil tussen de lokale markt en de toeristenmarkt. Deze laatste ligt vol Chinese brol, je kan je afvragen waarom we dit zo leuk blijven vinden ons tussen die troep te begeven. Wij vinden er maar niks aan. De lokale markt is dan ook weer aanpassen. Een drukte van jewelste, met brommertjes voor en achter (ja, ze stappen zelfs niet af om te voet te gaan tussen de kraampjes) en ja, vers is vers, dus ineens springt een vis uit zijn ondiepe kom vlak voor mijn voeten op het pad, in een poging te kunnen ontsnappen. Kippen liggen met hun poten vastgebonden aan elkaar. Vlees hangt in deze tropische temperaturen gewoon op aan haken, met overal vliegen. Die avond eet mijn vriend mee vegetarisch.

Tijdens onze tijd in Siem Reap bezoeken we ook Mechrey Village, op Tonle Sap Lake (betekent Great Lake), een dorp op een meer. Zij verhuizen mee met waar de vissen gaan. Uniek aan dit meer is dat de stroming twee keer per jaar verandert. En of ze creatief zijn. Er wordt aan landbouw gedaan, en je ziet overal kippen en honden op de eilandjes zitten. Gebouwd op bamboe en tonnen, en zo slepen ze met een motorbootje heel hun hebben en houden naar waar ze maar willen. Het is een beetje een dubbel gevoel. Het is een nomadisch bestaan, met visvangst voor zover ze het nodig hebben voor eigen gebruik. En dan komt het kapitalisme. Resultaat: overbevissing, mangroven worden gekapt om ook een stukje grond te hebben aan land (als kapitalist moet je ook iets ‘bezitten’ he), het hele ecosysteem staat onder druk. Er is geen schoolplicht in Cambodja; ouders kiezen zelf of ze hun kinderen naar school (die wel voorzien is, ook hier op het meer) sturen of niet. In veel gevallen helaas nog niet. Zo blijven ze ongeschoold, en zien het nut niet in om hun plastiek, afval en overschot van netten anders op te ruimen dan het gewoon in het water te gooien. Ze leven gewoon van dag tot dag.

En dan is het tijd om onze laatste tempel te bezoeken, Banteay Srei, ooit gebouwd uit roze steen waar na al die tijd van de kleur uiteraard niets meer te zien is. Tussen de apen en papegaaien genieten we van deze parel. Morgen vertrekken we voor een lange autorit naar de hoofdstad Phnom Penh. Op zich niet zo ver (300 km) maar door de staat van de wegen doen we er bijna een volledige dag over. Wat we daar zullen zien, tart elke verbeelding.

Lees hier het vervolg: De zwarte bladzijde van Cambodja