De zwarte bladzijde van Cambodja

De rit naar Phnom Penh gaat meestal over asfalt, maar ook regelmatig over zandpaden. Langs verschillende dorpen, met allemaal hun eigen lokale markt. De gewone zaken zoals (véél) vlees aan haken, veel groenten en fruit, maar ook bakken vol gefrituurde kakkerlakken, schorpioenen, spinnen en slangen. ’t Zijn tussendoortjes, voor bij de aperitief. Ik hou het dan maar bij chips. Ik schrik me een ongeluk als een vrouw met een levende (echt grote!) spin om me afkomt en hem op mijn lijf wil zetten. Van een verkooptruc gesproken. Ze zet hem dan maar op het hoofd van een jongen, die er amper van opkijkt. Ze moet met mij lachen. Als ik zie dat ze een plastieken zakje vast heeft met nog zo’n tiental lieverds, maak ik me toch maar uit de voeten.

In Phnom Penh is het een drukte van jewelste. Scooters, auto’s, fietsen en tuk-tuks… allemaal door elkaar. Een stadstoer staat op het programma. Alleen, het Chinees Nieuwjaar eist de meeste aandacht op. Jongemannen met volledige gespeende varkens lopen op en af naar de tempel. Het lijkt erop dat ze hun koteletten en eitjes bakken op de verschillende -door de temperatuur- warme stenen en beelden. Nee, het zijn offers. Ik kan niet nalaten te denken wat een verspilling dit is, en dat dieren hiervoor moeten sterven om dan in stukjes op de kop van een stenen leeuw te belanden. Nog zo’n bijgeloof voor meer geluk: kleine zwaluwen worden gevangen en verkocht om terug vrijgelaten te worden. Niet aan mij besteed.

Je kan in Cambodja niet voorbij aan de horror die ze nog maar enkele jaren geleden meemaakten. We hebben allemaal wel gehoord van Pol Pot en de Killing Fields. Eerst bezoeken we Tuol Sleng, midden in het centrum van Phnom Penh. Dit is een vroeger schoolgebouw dat in de tijd van de Rode Khmer werd gebruikt als verhoorkamer en gevangenis. Dankzij een overlever, Chum Mey, weten we wat hier gebeurd is. Iedereen die maar een beetje had gestudeerd werd hier naartoe gebracht, en veroordeeld tot het bekennen dat ze spionnen zijn van de CIA of KGB. Van zodra dat ze dat deden, werden ze naar een Killing Field (één van de 413! voor zover we nu weten) gebracht en werden op gruwelijke wijze omgebracht (lees: een kogel is te duur). Diegenen die niet onmiddellijk bekenden, werden gefolterd, om alsnog geblinddoekt hun bekentenis te ondertekenen, en alsnog op een Killing Field terecht te komen. Meestal ’s nachts, onder begeleiding van een muziekje, om het gekrijs te overstijgen en eventuele pottenkijkers te ontmoedigen. Niks aan de hand.

Ik kan bijna niet beschrijven hoe dit erin hakt bij mij. Deze plaats ademt de horror nog uit en maakt iedereen stil. De foto’s spreken boekdelen, de foltertuigen nog meer. Onze gids vertelt ons zijn persoonlijk verhaal hoe zijn familie uit mekaar gerukt is, net zoals zoveel andere Cambodjaanse families. Dit land heeft pijn. We ontmoeten een van de vier kinderen die net op tijd bevrijd zijn. Ik krijg er geen woord uit. Met die brok nog steeds in mijn keel, rijden we met de tuk-tuk naar een van de vele Killing Fields. Het is hallucinant om te zien. Je loopt over houten bruggetjes, met onder je nog allemaal resten van lijken en kledij. Als het zand verder wegspoelt bij een heftige regenbui, wordt des te meer zichtbaar. Ik kan het niet laten te denken dat ik blij ben dat het vandaag kurkdroog is. De Killing Tree, waar ze kinderen tegen doodslaan om dan in de put ernaast te dumpen, hangt vol kleurrijke armbandjes van toeristen. De wens van de Khmer (bevolking Cambodja) is dat we dit verhaal zoveel mogelijk delen, zodat dit nooit, maar dan ook nooit, en nergens in de wereld nog mag en kan gebeuren! Bij deze.

My feeling at that time was that I knew I woud be dead. I was really terrified, and I was scared of being electrocuted. Like I said, I could tolerate the pain form being beaten and having my toenail pulled out, but not being electrocuted. That was too much for me. They attached a wire to my left ear and it was like my head exploded. Kuk-kuk-kuk-kuk-kuk-kuk! My head felt like a machine and my eyes were on fire. I fell on the floor unconscious two times. When I woke up I started telling them what they wanted to hear. (Chum Mey, The Triumph of an ordinary man in the Khmer Rouge Genocide)

Na deze zwarte dag staat er wat cultuur op het programma. Er is een Nationaal Museum in Phnom Penh, met veel intacte beelden, en we bezoeken ook de Royal Palace met onder andere de met 5000 zilveren tegels beklede vloer in het Silver Pagoda. Phnom Penh heeft potentieel, maar heeft nog een lange weg af te leggen om een metropool te worden zoals Bangkok.

We reizen verder naar Sihanoukville. Cambodja heeft zijn eigen land (jammer genoeg) grotendeels verkocht aan rijke investeerders, deze regio blijkt volledig van de Chinezen te zijn. Heel deze stad is een grote werf, ze hebben duidelijk grootste plannen. De waarom is niet ver te zoeken, van hieruit vertrekken de ferry’s naar de tropische eilanden die Cambodja (alé, grotendeels China) rijk is. Wij reizen verder naar het kleinste eiland, Koh Rong Samloem op 45 minuten met de ferry. ’t Is hier nog echt primitief en totaal niet georganiseerd. Onze ferry vertrekt 3 uur later dan voorzien, maar het lukt ons uiteindelijk wel om van de ferry in een kleiner motorbootje te stappen en ons zo te laten droppen op het strand vlak voor ons hotel. Witte zandstranden, helderblauw lauw water, dagverse vis, zalige strandwandelingen en een tocht door de jungle die het eiland rijk is. We nemen de tijd om te bekomen van de pracht en horror dat dit land te bieden heeft.

Terwijl we wachten op de ferry om ons op te halen en terug te brengen naar het vasteland, worden we getrakteerd op een fikse regenbui. Dat verklaart de prachtige jungle op deze eilanden. Van de ferry in de auto, van een klein vliegtuig naar een Airbus om terug huiswaarts te keren.

Wat een prachtige en boeiende reis.

Lees ook mijn andere blog over Cambodja: Cambodja: wat een koninkrijk!

New York in Style

Ik was al eens in NY in 2011, dat kan je lezen in Someone sleeps tonight. Nu zijn we 2019, maand mei, eens kijken hoe NY er nu uitziet!

Voor terrasjes moet je niet naar daar gaan, die hebben we hier veel meer dan daar. Maar voor al de rest blijft NY the place to be! En deze keer zijn we georganiseerd; we hebben tickets voor Ellis Island, en voor de opera Rigoletto. Dit zijn zaken die je best van thuis uit al regelt, de kans is anders groot dat je geen plaats meer hebt. En, we willen weer alles uit deze week halen. Check!

Het is toch weer koud voor de tijd van het jaar, we hebben echt onze dikste jas nodig voor het bezoek aan Ellis Island. De boot zit overvol, zou dat ook zo geweest zijn toen de eerste immigranten hier aankwamen? De eerste stop is Liberty Island, met het bekende Statue of Liberty. We hebben tickets tot de Pedestrial (de voet), dus wat klimwerk te doen. Een beperkt aantal mensen mag nog hoger, daar hadden we dus geen tickets meer voor. Maar het uitzicht vanop de Pedestrial is ook al magisch. Zoals gezegd, van op het water heb je het beste zicht op de skyline van NY!

En dan vind ik de tickets niet meer, zitten we daar vast op dat eilandje. Dat overkomt mij nooit, behalve nu dus! Gelukkig geen probleem, we mogen zonder tickets de boot op richting Ellis Island; je was immers al niet tot hier geraakt zonder ticket verzekeren ze ons. Oef! Dit eiland is een museum, best indrukwekkend, met foto’s en tekst over de geschiedenis van immigranten in Amerika. Je kan ook zoeken naar je voorouders op naam; ik moet hier zelf toch verre familie hebben, zoveel ‘Van Reeth’en’ te vinden!

NY heeft best wat groene longen. We komen op Bryant Park op een kunstmarktje terecht, gezelligheid troef! En, al veel gehoord en gelezen over de High Line, dat moeten we proberen. Ja, wel wat groen, maar druk! héél druk! Voor de mensen die daar in zo’n chique appartement wonen met terras moet dit wel minder leuk zijn! ik zou dit de volgende keer overslaan, en rechtstreeks naar dat restaurantje ‘Catch’ lopen voor de overheerlijke verse vis.

Nog twee toppertjes: we kleden ons op, om Rigoletto te zien, een opera van formaat in The Met. Eerst een lekker gerechtje in het bijhorende restaurant (a ja, in stijl he) en dan genieten maar! Deze keer niet met hoge hakken een paar blokken lopen door NY, nee, een taxi nemen is best te doen. Zonder zere voeten deze keer. Uiteraard moeten we ook een museum meepikken nu we hier toch zijn. De keuze valt op MoMA, the Museum of Modern Art. Het is een regenachtige dag, en is het nu daardoor, of is NY steeds drukker aan het worden? Het aantal mensen aan de bull laat me het laatste geloven.

Ons lijstje met ‘to do’s’ is nog steeds niet afgewerkt! Al hebben we nu wel boeken- en platenwinkels bezocht, we willen nog een jazz kroegentocht doen, en zeker ook eens over de Brooklyn Bridge lopen. En kunstgalerijen! En rooftops! Misschien dat we toch nóg eens terugkomen! NY is leuk!

 

 

 

 

 

 

Cambodja: wat een koninkrijk!

Iedereen kent Cambodja van de Angkor Wat, de grootste religieuze tempel van de wereld. Maar Cambodja heeft nog zoveel andere troefjes. Wij gingen er op roadtrip, en brengen prachtige verhalen mee van een land dat recent een grote horror kende.

‘Zelf een auto huren in Cambodja? Dat heb ik nog nooit gehoord!’ zo reageerde het reisbureau als ik mijn plannen uit de doeken deed. Niet mogelijk dus. Later zal ik begrijpen waarom, het verkeersreglement bestaat hier amper tien jaar, en geen kat die er rekening mee houdt. Je rijdt gewoon waar je wil. Dat resulteert in een paar bloedstollende ‘adem-inhouden-momenten’ op de achterbank als onze chauffeur weer eens een gek manoeuvre maakt tussen de andere weggebruikers, waaronder koeien en véél brommerkes.

Onze eerste stop is Siem Reap, tegelijk het meest toeristisch omdat hier, jawel, de Angkor Wat te bezoeken is. En dat dit een place to be is, is niet overdreven. We worden ’s morgens voor zonsopgang opgehaald, ’t is nog pikkedonker, en zien het licht worden bij dit prachtige monument. Wel tezamen met een paar honderden anderen, maar toch nog steeds even indrukwekkend. Onze lokale gids kent dit terrein op zijn duimpje, dus loodst ons met gemak voor en tussen de drukte door naar alle beste plekjes, boven op de torens, en tussen de nissen door voor de beste uitzichten. Tegen we om acht uur terug naar ons hotel gaan voor ontbijt, hebben we al 6000 stappen gezet!

P1040010De volgende dagen verkennen we het terrein en zien verschillende tempels, de ene al groter en magischer dan de andere. Van Angkor Thom naar Terrace of the Elephants, van Bayon en Baphuon naar Ta Prohm. Deze laatste is ongelooflijk, overgroeid door grote Kapok Trees. Ook de Roluos Group Temples komen aan bod. Het is een groot terrein, waar we ons met een tuk-tuk overal naartoe laten rijden, om dan de tempels te beklimmen. Wat een heerlijke tijd. Dit is vakantie!

De avonden in Siem Reap vullen we met een bezoekje aan de Night Market (niet echt ons ding) en de Pub Street. Live optredens, en heerlijke gerechtjes, zoals amok. Met veel kokosmelk, maar zachter van smaak dan de typische Thaise curry’s. Al is onze ervaring dat je beter een restaurantje zoekt in de zijstraatjes van Pub Street. Deze laatste is een straat vol horeca om toeristen het naar hun zin te maken, met in de restaurantjes een prentenboek; van biefstuk friet tot lasagnes, van rijst tot salades, teveel om het allemaal kwalitatief te kunnen aanbieden. Niet de Cambodjaanse stijl. Een tip die in meerdere landen van toepassing is, ga waar de locals gaan; gegarandeerd lekker en vers eten! A ja, de gefrituurde spinnen en slangen die ze op straat te koop aanbieden (ook weer voor de toeristen) hebben we maar overgeslagen.

Op stap gaan met een lokale gids heeft zijn voordelen. Je ziet het echte Cambodja. We zien het verschil tussen de lokale markt en de toeristenmarkt. Deze laatste ligt vol Chinese brol, je kan je afvragen waarom we dit zo leuk blijven vinden ons tussen die troep te begeven. Wij vinden er maar niks aan. De lokale markt is dan ook weer aanpassen. Een drukte van jewelste, met brommertjes voor en achter (ja, ze stappen zelfs niet af om te voet te gaan tussen de kraampjes) en ja, vers is vers, dus ineens springt een vis uit zijn ondiepe kom vlak voor mijn voeten op het pad, in een poging te kunnen ontsnappen. Kippen liggen met hun poten vastgebonden aan elkaar. Vlees hangt in deze tropische temperaturen gewoon op aan haken, met overal vliegen. Die avond eet mijn vriend mee vegetarisch.

Tijdens onze tijd in Siem Reap bezoeken we ook Mechrey Village, op Tonle Sap Lake (betekent Great Lake), een dorp op een meer. Zij verhuizen mee met waar de vissen gaan. Uniek aan dit meer is dat de stroming twee keer per jaar verandert. En of ze creatief zijn. Er wordt aan landbouw gedaan, en je ziet overal kippen en honden op de eilandjes zitten. Gebouwd op bamboe en tonnen, en zo slepen ze met een motorbootje heel hun hebben en houden naar waar ze maar willen. Het is een beetje een dubbel gevoel. Het is een nomadisch bestaan, met visvangst voor zover ze het nodig hebben voor eigen gebruik. En dan komt het kapitalisme. Resultaat: overbevissing, mangroven worden gekapt om ook een stukje grond te hebben aan land (als kapitalist moet je ook iets ‘bezitten’ he), het hele ecosysteem staat onder druk. Er is geen schoolplicht in Cambodja; ouders kiezen zelf of ze hun kinderen naar school (die wel voorzien is, ook hier op het meer) sturen of niet. In veel gevallen helaas nog niet. Zo blijven ze ongeschoold, en zien het nut niet in om hun plastiek, afval en overschot van netten anders op te ruimen dan het gewoon in het water te gooien. Ze leven gewoon van dag tot dag.

En dan is het tijd om onze laatste tempel te bezoeken, Banteay Srei, ooit gebouwd uit roze steen waar na al die tijd van de kleur uiteraard niets meer te zien is. Tussen de apen en papegaaien genieten we van deze parel. Morgen vertrekken we voor een lange autorit naar de hoofdstad Phnom Penh. Op zich niet zo ver (300 km) maar door de staat van de wegen doen we er bijna een volledige dag over. Wat we daar zullen zien, tart elke verbeelding.

Lees hier het vervolg: De zwarte bladzijde van Cambodja

 

Someone sleeps tonight

In 2011, dat was de eerste keer dat ik er kwam. In maart, en ’t was eigenlijk nog redelijk koud. Toen kwamen we via Newark, en ik weet nog hoe we zochten naar die bekende skyline, al vanop de luchthaven. Niet dus. Het beste zie je die vanop het water zou later blijken. New York, City that never sleeps.

Onze hotelkamer is klein, zoals de meeste kamers hier, maar proper, en gelukkig geen blinde muur aan de andere kant van ons raam! En centraal gelegen, we zitten zo bij Times Square. Volgens onze reisgids geen plaats waar je iets moet kopen of laten repareren, te duur, je kan beter iets verderop gaan. Behalve dan de kodak die we de eerste dag letterlijk vlak voor het hotel op de grond droppen. Hij is geleend, dus in alle paniek stappen we de eerste de beste zaak binnen, jawel, op Times Square. Buiten een gepeperde rekening krijgen we nog het compliment dat je niet kan missen dat we zussen zijn; onze neus ziet er immers hetzelfde uit. Maar goed, de kodak is gefikst.

SSA43953
ons hotel, gelukkig reed de taxi niet over onze kodak!

En hoe kan je een grootstad als deze beter ontdekken dan met de Hop-on Hop-off bus. Ik weet het, erg toeristisch, maar ik blijf het wel plezant vinden, en ik kan me zo beter oriënteren in zo’n metropool als NY. Vanop het dek (met muts en sjaal) zien we het ene bekende gebouw na het andere. St Patrick’s Cathedral, Chrysler Building, Flatiron Building en het World News Building; yep, de draaideur van Superman, getest en al maar bij ons werkte het niet? Paard en kar, tussen al dat verkeer! En, waar mijn gezelschap me op wijst, een politieagent te paard, en dat paard geeft toch wel een mooi pootje zeker!

Terwijl Rooseveld Island Railway niet zo indrukwekkend is (de rit duurt nog geen 4 minuten, en eenmaal boven hadden we geen klein geld om terug naar beneden te geraken, de machine pakte geen MC aan…) is Central Park het wel. Voor ons onbetaalbare appartementen, waar enkel celebraties als Madonna wonen. Het is ook zo groot, dat we Freddy met zijn pedicab inschakelen. Hij weet immers alle beelden staan, van de Friends fontein, via Alice in Wonderland naar Hans Andersen en dan naar Balto. Wij met foto’s en hij met een royale fooi naar huis.

Shoppen in NY

Veel grote shopping centra, zoals Macy en Bloomingdales, en dat zegt ons nu net wat minder. Dan toch maar naar 5th avenue, waar Jeroom ons in de Tommy Hilfinger laat geloven dat we zelf celebraties zijn. Hij loopt maar over en weer met andere kleuren en maten, en we mogen hem letterlijk volladen met al onze spulletjes. Inclusief kapstokken en schoendozen. Hilariteit alom. Een topdag, want die avond hebben we Phantom of the Opera op het programma staan. Eerst een pizza (are you sure you want 2 small pizzas? It’s 6 slices a piece!) bij John’s Pizza, alom bekend, en recht tegenover het theater. Een aanrader!

Coyote Ugly

Ja, wie kent ‘m niet, de film? Deels opgenomen in dit cafeetje in NY, dat moeten we van dichtbij zien. T ziet er wat raar uit langs buiten, donker glas, dus je kan niet binnen kijken, alleen, diegenen die binnen aan de toog zitten hebben wel kunnen zien hoe wij aarzelend aan de overkant van de straat staan te overleggen wat we nu precies gaan doen. Binnen gaan of niet? Even later zitten we met twee flesjes bier (no, they don’t have lemonade) naast Rickie Die aan de toog. Hij tekent iets voor ons, en terwijl hij persé chocolatjes wil gaan halen om te bewijzen dat ze niet enkel lekkere chocolade hebben in België, reppen wij ons terug naar de andere kant van Manhattan. Geen enkele gelijkenis met de film zelf; gelukkig misschien, want, diegenen die de film gezien hebben, weten wat er gebeurt als je limonade bestelt!

SSA44079

Manhattan is te groot om op 1 week te doen. Veel te groot. En dan hebben we het nog niet over Brooklyn of the Bronx. Maar wat een fantastische stad om in rond te lopen. De drukte van een wereldstad ervaren, en dan de rust ervan opzoeken tussen de joggers in Central Park. Een citytrip van jewelste! We hossen rond van uptown naar downtown en omgekeerd, en besluiten nu al dat we nog eens terugkomen! Dat doen we in 2019; dus wordt vervolgd binnenkort!

Hakuna Matata

Het land waar de kinderen namen krijgen als Faith en Hope, en, in geval van een nakomerke, ook al wel eens Blessing. Het land van de Big Five. En de Ugly Five. Verkeerslichten noemen ze robot. Blank en Zwart. Lekkere wijnen. Slechts een tijdsverschil van één uur. En maar liefst 11 erkende nationale talen, waar er minstens één trekt op wat dialect Vlaams. Hakuna Matata! We zijn in Zuid-Afrika!

Mijn reis begint professioneel, ik trek naar Johannesburg om me bij te scholen in het Enneagram. The Integrative iEQ9 Enneagram Solutions heeft als bedrijf zijn oorsprong in Zuid-Afrika, dus op naar de roots! En dat mag je letterlijk nemen, vlakbij Johannesburg bevindt zich de wieg van de mensheid, waar fossielen gevonden zijn van de eerste mensachtigen. Eigenlijk komen we allemaal van hier. Ik zal me hier later op de reis nog meermaals emotioneel bij voelen; ik ben echt aan ’t aarden, vanaf dag 1 al!

P1020715 (2)
Final Reflection in the South African Museum

Na deze eerste week, met een prachtgezelschap van 40 internationale mensen, trek ik, voldaan met wat nieuwe inzichten, naar Kaapstad, waar we nog twee weken de tijd hebben om met een huurwagen een ander deel van het land te ontdekken. En de foto’s zullen het bewijzen, Zuid-Afrika is prachtig!

Maar eerst doen we Kaapstad zelf. De wolken maken precies golven op de wereldberoemde Tafelberg van de stad. Met de hop-on hop-off bus denken we de stad eens vanop het dak te ontdekken, maar zoals in vele steden kennen ze hier ook files, dus na 2,5 uur beginnen we toch wat heen en weer te schuiven op onze stoel, en stappen we af in Camps Bay. Hier zullen we later tijdens onze reis nog terugkomen, zo’n prachtig stukje strand hier.  Er zijn ook een ruim aantal musea in Cape Town, ik kies het South African Museum, en the National Gallery. Ik heb het minder voor de alle mogelijke opgezette dieren die Zuid-Afrika rijk is, dus dat deel sla ik over. Ik zie de beestjes liever levend en wel tussen de bossen of op de savannes, dat is later nog voorzien tijdens onze reis. Maar hoe prachtig wordt verwezen naar onze roots, de bakermat van de mensheid. Welcome Home! hangt er, en krijgt voor mij wel een hele andere betekenis zo! In het tweede museum loopt een tijdelijke voorstelling rond RAPE, zo intens en pakkend, dat meerdere mensen wenend de zaal verlaten. Mezelf incluis. Tegelijkertijd kan de band die je opbouwt met mensen die rondom je ook staan te huilen niet intenser zijn dan dit, er is een soort verbondenheid die opnieuw maakt dat ik me hier zo thuis voel.

Kaapstad heeft nog leuke plaatsjes. The Company Gardens waar families samenkomen op zondag voor een leuke picknick en eendjes met hun kroost rustig kuieren langs de rand van de vijver. Waterfront, met zijn wereldberoemde café Den Anker (of is dat alleen bekend in België?) En, als je met de locals praat, is Kaapstad zoals God zou willen dat de hemel er zou uitzien. Zuid-Afrikanen zijn enorm fier op hun land!

Zuid-Afrika is bekend voor de wijn, dus op naar Stellenbosch, een belangrijke regio voor wijnen. We komen toe op ons hotel, en schrijven ons direct in voor een Wine Tour. Na Kaapstad is Stellenbosch de tweede oudste stad van de kolonisten. Vele oude Victoriaanse huizen. Een divers gezelschap om wijn mee te gaan proeven; een koppel uit Nederland dat op huwelijksreis is, een Brits koppel bijna op pensioen, en dan, een baas met zijn werknemer, waarvan de laatste vanaf morgen als expat start aan zijn driejarige opdracht. Maar eerst met de baas wat wijntjes drinken. Hij is dan ook de enige die echt alleen eens proeft, en de rest laat staan. Het onderwerp tijdens het proeven? De Brexit natuurlijk, de baas (uit Spanje) weet er immers alles van!

Op naar de derde oudste stad van het land, Stellendam. Veel landbouw onderweg, maar altijd bergen op de achtergrond. Een klein stadje, maar, we worden gerustgesteld hier in het hotel: ‘it’s safe here, even at night, you can go out whenever you want.’ Ik was na Johannesburg anders al gewoon aan de avondklok.

De Garden Route zal ons helemaal van hier, via Oudtshoorn naar Knysna voeren. Een prachtige baan, genaamd Route 62. Via de Tradouwpas. Onze volgende stop: de Safari Ostrich Farm. Het loopt hier vol struisvogels, de ene farm na de andere. Hier hebben we wel de gekste cottage van allemaal. We zitten steeds in prachtige guesthouses, maar altijd achter barelen, en bewaakt. Nu krijgen we een guesthouse in the middle of nowhere! We rijden echt terug weg van het domein van het hotel, en moeten een zandbaantje volgen links en dan weer rechts, om ergens bij drie stenen woningen te komen, en één ervan is dus vannacht voor ons. Ik moet toegeven dat ik toch niet goed geslapen heb, volledig onterecht trouwens.

P1020948
pas op voor de spelende kinderen!! ongelooflijk, maar let op, bobbejaane nie voere!

En dan verder naar Addo, waar ook Addo Elephant Park is, een Wildlife Park! Ik ben zelfs zenuwachtig, zo enthousiast ben ik om op safari te gaan! En mijn verwachtingen worden niet teleurgesteld. Op weg naar waar we overnachten, komen we al bavianen, een zebra, wrattenzwijnen en antilopen tegen. Opnieuw struisvogels, en ook geiten, schapen en koeien. En dan moet de safari nog beginnen!

’s Morgens zeven uur. We staan klaar, met twee koppels Duitsers, wachtend op onze gids om door de raam in de jeep te kruipen (right, er is geen deur). Op zijn Afrikaans, ook hier, alles op ’t gemakje. ’t Park in, op zoek naar de dieren. Wat een pareltje hier. Het duurt niet lang voor we hyena’s, wrattenzwijnen, antilopen, apen, bavianen, schildpadden, zebra’s en buffels zien. En een hele horde olifanten! Als zij aan de poel staan, krijgen de andere dieren geen kans. De zebra’s wachten geduldig tot het aan hen is; een wrattenzwijn probeert toch door de horde te sluipen richting het water. De nood is hoog. Een beetje teleurgesteld door de foute info in mijn reisgids, er zitten geen giraffen in Addo Elephant Park, de begroeiing is voor hen veel te laag. ’t Is nu al duidelijk dat we zullen moeten terugkomen :-).

Deze diashow vereist JavaScript.

Verder de Garden Route gevolgd tot het mooiste punt ervan, Knysna. We zitten op Leisure Island, een prachtige locatie (weeral). We bezoeken een locale markt, supergezellig! Een ongedwongen sfeer, leuke kraampjes, muziek en lokale bio producten. Waterfront in Knysna, een gezellige buurt met leuke winkels en schitterende eetgelegenheden. En, uiteraard, de beste oesters van de hele wereld. Echt! Uit de zee op je bord, en zo zacht! Het boottochtje stelt minder voor dan dat we ons ingebeeld hadden, precies een varende disco, maar de uitzichten zijn prachtig, en we hebben wel Knysna Heads gezien!

Richting Hermanus, nog een plaats waar ik heel enthousiast van word. Daar zitten walvissen, die deze periode dichter bij de kust komen om hun kleintjes te voeden. Het is net te laat in het seizoen, en bij de Whale Watching is de zee te wild, dus vinden we ze niet (de zee was echt wild, de helft was zeeziek). Het stadje Hermanus zelf maakt het wel goed. Gezellig, paar kleine musea en veel gallerijen, dé meest gezellige boekenwinkel van de wereld en fresh seafood. En dassies (klipdassen)! 🙂

En dan is het al tijd om terug af te zakken naar Kaapstad. Via Betty’s Bay, om de Afrikaanse Pinguin te zien. Dit is één van de twee kolonies die hier leven. We hebben nog de ganse dag voor we terug naar huis vliegen, dus we rijden nog via Chapman’s Peak naar Cape Town, volgens de reisgids één van de mooiste kustroutes in de wereld. En dat is niet gelogen. Prachtige uitzichten over de kust, rijdend op een baantje soms uitgehouwen in de rotsen.


Zuid-Afrika is prachtig. Maar er is ook een andere kant. Je ziet echt nog de gevolgen van de apartheid. In veel restaurants zijn het blanken die tafelen, en worden bediend door zwarten. Het is uitzonderlijk dat er een blanke mee in de keuken staat. Door te praten met de locals, kom je te weten dat veel zwarten die werken in de horeca of algemeen in toerisme, uit Zimbabwe komen. Blijkbaar is de economie in de andere Afrikaanse landen (nog) erger dan in Zuid-Afrika. Ze kunnen wel een mondje Engels, dus als ze de kans zien, steken ze de grens over en wagen hier hun kans. Het is ‘all right’, of ‘oké’. Niet echt goed, maar het kan erger. In Zimbabwe komt er bijvoorbeeld gewoonweg geen geld uit de muur.

De regering wilde het blijkbaar een beetje goedmaken met de zwarten, als gevolg van de apartheid. Nog niet zolang geleden mocht de zwarte bevolking zelfs niet naar school. Gevolg: heel wat generaties zijn analfabeet. De zwarten kunnen een huisje krijgen, en als ze daar x aantal jaren wonen, wordt het hun eigendom. Het zijn een soort stenen huisjes, naast de mooie ‘blanke’ wijk. Per kind dat ze kopen krijgen ze nog een extra toelage. En daar stropt dan het beetje het systeem. Krijg deze mensen maar gemotiveerd om werk te zoeken, of te studeren. Zo laten we ons toch vertellen. Naast deze wijk van stenen huisjes, begint dan (in elke stad opnieuw) een niet te overziene township, met huisjes gemaakt van gelijk wat. Kinderen die dag in dag uit wat rondhangen en zoeken naar iets van waarde, wat ze maar kunnen vinden. Of bedelen.

Maar, laten we vooral geen golfie maken. we  moete niemand z’n knoppie drukke. Ik blijf dus hoopvol. Zoals onze gids het zegt: Sharing is caring. Bij deze.

 

 

 

Het mooiste land van de hele wereld

De krantenkoppen schreeuwen het uit. Het land is in crisis. Er is hongersnood. Miljoenen mensen ontvluchten het land. Al staat dit nieuws niet op de eerste pagina. Want uiteindelijk, ook al leven we in een werelddorp zoals Mark Eyskens het zo mooi omschrijft in Een boek met een persoonlijke boodschap, Venezuela ligt nu eenmaal aan de andere kant van de wereld. Ver van ons bed. Maar niet voor mij. Mijn hart bloedt mee met de inwoners. Ik ben er immers zelf geboren.

Ik was twee jaar als ik naar België kwam, dus van die periode weet ik niets meer. Daar kan mijn zus meer over vertellen, zij was acht, en ging er ook naar school. Ze vertelt nog steeds over de roze en de blauwe badkamer die ze hadden in het appartement. Mijn mama vertelt over het Belgische witloof dat ze daar kon kopen. Ze vertelde onlangs nog over de bobijn die dienst deed als tafeltje, maar die ook de ideale verstopplaats bleek voor de vele kakkerlakken (ja, die zitten er ook). De afvoerputjes in elke kamer die het poetsen makkelijk maken, zijn handig voor de diertjes om zich te verplaatsen. Ik ging in 2006 terug naar Venezuela en maakte er een prachtige rondreis. Venezuela is écht het mooiste land van de hele wereld (ja, ook al zag ik ook veel kakkerlakken).

We landen in de hoofdstad Caracas, waar ik twee jaar gewoond heb, en waar onze rondreis begint. De lekkere tropische temperatuur waait je tegemoet. Richting Maracay, met zijn vele suikerrietvelden. Tja, Venezuela is dan ook het land van de rum en de cacao. We bezoeken het NP Henri Pittier, en de dorpjes Chorini en Chuao, via vissersgehucht Puerto Colombia.

Onze tocht gaat verder naar Het dak van Venezuela: het Andesparadijs, met het meest toeristische stadje Mérida.

042

Venezuela betekent eigenlijk ‘klein Venetië’, ik snap al waarom als we het meer van Maracaibo opgaan.

Mérida heeft zoveel te bieden! Een universiteit waardoor ze het culturele centrum van het land is, én ze heeft ook heladería Cormoto, bekend uit het Guinness Book of Records met maar liefst 700 verschillende smaken ijs! (ik hou het veilig met de liqueur smaken anijs en curacao). Maar ze heeft ook de hoogste kabelbaan van de ganse wereld, die gaat tot een hoogte van 4.675 meter! Dat moeten we proberen!

Onze reis zet zich verder naar Los Llanos, de laagvlakten van Venezuela. Veel fauna en flora, en prachtige zonsondergangen! Hier zie ik voor het eerst in mijn leven hele vluchten ara’s, prachtig en ontroerend!

131
De legendarische zonsondergang van Llanero

Het NP Morrocoy staat ook op het programma. Eerst de woestijn van Coro (ja, Venezuela heeft ook een woestijn!) en dan, grotten, vleermuizen en vele koraaleilandjes. Hiërogliefen van Indianen, en dan de Grot Van De Maagd, die staat vol beeldjes, prentjes, foto’s en zelfs T-shirts en petjes om de doden te herdenken. Eén keer per jaar is hier nog een mis in de grot, dan komt iedereen met bootjes naar hier. Een katholiek land.

Al zoveel prachtige dingen gezien, en dan moet – voor mij – het spannendste stuk van de reis nog beginnen. We ruilen onze valies in voor een rugzak, en gaan mee op trektocht met wat locals dieper de Orinoco Delta in. Hoe zalig is dat! Apen, ara’s, piranha’s, kaaimannen, schildpadden, honderden vogels en beestjes, overal! Het gebied van de Warao Indianen, die hier nog steeds wonen. Overdag met de boot tussen de mangroven en over de moerassen verdwalen, beestjes spotten en zwemmen tussen de piranha’s die we dan ’s avonds proberen te vangen om te eten. Hoe geweldig is het hier eigenlijk. De geluiden die je dan ’s avonds te horen krijgt, laten je de vele muggen rond je hoofd vergeten.

Om ons te verplaatsen tijdens deze rondreis gebruiken we bus, boot, en ook vliegtuigjes. Deze worden hoe langer hoe kleiner. Als we ons verplaatsen naar het NP Canaima kunnen we er met 9 juist in. De Orinoco Delta vanuit de lucht! Hoe graaf is dat! Tepuyes (tafelbergen)! En als kers op de taart vliegen we voorbij de watervallen del Angel, de hoogste van de ganse wereld.

Kortom, Venezuela is een pareltje. Getuige toch de mooie foto’s, niet? Met een uitgebreid aanbod, en van vele dingen het hoogste, grootste en beste. Voor mij verdient dit prachtige land veel beter dan dat het er nu aan toe gaat. De gids vertelde het toen al, ze hebben Polar, het bekendste bier van hier, en grapte erbij dat  dit staat voor Para Olvidar Los Amores Rotos. Ik wens het hen toe, dat ze af en toe hun miserie kunnen vergeten, maar hoop vooral dat een vredevolle toekomst voor hen héél snel terug mogelijk is! Amén!

Porto en hooligans

P1010968Mijn frank had eigenlijk al moeten vallen op het vliegtuig. We moesten wachten op de vlucht vanuit Manchester, aangezien zij het grootste deel van onze passagiers waren richting Porto. Toen zag ik het nog niet aan hun uiterlijk. Allemaal jonge (en minder jonge) mannen stapten op. Toen nog met niet zo heel veel lawaai. Ik denk echt dat ik de enige vrouw aan boord was.

De brochures beloven ons een betoverende vallei, een als Werelderfgoed erkend cultuurlandschap, makkelijk te ontdekken met de auto. De Douro-vallei bezoek je best vanuit verschillende Quintas midden in de natuur, wel telkens ver weg van alles. Spijtig ook wel kouder dan verwacht, en nat. De locals benoemen het klimaat hier als ‘9 maanden winter, en dan 3 maanden hel’. Dat had ik nergens in een boekske gelezen. Maar goed, dat kan onze vakantiepret niet bederven, we zoeken een restaurantje in de buurt, drinken lokale wijn en pizza met champignons uit blik. Gelukkig is de wijn lekker, én goedkoop. Het kan erger.

Geen weer om in de tuin te hangen, dus dan maar op stap. We rijden naar Pinhel, richting de grens met Spanje, en bezoeken het kasteel van Rodrigo. Allemaal kleine dorpjes, veel fruitbomen, valleien met druiven voor alle Porto die ze hier maken, en veel bochtenwerk met onze Clio! Hoe dichter bij de grens, hoe meer het landschap verandert van druiven naar olijven, fruitbomen worden naaldbomen. De dag vliegt voorbij. Het is hier prachtig, en achter elke bocht kan de zon je ineens verbazen. Het weer is hier even wisselvallig als afwisselend.

We kunnen natuurlijk Porto niet overslaan tijdens onze trip. En met een voorspelling van 100% regen, kunnen we maar beter een portohuis bezoeken. Calem. Nog nooit van gehoord, maar lekker! Terwijl wij lunchen (echt hele lekkere vis, Porto is echt culinair!), raast storm Michael over Porto. Mensen wordt gevraagd om binnen te blijven. Tegen de namiddag is het ergste voorbij, en trekken we de stad in. En weer of geen weer, hier zie ik het, de eerste blote Engelse lijven. Wist ik veel dat het UEFA Nations League was. Engeland, Zwitserland en Nederland, allemaal goed vertegenwoordigd hier. Geeft het charmante stadje Porto toch een andere dimensie, zo met al de plastieken bekers, geroep en vals zingen, en goed bewapende politie die op het punt staat om in te grijpen.

Als we de oude hoofdstad van Portugal bezoeken, komen we ze helaas weer tegen. Wist ik veel dat Engeland en Zwitserland net vandaag voor de 3e plaats spelen in Guimaraes. Winkels zijn toe, overal kraampjes met, jawel, plastieken bekers. Het contrast kon niet groter zijn toen een net getrouwd koppel de kerk uitkwam, en op het plein begroet werd door zatte Engelsen in jawel, bloot bovenlijf.

Op zoek naar een ander pareltje. Van Peneda naar het nationaal park Geres. En dan naar Ponte de Lima, een oude brug uit het tijdperk van de Romeinen. Je komt hier trouwens voorbij als je de route Santiago de Compostela loopt. Een markt, een gezellige drukte, een harmonie die speelt. Geen voetbal vandaag, maar een feestdag. Lucky us!

En ja, Portugal is gewonnen.