Rondreis door Peloponnesos

Eerst een schrijfretraite (Schrijfretraite in Methana) en dan nog twee weken toeren door Peloponnesos, om toch iets van het grootste schiereiland van Griekenland te zien. We starten onze toer in Epidauros, met het gekende oude theater, trouwens hét theater der theaters, akoestisch en esthetisch. Het dateert van de vierde eeuw voor Christus, en is nog supergoed intact. Dat het naar geluid toe ook zijn ding nog doet, bewijzen de toeristen beneden op het plein, al klappend in hun handen, en wij boven op de tribute, horend wat de Chinees beneden me toefluistert. ‘do you hear me?’ euh, raar maar waar, yes. Ik steek mijn duim op.

We verdwalen even in de archeologische site, ik ben graag op zo’n plaatsen. Een vrouw in paniek dat ze de bus gaat missen wil over de omheining klimmen, nee, mevrouw, we gaan je niet helpen, volg gewoon de exit pijlen, dat lijkt ons toch het makkelijkst.

Binnen bereik is ook Nafplio, blijkbaar de mooiste stad van Griekenland. Het heeft steegjes en vele juwelierswinkeltjes, en staat culinair ook bekend voor zijn goede restaurants. Terrassen genoeg inderdaad, het is moeilijk kiezen waar we eten, maar kiezen uiteindelijk toch maar iets uit het grote aanbod uit. Dit is niet mis.

We verblijven in Mouria Pension, wat een prachtige locatie. Het tafeltje vlak naast de zee, het geruis van de golven, en lekker Grieks eten, romantischer wordt het niet. De nest kleine katjes onder mijn stoel kunnen maar goed zijn met de scampistaartjes.

De volgende stop is Methoni, een havenstadje in Messenië, een van de drie punten ten Zuiden van het schiereiland. Witte huisjes met een rood dak, en een goed behouden Venetiaans kasteel. Zandstranden, dus dat wordt pootje baden, en ik verzamel 24 kleine steentjes om mijn eigen Runen alfabet te maken. We kuieren wat door de straatjes; er is een winkelstraat met een paar toeristenwinkeltjes, niet echt de moeite waard vind ik zelf, en we eten in taverna Nikos, dat is een aanrader!

Op dit schiereiland kan je niet rond Olympia, de oorsprong van de Olympische Spelen, en Unesco Werelderfgoed. Een mooie archeologische site om rond te kuieren, en je verbeelding alle ruimte te geven. In het bijhorende archeologische museum zie je hoe immens deze stad moest geweest zijn.

De vallei van Delphi

We rijden Peloponnesos uit om Delphi te zien, ook wel navel van de aarde genoemd. Weer Unesco Werelderfgoed. We kunnen daar onze vragen stellen aan het orakel, misschien vinden we dan wel de antwoorden ook. 

De rit ernaartoe vanuit Olympia is niet echt de moeite, een saaie baan, zonder veel mooie uitzichten, en helaas veel dode dieren op en naast de baan, voornamelijk honden en katten, maar ik herken ook enkele vossen en marteldieren. Zo jammer. We checken in bij Anemolia Resort, daar heb je zicht op de vallei, prachtig wel, enkel, samen met blijkbaar een hele bende voor een conferentie. De enige avond van onze reis dat we buffetstijl eten. Maar de volgende dag, tijdens een mooie warme zomerdag, bezoeken we Delphi, en dat is zo de moeite waard! Ik heb de trappen niet geteld, maar het zijn er toch wel heel wat als je ook het stadium wil meepikken, bovenaan op de berg. Het is een verzameling van prachtige, deels gerestaureerde ruïnes. En de kracht van het orakel op die plaats, ja, dat zal zich in de toekomst wel manifesteren. Ik heb er alleszins vertrouwen in.

En dan is het tijd voor Athene, al kiezen we een hotel aan het strand, op 50 km van Acropolis en het Parthenon. Daarnaast hebben we nog nood aan wat rust, aan het geluid van de golven, dus we kiezen dit als goede uitvalsbasis om de stad te bezoeken, en nadien af te koelen in de rustige zee. Zoals gezegd, oktober is een goede maand om Griekenland te bezoeken.

De rit van Delphi naar hotel Cokkinis laat niet veel aan de verbeelding over, hier wordt katoen geteeld. De baan ligt er dan ook vol van, overal witte pluche. Via de tolbaan zijn we na twee uurtjes zo ter plaatse, en, wat een plaatje hier!

Het contrast kan niet groter zijn, van de rustige kust naar de hectische binnenstad van Athene. We vinden anders makkelijk plaats voor onze rental, maar in het Archeologisch Museum in Athene is het koppenlopen. Athene is een combinatie van toeristenwinkels en ruïnes, achter elke hoek vind je wel andere pilaren, al dan niet deels gerestaureerd. En dat tussen verschillende terrassen met eetgelegenheden, of rooftop coffeebars, met uitzicht op, uiteraard, het Parthenon.

Drie weken Griekenland, het is mooi geweest. Cultuur, gastronomie, zon, landschildpadden en een verjaardagsfeestje, wat heeft een mens meer nodig om te ontspannen. 🙂

Schrijfretraite in Methana

Nadat vorig jaar zo’n succes was (Schrijfretraite in San Severino), ga ik opnieuw mee op schrijfretraite met Bettina Drion. Deze keer naar Limnisa (https://www.limnisa.com/), in Griekenland, Methana. Buiten de schrijfgenootjes die ik vorig jaar al leerde kennen in Italië, gaat deze keer Jolanda ook mee. Yvonne gaat last minute niet meer mee, dat vind ik enorm spijtig. Maar goed, een gezellig groepje, ik weer als enige Vlaming tussen allemaal Hollanders. Het woordje ‘amai’ en ‘sebiet’ voegen ze na deze week toe aan hun woordenboek.

Het wordt een bewogen week, want er staat wel een en ander te gebeuren. Ik ben moe en wat overwerkt, en word de eerste nacht ziek. ik voel dat ik het best rustig aan doe, en vind wel wat rust in de verschillende gezellige schrijfhoekjes die deze woning en tuin heeft. In tegenstelling tot vorig jaar zitten we niet in studio’s, maar delen we een huis met vijf kamers en twee badkamers. Dat is voor mij wel even wennen; toiletten delen blijkt niet altijd zo evident. En, je hoort alles in dit huis, als er ’s nachts iemand uit moet, hoor ik het gekraak van de trap. Aan de locatie zal het anders niet liggen, we zitten hier in the middle of nowhere, met een prachtig uitzicht op de Ionische Zee. Zoals gezegd, overal gezellige hoekjes en plaatsjes om inspiratie te laten vloeien en tot mooie teksten en gedichten te komen. Het is volpension, dus ’s morgens, ’s middags en ’s avonds staat er vers Grieks eten op de menu, allemaal vegetarisch. Lekker. De zee is nog zalig van temperatuur, kortom, oktober is een goede maand om naar Griekenland af te zakken.

De dagen beginnen met yoga of Qigong, dan ontbijt, eventueel een plons in de zee tussendoor, en dan wat schrijven en schrijfopdrachten, soms aan de hand van wat theorie. We lezen om beurten voor uit eigen werk, soms is dit emotioneel, soms hilarisch. Het gaat alle kanten uit. Dat is en blijft toch wel speciaal om met een groep vrouwen samen te zijn, ook al ken je elkaar niet. Je gaat zo vertrouwelijk met elkaar om, dat het lijkt of je kent elkaar al jaar en dag. En dit heeft zijn effect. Als ik op dag vier nieuws krijg van het thuisfront waardoor ik de grond onder mijn voeten voel wegzakken, zijn mijn schrijfgenootjes er om me fysiek en mentaal op te vangen. Dit kon ik niet alleen dragen.

Ik weet niet meer precies hoe ik de dagen doorkom, maar ik ben blij als het zondag is en Kristof afzakt naar Griekenland om nog twee weken rond te toeren op Peloponnesos en samen te genieten van de Griekse cultuur en gastronomie. Maar dat ik een verhaal heb dat de moeite waard is om binnenkort de wereld in te gooien, is een feit. En het storyboard voor een eerste roman ligt ook klaar.

Verhalen hangen in de lucht, zegt Bettina, ze wachten gewoon tot iemand ze vangt. Ik heb in deze week een verhaal gevangen van formaat. Bijna onmogelijk om te verzinnen. Het verhaal heeft mij gevonden. Nu is het aan mij om hier iets mee te doen. Maar voor nu, bedankt aan mijn schrijfgenootjes om er zo actief voor mij te zijn deze week. Ik had dit niet zonder jullie gekund.

Verrassend Thailand

Ik trok al eens eerder een aantal weken door het Noorden van Thailand, en deze keer was het Zuiden aan de beurt. Door Corona iets minder flexibel, want we moeten immers een vast verblijf kunnen doorgeven, dus een echte rondreis zit er deze keer niet in. Het Zuiden is ook beter gekend voor strandvakanties, en minder voor cultuur. Het regenseizoen is ondertussen ook begonnen, dus eens kijken wat dat geeft.

En het wordt een vakantie met gemengde gevoelens. Ik vertrek al met wat stress, want met al die documenten voor Corona… bij de eerste poging voor mijn Thai Pass krijg ik dan ook ‘denied’, en ik voel dat mijn grens lichtjes overschreden wordt. Stressen om te gaan chillen. Maar eind goed al goed, we landen na een lange vlucht in Phuket. Tropisch warm.

Pa Tong

Thailand is goedkoop. Thailand is wat mij betreft ook een toegangspoort om Azië te leren kennen. (We reisden nadien ook nog naar Cambodja: wat een koninkrijk! en Maleisië met al zijn rijkdommen) Gastvrij en vriendelijk, niet voor niets ‘Het Land Van De Eeuwige Glimlach’. Dat het niet duur is, dat klopt, vanaf je de straat opgaat en daar ergens aan een stalletje eet, kost het echt geen geld voor lekker eten. Dat in contrast met de meestal chique hotels van het Zuiden, die al wel weten wat ze moeten vragen voor een biertje of een cocktail aan de bar van het zwembad. En dat beeld overheerst hier voor mij, alles is hier in functie van toeristen. ik mis een beetje de authenticiteit van Thailand. En dat wordt enorm versterkt door de eerste avond die we doorbrengen in Pa Tong, de stad het dichtstbij ons hotel. Vanaf zes uur ’s avonds wordt een gedeelte van de stad autovrij gemaakt (Bangla Road), en dan mag, tja, eigenlijk bijna alles. Schaars geklede meisjes komen je bijna letterlijk van straat plukken voor de in hun bar geldende Happy Hour. Bars tegen en over elkaar, allemaal met life optredens, shows, noem het op. Op straat het nodige schoon om je affiches van go-go bars of de volgende pingpongshow in je gezicht te duwen. Het sekstoerisme brengt duidelijk op voor de economie. ‘You want to shoot, with real bullets?’ Hij loopt nog achter ons met zijn affiche met foto’s van geweren en revolvers. Alsof we het niet begrijpen, zegt hij er nog bij: ‘Pang Pang!’. Als feministe heb ik het moeilijk hier, dat ze dit in stand willen houden, Het Land Van De Eeuwige Glimlach krijgt zo toch een andere betekenis. Ik kan me niet voorstellen dat al die vrouwen dat hier vrijwillig doen. Oh ja, voor ladyboys heb je een ander deel van de stad.

Phuket

Op zondag is het, jawel Sunday Walking Street Market in Phuket. En dat is gezellig. Veel kraampjes, uiteraard toeristisch, maar met lekkere fruit juices, lekker eten en souvenirs. Het is superwarm, ook al lijkt het bewolkt, dus een Chang biertje doet wonderen. Toch efkes. Hier zie ik de eerste Wat van deze reis in het oude gedeelte van Phuket. Mooie huisjes en winkels met Portugese invloeden, dus de instagrammers onder ons kunnen hier hun hartje luchten. Er heerst hier een gezellige drukte, zonder opdringerigheid, en een mix van toeristen en locals. Zo heb ik het graag. We hebben een fijne taxichauffeur, John, die ons nog naar de avondmarkt in Phuket brengt, Naka Market (of Phuket Weekend Night Market) waar we superlekker (en goedkoop) eten. Ook hier zie je locals boodschappen doen en komen eten, dit is echt een place to be.

Kamala Beach

De Provincie Phuket heeft veel stranden, heel veel. Voor ons te warm om erop te liggen, maar we willen wel eens een andere baai zien, en laten ons rijden naar Kamala Beach. In 2004 passeerde hier een Tsunami, die aan 5400 mensen in Thailand het leven kostte, waaronder 2000 toeristen. Overal bordjes met evacuatieroutes. Je kan je niet voorstellen dat ineens een golf van 24 meter op je afkomt. Ik zag bij thuiskomst nog een filmpje op YouTube, mensen die totaal verrast worden, en niet weten of beseffen wat er gebeurt. Griezelig. De zee vandaag is rustig, alé, met de nodige golven die het een prachtig tropisch aanzicht geven. De stranden zijn geweldig, met palmbomen tot bijna in het water… dit is een plaatje, cocktail erbij, en de vakantieboekjes maken hun beloftes waar.

Kamala Beach

Khao Lak

We reizen terug wat meer Noordelijker naar Khao Lak. Hier is het Turtle Conservation Centre Khao Lak, daar kan ik een ganse dag blijven hangen, ondanks de regenbuien die we hier op onze kop krijgen. Verschillende tanken vol groene zeeschildpadjes, in alle formaten. Ondersteund door de Thaïse overheid, en op een militair domein, dus 24/7 bewaakt. We ontmoeten een trotse werknemer, die enthousiast vertelt hoe hij, samen met een kameraad, als enigen op het strand van de Similan Islands verblijven en de eieren van de schildpadden bewaken, tot de kleintjes uitkomen. Die nemen ze dan mee naar het Conservation om ze een hogere levenskans te geven. Na 8 maanden worden ze terug vrijgelaten in de zee. Ook schildpadden die vastzaten in een visnet, of plastiek gegeten hebben, kunnen hier recupereren voor ze terug naar zee gebracht worden. Wat een mooi initiatief. Ik vind dit geweldig. Want, als je de mooie stranden ziet, kan je ook niet naast het vele plastiek zien dat hier aanspoelt, ook dat is een trieste weerzijde van wat toerisme doet.

Tempeltjes!

En, ook al heeft het Noorden er veel meer van, ik wil toch nog wat tempels zien. Van onze gids Chelsea leren we veel over het Boeddhisme. Ik weet nu dat 17 mijn geluksgetal is, en hoe ik aan ‘good karma’ werk. Met drie stokjes wierook doe ik een wens in een lokale tempel. We bezoeken nog een meer recente tempel, volledig uit teak gemaakt, en vlak aan de zee, prachtige locatie ook.

Chelsea neemt ons nog mee naar het prachtige Viset Samet Nangshe Viewpoint, uitkijkend over Phang Nga Bay. Prachtige mangrovebossen, zee en eilanden, en gelukkig heeft Thailand de intentie dit ongeschonden te laten; het kan ook beschermen tegen toekomstige tsunami’s. Zo krijgen we toch een glimp van het James Bond Island te zien!

Songkran

En zoals gedacht, vind ik het Noorden van Thailand authentieker dan het Zuiden. Bangkok is een stad die je eigenlijk niet mag missen bij een bezoek aan dit land, het Venetië van het Oosten met de Chao Phraya, de Rivier van Koningen, de chaos en tuk-tuks om en rond de vele prachtige tempels. Een paar dagen in deze drukte is genoeg. En dan verder naar het Noorden, Chang Mai, nog altijd een grote stad, maar voor mij charmant en gezellig, met veel bezienswaardigheden die een deel prijsgeven van het verleden. Jaren geleden was ik er in april, en werd volledig verrast door het Thaise Nieuwjaar dat dan plaatsvindt, Songkran genaamd, dat ze voor ons op een nogal aparte manier vieren. Drie dagen lang wordt er dan met water gegooid. Pick-up trucks worden voorzien van grote ijsblokken om het water ijskoud te krijgen; en er ontstaan echte watergevechten op straat. In de bergdorpen wordt het nog gekker, daar doen ze kleurstof in het water, dus de toen door ons gehuurde auto had alle kleuren van de regenboog. Een evenement op zich.

Samengevat, Thailand heeft absoluut veel te bieden, zeker tijdens de voor onze koude wintermaanden, als het daar lekker warm en droog is. Prachtige stranden, natuur, tempels, monniken,… om nog niet te spreken van het lekkere eten, zoals die curries met kokosmelk, mjammie. Tegelijkertijd ben ik me ook heel bewust van mijn ecologische voetafdruk als toerist. Of hoe we sommige zaken in stand houden, of zelfs zo creëren dat het er op verschillende plaatsen in de wereld gewoon hetzelfde begint uit te zien. Westers, met aangepaste gewoonten. Maar dat staat los van Thailand, dus daar moet ik misschien eens een andere blog aan weiden!

Met de postboot naar de Noordkaap (deel 2)

Vardo

In Vardo is het al donker als we aanmeren, dus we kunnen enkel de Vardohus-vesting langs de buitenkant bezoeken. Wij lopen eens door de straten van het dorp, want aan kanonnen heb ik persoonlijk minder. Blijkbaar de enige vesting ter wereld die op 250 jaar tijd nooit een schot heeft gelost, behalve dan de vreugdesalvo’s om de zonneschijf te begroeten na een lange donkere wintertijd. Ik las in de gids dat hier ook de oudste boom van Noorwegen staat, een lijsterbes, deze periode van het jaar voorzichtig ingepakt om te overwinteren. Ik zal nog eens moeten terugkomen als het licht is, want ik heb hem niet gevonden. En dan terug naar de boot, om ’s avonds vanop het dek te speuren naar Noorderlicht. De volgende avond zal de verlossende melding komen van de crew dat het Noorderlicht zich eindelijk laat zien.

Hammerfest

Het is zondag als we aanmeren in Hammerfest, dus van de traditionele activiteit hier, shoppen, komt niet veel terecht. Ook de Ijsberenclub die hier gevestigd is, is dicht. Veel ohs en ahs bij de bezoekers. En die ijsberen? Die hebben we (gelukkig) ook niet in levende lijve gezien. We nemen hier afscheid van onze favoriete ober, die zijn stek hier heeft; die mag gaan genieten van zijn 22 dagen vrij.

De Vesteralen

Nog een excursie om naar uit te kijken. We bezoeken vandaag de Vesteralen per bus en met een ferry. Eerst komen we in Harstad, waar we een dienst bijwonen in de Trondenes Kerk, en het museum bezoeken. Ondanks het weer (het sneeuwt!) is het hier prachtig rijden. De omgeving is prachtig. We bezoeken The Blue City, beter gekend als Sortland. Vele mensen hier schilderen hun huizen blauw, ze zijn ondertussen hun naam waardig. Later op de dag trakteert de kapitein ons nog met een bezoek aan de Trollfjorden. Deze fjord is 2km lang, en maar 100m breed, het schip past er maar net tussen. En dat heen en terug, want de fjord loopt dood. Hier verdient volgens mij een kapitein zijn strepen, door het toch wel grote transportschip gedraaid te krijgen.

De Poolcirkel – deel 2 & Bronnoysund

En dan verlaten we het land van de Middernachtzon en de Poolnacht, en reizen terug de Poolcirkel onderdoor. Natuurlijk opnieuw met champagne, het blijft een magisch moment, en het is net mijn verjaardag, dus, schol, happy birthday to me, ik kan me geen betere plek bedenken om vandaag te zijn. Met de belofte dat ik nog terugkom, ik heb nog lang niet genoeg van dit land van lichtschakeringen, het land van de clair-obscur…

We stoppen nog in Bronnoysund vandaag, en krijgen een totaal onverwacht concert van Makalaus in de lokale kerk. Mooi om zien, hoe wij als toeristen van de Hurtigruten met crew de kerk volledig vullen, en een glimlach toveren op de enthousiaste muzikanten van Makalause Scouts. Ontroerend mooi.

(lees hier meer over Makalause: Makalaus Droom – KFUK-KFUM Global (kfuk-kfum-global.no)

Een dagje op zee vullen we in met thee drinken, afwisselend buiten op het overdekt dek, als lekker warm binnen in een gezellige zetel, en wat lezen en foto’s trekken van het steeds prachtige decor. Een praatje links of rechts, maar voor de rest hangt hier zo’n ongedwongen sfeer dat het gewoon zalig genieten is. Dus, veel sneller dan nodig zijn we terug in Bergen, al is het een leuk weerzien met mijn favoriete stad.

Terugkeer naar Bergen

En dan komt er plotseling nog een verrassing uit de bus, onze vlucht wijzigt weer, dus we hebben opnieuw een extra dag in Bergen. Dat nieuws komt als geroepen, want ik wil nog niet terug naar huis. We genieten intens van de stad, ondanks de grijze wolken.

Het mooie Bergen!

Met de postboot naar de Noordkaap ( de mooiste zeereis ter wereld)

Ik merkte het al op voorhand als ik het had over mijn reisplannen, voor veel mensen is de Hurtigruten nog onbekend. En, ik wil er nu niet teveel reclame voor maken, want het was er voor ons lekker rustig, maar dit is toch wel een hele leuke manier om de kust van Noorwegen te ontdekken, als ik al niet mag zeggen dé manier. Deze postboot vertrekt uit Bergen richting het Noorden helemaal tot Kirkenes, om dan terug zuidwaarts te varen. Bij elk van de 34 havens waar de postboot stopt, wordt de laadklep geopend, en gaan er transportgoederen in en uit, de ene keer al wat meer dan de andere. Ook ’s nachts vaart de postboot verder, maar de havens die je ’s nachts aandoet noordwaarts, doe je overdag als je terug naar het Zuiden meevaart. Maar echt, om elke dag de omgeving te zien veranderen, van groen naar ijs, van koud naar kouder, en dan laat de zon zich op een ochtend zien, wat een magisch moment!

Bergen, de stad tussen de zeven bergen

Maar we beginnen met een citytrip in Bergen. Door een wijziging van de vluchturen mogen we zelfs een dag eerder, dus we hebben een ruim weekend om deze zalige stad te ontdekken voor we aan boord gaan van onze postboot Nordnodge. En wat ben ik verliefd! Deze stad heeft alles! Van natuur tot cultuur tot een actief stadsleven. Unesco Werelderfgoed, kunst en verse vis, elke dag! Schoonheid in de vele kleine kunstgalerijen, musea bezoeken, verdwalen in Bryggen, en dan toch een Guinness kunnen drinken in een Irish Pub. Ok, hier wil ik komen wonen!

Aan boord van MS Nordnodge

De postboot wordt onze thuisbasis voor 11 dagen, dus nadat we onze kajuit hebben gevonden, gaan we op onderzoek uit. Ik had gelezen dat je tussen de locals reist, dus ik was benieuwd wie we hier allemaal zouden ontmoeten. Blijkt dat er veel Zweden werken, het loon is beter dan in hun thuisland, en hun taal trekt zo hard op het Noors dat ze makkelijk met elkaar kunnen communiceren. Twee vaarten op en af, en dan 22 dagen thuis. Klinkt me zo slecht nog niet. Qua reizigers komen we vooral Engelsen tegen, en wat Duitsers. Er gaat maar een vijfde van de capaciteit van de boot mee op deze tocht, dus plek zat voor iedereen. De postboot is geen cruise, je vindt er geen zwembaden of casino’s, maar uit eigen ervaring kan ik nu wel zeggen dat het dik in orde is. Lekker vers eten, elke dag, met keuze tussen vis, vlees of vegetarisch. Een bar waar je ’s avonds lekker in een stoel kan onderuitzakken en kan genieten van de deining. En geen chichi. Oef.

ons bootje

Urke & Alesund

Gezien we ’s avonds vertrekken, is het al donker als we Bergen achter ons laten en de eerste vissersdorpen zien we by night. ’s Morgens verwelkomen de eerste besneeuwde bergtoppen ons al, en de eerste huisjes met een grasdak laten zich zien. Prachtig is het hier! Het is middag als we in Urke aanmeren, een supercute klein dorpje waar we een deel van de middag kunnen doorbrengen.

Diezelfde avond meren we nog aan in Alesund, een charmante stad om in de schemer nog rond te kuieren. Volgens de reisgids een belangrijke vissersstad en ook een aangename winkelstad. Wat vooral opvalt, is hoe fjorden en bergen hier samenkomen in de oceaan. Is het deze combinatie die het hier in Noorwegen zo mystiek maakt? Ik ben alvast in de ban.

Het is winter, en dan doet de Hurtigruten de bekende Geirangerfjord niet aan. Je krijgt dan wel Urke in de plaats. Maar wat had ik nu gedacht, dat die bekende vogelbergen nu ook vol papegaaiduikers zou zitten? Oeps. Ik weet dus nu al dat ik nog eens moet terugkomen.

Trondheim

In Trondheim loopt de Nid-rivier, en vanop deze mogen we de stad van dichtbij gaan ontdekken, we bezoeken Trondheim per kayak. De houten stad. Dit was ooit de eerste hoofdstad van Noorwegen, toen nog genaamd Nidaros (de naam omdat de stad gelegen is bij de monding (=’os’) van de Nid-rivier). De beroemde Nidaros kathedraal, één van de grote Gotische gebouwen van Europa hebben we enkel vanop afstand gezien, maar een stad zien vanop het water is altijd een aanrader. Het weer zit niet zo mee vandaag, dus het grootste deel van de tocht kayakken we in de regen; dat kan de pret niet bederven.

De Poolcirkel & Bodo

En dan is er dat spannende moment, we kruisen de Poolcirkel, en komen in het land van de Middernachtzon. Het is winter, dus wij gaan vanaf nu eerder op zoek naar het Noorderlicht. De dag starten om 8u07 ’s morgens met champagne in de hand, er zijn slechtere manieren om de dag te beginnen. Diezelfde middag bezoeken we Bodo, en ja, er ligt sneeuw! Onze botinnen in de valies proppen was zeker geen slecht idee.

De Poolcirkel

Tromso (het Parijs van het Noorden)

Ook hier kijk ik erg naar uit. Tromso, een andere parel van Noorwegen. We hebben de ganse middag om die te bezoeken, en dat is nog te kort. Mijn lijstje van plaatsen waar ik nog eens terug naartoe wil wordt alsmaar langer. Deze stad is fantastisch. Wij bezoeken de lokale brouwerij en ontdekken een aantal stoutbieren; wat een gezellige kroeg!

De Noordkaap

En dan is het tijd voor het summum van de reis, de Noordkaap. We hebben ons ingeschreven voor de excursie, want op eigen houtje geraak je moeilijk op de Noordkaap vanuit de haven van Honningsvag, toch om op tijd terug aan boord te zijn. Samen op de bus, en door echt winterweer rijden we naar het meest Noordelijke punt van Europa. Hier zijn we echt op het einde van de wereld. En dat het daar prachtig is. We wisselen de koude wind van buiten af met de panoramahal, die in een berg in ingebouwd. Hier spelen ze een unieke voorstelling met een super-videograaf over de natuur en de seizoenen van Noordkaap. Ik voel me zo verbonden met de natuur dat ik er geëmotioneerd van ben. Hoe prachtig is dat hier! Ik denk terug aan het boek van Mark Eyskens Zinzoeken? heeft dat eigenlijk zin? en ook aan de bewoners van het Noorden, de Sami, die ik al eerder mocht ontmoeten in Lapland. Ontmoeting met de Sami cultuur in Lannavaara.

‘Hier sta ik dan op Noordkaap, op het uiterste punt van Finnmark, aan het einde van de wereld. Hier, waar de wereld eindigt, eindigt ook mijn nieuwsgierigheid en keer ik tevreden huiswaarts.’

Negri, 1664.

De Noordkaap

Kirkenes

En dan varen we door naar onze laatste stop voor we terug Zuidwaarts varen, Kirkenes, vlak aan de grens met Rusland. We hebben een voormiddag om deze stad te ontdekken, en ik wil graag wat meer van de Sami weten, dus we beslissen twee musea in de stad te bezoeken; het Grenselandmuseet en Saviomuseet. Er is een expeditieteam aan boord van het schip, dus elke stop krijg je een stadsmap mee, en geven ze je ook wat bezienswaardigheden mee. Deze musea zijn meer dan een aanrader. Vooral het kunstmuseum met werken van de Sami kunstenaar John Savio steelt mijn hart.

Kirkenes

En wat ben ik blij dat ik nog niet van de boot moet! We mogen nog mee Zuidwaarts, terug richting Bergen. En, de haventjes die we gemist hebben op weg naar het Noorden omdat we ze ’s nachts passeerden, komen nu wel aan bod. Op het programma: Vardo, Hammerfest, Harstad, Sortland en Bronnoysund. Dat lezen jullie volgende week!

Het eiland van César Manrique

Ik kende hem niet toen ik vertrok. Maar uiteindelijk is het eiland niet zo groot, dus als je een auto huurt en begint rond te toeren, duurt het niet lang of je komt wel iets van hem tegen. Laten we dus wat meer over de man en zijn thuisland te weten komen. Welkom in Lanzarote.

Een eiland dat dor en droog is, door de vele vulkanen die serieus huisgehouden hebben. Er is geen dier te bespeuren. En net daar is de ‘Vallei van de Duizend Palmbomen’, ja, het huis van onze kunstenaar blijkt. Een combinatie van architectuur, schilderkunst en beeldhouwen. Hij wordt als bouwadviseur een beetje de baas van het land, zet zijn stempel op verschillende manieren neer. Zo is bijna geen gebouw hoger dan vier verdiepingen. Op de vele ronde punten vind je werken van hem terug. En hij ontwierp verschillende te bezoeken sites waar kunst met natuur verbonden is. Want daar gaat het hem allemaal over, Lanzarote in zijn eenvoud en natuurlijkheid behouden, en niet laten overspoelen door massatoerisme. Eerbied voor de natuur hebben. Heel Lanzarote is een kunstwerk op zich.

Er is een foundation opgericht in zijn vorige woning, gebouwd op een lavastroom. De natuur kan niet letterlijker in je woning binnenstromen. Hij woonde prachtig, dat moet gezegd. Volgens de foto’s en informatie een echte levensgenieter. Hij inspireert me.

We bezoeken meerdere trekpleisters op het eiland, en meestal heeft het wel iets met hem te maken. Zo ontwierp hij het restaurant in het Nationaal Park Timanfaya, waar je met een bus tussen de kraters van de vulkanen rijdt en ontdekt welke warme kracht de aarde daar nog steeds heeft. Het meest noordelijke punt van het eiland heeft Mirador Del Rio met een prachtig (maar winderig) uitzicht op het eilandje La Graciosa, en ook een gebouw dat ontworpen is door, jawel, onze kunstenaar. Vergeet de grotten niet, Jameos Del Agua, een extra rustgevende plek, en tevens een prachtig verwerkt decor.

Je zou daarbij vergeten dat er nog andere pareltjes geschiedenis geschreven hebben op Lanzarote, zoals José Saramago. Deze Portugese schrijver woonde en schreef de laatste jaren van zijn leven op het eiland, en zijn huis dat je mits reservatie en met een gids kan bezoeken, is zo de moeite. Er staat misschien wel de enige olijfboom die je op dit eiland kan vinden. Maar buiten dat, zijn bibliotheek is zo indrukwekkend! En, hij woonde al in Lanzarote toen hij de Nobelprijs in ontvangst mocht nemen, dus voor de locals hij is echt wel ‘one of the guys’.

En dat het noodlot soms toeslaat; twee weken voor deze twee briljante heren elkaar kunnen ontmoeten, komt César Manrique om het leven bij een auto-ongeluk. We zullen nooit weten wat had kunnen ontstaan als ze die geplande babbel wel hadden gehad. Zo jammer.

Dit maakt Lanzarote de moeite om eens te bezoeken: het mooie zomerweer als het bij ons nog winter is, lekkere tapas aan zee, en dan de hoeveelheid cultuur die je kan opsnuiven op dit kleine eilandje van de Canarische Eilanden. Zonder dat we allemaal tegelijk gaan dan; dat zou César Manrique niet gewild hebben. Amen.

Citytrippen in Pest en Boeda     

Op het to do lijstje: zeker een badhuis, daar is de stad immers voor bekend; een museum, nog te kiezen het welke, een boottochtje op de Donau en lekker eten en drinken. We hebben een midweek om het allemaal af te vinken, dat moet lukken! En ok, niet alles is gelopen zoals gepland, maar dat we ons geamuseerd hebben en de slappe lach hebben gehad? Hell yeah!

De vlucht en transfer verlopen prima. Buiten de extra administratieve rompslomp op voorhand, komen we zonder problemen in de hoofdstad en tevens grootste stad van Hongarije aan. Efkes inchecken, en dan op zoek naar een leuk eettentje. Gelukkig voor Maya hadden we net op tijd door dat deze wachtrij voor een fusion restaurant was, en niet voor het naastgelegen burgerrestaurant, anders had ze mee Grilled Eggplant kunnen eten. De burgerzaak bleek dan nog dicht te zijn ook. Het iets verder gelegen restaurant ‘Pizza & Wine’ biedt de oplossing.

De kerstversiering hangt er nog, en dat maakt Pest extra gezellig. Het is, voor een stadscentrum, rustig, dus we kuieren lekker rond, ontdekken waarom de stad ook ‘Parijs van het oosten’ genoemd wordt, en we zien Budapest Eye. En ja, een bezoekje aan het Hard Rock Café mag niet ontbreken. Krijgt Maya toch nog haar burger.

Een stad kan je zo leuk ontdekken via de Hop-on-Hop-off bus. Je krijgt op korte tijd een zicht op waar de bezienswaardigheden zich bevinden en je kan overal op- en afstappen. De ticketjes hiervoor, en ook die voor Thermen Széchenyi Baths, kunnen we kopen aan de receptie van ons hotel, Soho Boutique. Met onze bikini in de rugzak richting City Park. Ik wil vooral op zoek naar het standbeeld van The Unknown Chronicler met de naam Anonymus, dat ergens in dat park te vinden moet zijn. De legende zegt dat als je zijn pen aanraakt, je ook de vaardigheden van schrijven en inspiratie krijgt. Ik weet al niet meer waar ik het gelezen heb, maar blijkbaar heeft Rowling de pen ook aangeraakt, de rest is geschiedenis. Op zoek naar het beeld dus!

Maar eerst, het badhuis! Die Széchenyi Baths zijn de grootste, met 3 buiten- en 15 binnenzwembaden, met allemaal andere temperaturen. De baden zouden medicinaal zijn, met vooral veel mineralen en geen of een minimum aan chloor, en dus kunnen ze dienen tegen allerlei kwaaltjes. En al ben ik echt voor sauna en bubbelbaden, dit is geen plek voor mij. Het is er druk, ik vind het er niet proper, en sommige koppeltjes zitten echt wel dicht op elkaar. We zoeken dus een plekje in een van de 18 baden, maar vriezen ondertussen uit ons vel. En uiteraard, het bad met het minste volk is dan ook maar 20°C. Rap erin en eruit dan maar. Hilarisch wel!

Het grootste badhuis van Europa

Het ticket voor de Hop-on-Hop-off bus bevat ook een cruise op de rivier tussen Pest en Boeda. Een stad zien vanop het water geeft toch altijd wat een andere dimensie. En ja, het parlement laat zich prachtig zien op de oever van de Donau. Boedapest is ook bekend voor zijn grote markhallen, de grootste is Nagycsamok. Beneden veel kraampjes met vis, vlees, groenten en de typische paprikapoeders, en boven meer de toeristische kraampjes met vooral veel matroesjkas en tafellakens.

Een museum moeten we nog doen! We stappen het Hungarian National Museum binnen, met het idee dat we het Hongaars Natuurhistorisch Museum bezoeken. Meestal werkt Google Maps goed, maar soms zet het je dus wel op het verkeerde been. Geen dino’s dus, wel de geschiedenis van Hongarije. Hilarisch momentje opnieuw.

Als afsluiter van onze trip bezoeken we nog de bekende cakeshop, Gerbeaud. Wow! Precies High Tea in een prachtig decor. De zon doet de rest, we nemen met prachtig winterweer afscheid van deze stad.  

Hiken in Irschen

We hadden anders iets meer tropisch in gedachten. De Europese kaart kleurde terug groen voor de eerste keer, dus we boekten een trip in Europa, maar wel overzee. Martinique. Een fly & drive. We vonden onszelf erg creatief, we zouden reizen in Europa, maar toch naar de Caraïben kunnen. Tja. Tegen we kunnen vertrekken zegt de luchtvaartmaatschappij het zelf af, donkerrood kleurt het gebied, en toeristen zijn niet langer welkom. Het pakket blijft staan voor een andere keer. Maar wij willen met vakantie, deze keer willen we niet wachten op postcoronatijd. Het wordt Oostenrijk, met de auto, en met Reynaert.

Na wat tips van mijn lieve vriendinnen (tevens Oostenrijkkenners) kiezen we een hondvriendelijk hotel. Wandelen en nadien beentjes onder de tafel, dat lijkt ons wel iets. Landhof Irschen voldoet aan alle voorwaarden. Een tussenstop in München breekt de heenreis in twee. Gelukkig, want het is een stevige trip.

Uitzicht van op ons terras in Landhof Irschen

En we hebben al snel een routine. ’s Morgens eerst Reynaert eten geven en efkes buitenlaten, en dan is er koffie! De eerste dagen verkennen we kruiden- en bloemendorp Irschen en omgeving, nadien pakken we de auto meer de bergen in om van daaruit een wandeling te starten. De routes zijn wel efkes wennen. Niks is hier plat, alleen omhoog om later weer naar beneden te gaan, of andersom. En dat zowel te voet, maar ook met de auto. Soms hebben we padjes die precies enkel voor 4X4 voertuigen zijn voorbestemd, en onder die categorie valt onze auto niet. Onze GPS vraagt of we zeker zijn dat we de routebegeleiding willen starten, met een icoontje bij waarbij een auto de ravijn in stort. Slik. Maar goed, we komen overal, en nergens. Prachtig is het hier. Wat een uitzichten!

Wat ons een beetje tegenzit, is de taal. We kunnen geen van beide echt goed Duits, en de Oostenrijkers kunnen niets anders. Het zou een tiktok filmpje waard zijn om ons te zien vertellen met handen en voeten (en mét geluid) dat we tijdens een wandeling voorbij loslopende paarden moesten, die met 5 naast elkaar de doorgang blokkeerden. Wat was paard nu weer in het Duits? We leren dat het soms helpt om gewoon ons Antwerps dialect te gebruiken, daar komen we al een hele stap mee vooruit.

Elke dag de bergen in, om ons nadien culinair te laten verwennen, al dan niet na een (ijskoude) plons in de zwemvijver aan ons hotel om af te koelen van de inspanningen. Na twee weken zon wordt het hier bewolkt. Tijd om naar huis te gaan. Een lange rit terug, met een tussenstop in Frankfurt deze keer. Ik moet het toegeven, de bergen hebben iets mystiek. Misschien toch eens op wintervakantie gaan?

Schrijfretraite in San Severino

We zijn februari 2020.

Ik had me, na een tip van een lieve vriendin, ingeschreven voor een schrijfweek. Ik wil al lang een boek schrijven en kom er thuis precies niet toe. Ideeën genoeg, maar de structuur ontbreekt me om eraan te beginnen. Dan roepen we toch hulp in! En jawel, in mei nog hetzelfde jaar zou ik afreizen naar Epidavros, en daar een aantal andere mensen ontmoeten die me zeker zouden kunnen helpen met mijn project.

Mijn plan was duidelijk. De schrijfdocente Bettina Drion gaat mee, met toch al een aantal romans op haar palmares, zij gaat me tips & tricks geven om dit ooit tot een goed einde te brengen. Ik weet ook wel dat ik een boek niet op één week schrijf, dus ik hou de eerste twee maanden van volgend jaar vrij voor de afwerking. Dat doe ik, na overleg met het thuisfront, dichter bij huis, in de Ardennen. Ik regel alvast het verblijf. Dromen worden waar.

Wisten we veel dat Corona hier een hele grote stok zou tussensteken. Want mei blijkt ineens niet haalbaar. Juni ook niet. Een tweede lockdown die ook de planning van het najaar bepaalt. Er wordt niet gevlogen, zo simpel is het. Het virus hakt er zo hard in, dat ook mijn plannen voor de Ardennen teruggeschroefd worden van 2 maanden naar 3 weken (Mijn persoonlijke quarantaine). Daar gaat mijn plan.

Dat mensen niet stilzitten tijdens zo’n crisis en dat het ook opportuniteiten met zich meebrengt, bewijzen Celeste en Anja. Een jaar na inschrijving krijg ik een eerste voorzichtige mail waarin ze polsen of Italië ook goed is als retraite plaats. Ze koesteren al langer de droom om een eigen plek te hebben, en vinden hun stek in San Severino. Ver weg van Griekenland. Maar ver genoeg van huis ook, dus wat maakt het mij uit, eerlijk, als ik maar kan vliegen naar een mooie inspirerende plaats. De bijgevoegde foto’s in hun mail spreken boekdelen. Griekenland komt wel een andere keer.

Het is nog even bang afwachten, maar in augustus is het dan eindelijk zo ver. 1,5 jaar na inschrijving vertrek ik, blijkbaar met 4 anderen uit Nederland, ergens naar het midden van de laars. Het thuisfront ondergaat jaloers hoe ik enthousiast wat zomerspullen (inclusief bikini) in mijn koffer gooi.

Bettina, onze schrijfcoach, herken ik al op de luchthaven in Rotterdam. Ze stapt net weg van check-in als ik er toe kom. De anderen, Gerda, Yvonne en Britta, ontmoet ik later aan de gate. Allemaal minstens 15 jaar ouder dan mij, maar de sfeer zit direct goed, en ook tijdens de week zal blijken wat een hechte groep we zijn, een steun en toeverlaat voor elkaar. Een warme ontvangst door Celeste en Anja in San Severino. (meer over hun activiteiten en exacte locatie: https://artisagreece.org/nl/onze-nieuwe-plek-in-italie/) De week verloopt ontspannen tussen de hoofdpersonages, een stiltewandeling, voorleesavonden, perspectieven, een individueel consult en verhaallijnen door. Met ’s morgens yoga om de dag goed te starten, de dagelijkse regelmatige afkoelmomenten in het zwembad en de creatieve vegetarische schotels van Celeste vliegt de schrijfweek voorbij. Het is een luxe retraite! Doe daar nog een bezoekje aan Tolentino en Porto Recanati bij, en deze schrijfweek kan niet meer stuk.

Met mijn storyboard op zak, en brokje 1 geschreven, nagelezen en herwerkt te hebben, ga ik met een voldaan gevoel naar huis. De kop is eraf.

Cuba: La Perla Del Caribe

Oef, de auto staat er nog, met wielen en al (lees eerst het eerste deel van Cuba: De roze bril van Cuba). Op weg naar Viñales. Daar leren we dat een plas soms niet gewoon een plas is, maar een gat in de baan. We snappen ineens waarom ze een platte band niet willen verzekeren. Het is een echte uitdaging op de baan. En dan worden we tegengehouden. ‘I need your help.’ Nee, geen lifters. Tja, als hij dan een badge voorhoudt, zijn we toch wat onder de indruk (onterecht blijkt later) en zitten we een beetje later, tegen alle regels in, met drie in de wagen. We worden uitgenodigd op de plantage, in ruil voor het vervoer krijgen we een koffie, en een sigaar. Illegale sigarenverkoop, dat is het. De vriendelijkheid verdwijnt als sneeuw voor de zon. Als we dan toch met nog wat meer sigaren onze reis verderzetten, zien we de volgende slachtoffers al richting de plantage rijden. Another one bites the dust. Cubanen zijn plantrekkers. En eigenlijk kan je ze het zelfs niet kwalijk nemen.

Viñales

Con Caballo? Si. Een must do in Viñales is het Nationaal Park bezoeken. Viñales is groen. Prachtig. Midden in het park een lagune (waar je dan uiteindelijk niet in mag zwemmen omdat een Israëli er drie maanden geleden in is verdronken). En wat is beter dan dit park met een dagtocht te paard te ontdekken. Slik. Ik ontdek pas dat caballo paard betekent als de cowboy ons ’s morgens oppikt. Het wordt een dag van rum, sigaren, schrik (zowel ik als het paard) en ongemakkelijkheid, om tevreden (maar stijf) af te sluiten met een mango en bananen daiquiri in de lokale pub. Viñales is de place to be voor rugzaktoeristen. Een marktje van 6 kramen, en een paar cafékes. Meer heb je eigenlijk niet nodig. Weetje: alle merries zijn van de staat, dus je krijgt enkel hengsten om mee te rijden. En zo allemaal hengsten onder elkaar… soit, you get the point.

Cienfuegos

‘Can we come with you?’ onze buren in de casa particular de Creste El Pelotero in Viñales. Een jonge gast met zijn tante, met de rugzak, ook op weg naar Cienfuegos. Ah, waarom niet? We beginnen ons al echt als Cubanen te gedragen, zo de regels aan ons laars lappen. Casa El Capital. De huizen zijn hier echt prachtig. De auto staat op straat, maar wordt voor 2 CUC bewaakt, zo doe je dat hier. Meestal kan je in een casa eten, bij de particulier (aanrader!), maar ze heeft niets voorzien voor vanavond, dus stuurt ze ons door naar familie van haar die een resto tentje hebben. Met live muziek. Zo doe je dat hier. In Cienfuegos kan je zelf een kroegentochtje doen, vanuit elke bar klinkt een ander live bandje. Place to be, definitely!

Cienfuegos is op een schiereiland, dus we laten ons door een bicitaxi voeren naar de Punto, het puntje van het eiland. Prachtige huizen hier. Kastelen bijna. De kloof tussen rijk en arm kan niet groter zijn denk ik dan. Palmbomen en stranden, precies Cuba uit de boekskes!

Trinidad, Unesco Werelderfgoed

Op de baan gaan met de auto blijft een uitdaging hier. We beslissen nu echt niemand meer mee te nemen, al willen nu de mensen vooral dat we bananen en andere spulletjes kopen; zó graag dat ze tot voor onze auto lopen. Ook lopen er hier veel krabben op de baan, die wil ik ook het liefst ontwijken. Hoe dichter bij het centrum, hoe meer mensen die nu heel graag willen dat we in hun casa komen logeren. Wij hebben beslist naar Casa Colonial El Patio te gaan, en daar moeten we dan weer naar zoeken. Maar eenmaal gevonden, de mooiste casa ever! We leren weeral iets meer over Cuba hier. De Cubanen moeten wel plantrekkers zijn en ergens proberen hun geld mee te verdienen, zo heeft deze dokter dan maar een casa gemaakt van zijn huis, uit gebrek aan werk. Iedereen probeert iets mee te pikken uit de toeristensector; eten maken, iets verkopen, hun huis openzetten, pizza op straat,… noem maar op. Iedereen wil CUC’s, de toeristenmunt, daar kan je meer producten mee kopen dan met de pesos. Fidel mag dan een held genoemd worden, is (of was) hij wel goed voor zijn bevolking?

Onze auto veilig in de garage, ik ben blij dat we die de volgende dagen weer kunnen laten staan. Trinidad is een stad om te voet te verkennen, met goede basketters, want ’t zijn enkel kasseien en trappen. Wel heel charmant. Een echt doolhof, om de piraten te misleiden. En ons ook. In Bar Canchácharra drinken we de lokale cocktail van hier, ja, Canchácharra, op basis van rum natuurlijk. En dat onder begeleiding van super muzikanten met hun live bandje. Ze hebben talent hier!

Sancti Spiritus

Een klein Trinidad, maar dan zonder kasseien, maar minstens evenveel mooie koloniale gebouwen. En minder toeristen weer. ’t Is zondag, en dat zullen we geweten hebben. Op het plein in het centrum van de stad staan allemaal tafels, veel bier, veel rum met een beetje cola, en er wordt gezongen en gedanst. Ondanks de miserie die ze toch wel kennen hier, kunnen de Cubanen genieten! En wij genieten met ze mee.

Camaguey

No, no es possible. Deze keer volharden we, we nemen niemand mee, dus de agent laat ons dan maar gaan zonder iemand extra op de achterbank. Eenmaal in het centrum, betalen we veel te veel aan een fietser die ons de weg naar de casa particular wel wil tonen. Bij het zien van pesos wordt hij echt kwaad. We laten ons, een beetje uit schrik dat hij iets aan onze auto doet de volgende dagen, voor grof geld afzetten. Zijn dag is goed, die van ons (efkes) wat minder. Mogen we blijkbaar al blij zijn dat we wel aan de juiste casa staan. Ze zijn toch vindingrijk, hij zou een officiële gids der toerisme zijn. Yeah right! Van de auto verdwijnen gewoon elke dag wat meer letterkes vanachter, in plaats van Geely staat er nu nog Gee. Van de andere letterkes geen spoor. Es una experiencia, stelt onze gastvrouw ons gerust.

In Camaguey laten we ons met een bicitaxi rondrijden, om zo de stad te bezoeken. Deze neemt zijn tijd, en geeft ons uitgebreid alle uitleg van wat hij zelf kent van de stad. Er zijn er die toch iets willen doen voor hun geld. Veel gallerijen, veel kunst. De kunstenaars zelf die er zijn laten hun werk zien, en hun atelier. Alles om je verblijf in Camaguey aangenaam te maken! Internationaal bekend is Martha Jimérez, die werkt rond de thema’s vrouw, vruchtbaarheid en vrijheid. Een madam naar mijn hart. ‘t Is dat de valies vol zit en al zwaar genoeg is, anders had ik misschien wel een van haar bronzen werkjes gekocht.

Santa Clara

Onderweg naar Santa Clara een tussenstop in Remédios. Dit is een prachtig stadje, met een mooi plein. Een stressfactor is altijd iemand vinden waar we de auto in bewaring kunnen zetten (tegen betaling natuurlijk). Daar steken we altijd wel wat tijd in. Eenmaal dat gebeurd is, kunnen we de stad ontdekken. Hier zijn amper toeristen, dus we hebben weer heel het restaurantje voor ons alleen, met een privé live band. Onze collectie CD’s thuis wordt uitgebreid met gekopieerde cdkes van al die live bandjes hier (a ja, je moet toch iets geven!).

50 km verder is Santa Clara, hier is Plaza de la Révolution, met het museum rond Ché Guevara, de grote held. Hier brandt de eeuwige vlam voor hem (echt waar). Een verplicht schooluitstapje voor iedereen in Cuba. Het museum is niet zo uitgebreid, wat foto’s en teksten, maar het gebouw zelf is wel indrukwekkend.

Hier brandt de eeuwige vlam voor Ché Guevara

Het beloofde paradijs

En dan sluiten we onze trip af op Playa Jabacoa, om ook het Cuba uit de boekskes te doen. Vlak aan het strand, een prachtig hotel Memories Jabacoa Resort, efkes relaxen na onze toch wel intense ervaring. En dat we hebben bijgeleerd; we rijden los een politieagent voorbij die ons wil laten stoppen, niet meer met ons! Als dat maar goed komt denk ik nog even. Dit hotel is het enige op onze reis waar we niet onderweg naar moeten vragen, overal staan bordjes ernaartoe. De auto brengen we gelukkig met vier wielen terug binnen, wel zonder de lettertjes GEELY achteraan. No problem.

Uitzicht vanuit onze kamer in hotel Memories Jibacoa Resort

Mijn tips voor een trip naar Cuba:

  • Cuba is prachtig, maar besef dat je eigenlijk naar een derdewereldland reist;
  • Mensen mogen er niet zomaar weg, enkel op uitnodiging, dus als je single bent, je weet wat je te wachten staat;
  • Iedereen probeert zijn centje (CUC goed te verstaan) bij te verdienen, de ene al oneerlijker dan de andere;
  • Cuba is meer dan de stranden van Varadero alleen, een prachtig land, met potentieel, maar een verschrikkelijk oneerlijk beleid.
  • En, als je de locals een plezier wil doen, neem dan zeepjes en stylo’s mee! 😊
  • Iemand die gaat en de ‘Guía de Carreteras de Cuba’ wil lenen? Laat weten!