De McKenzie Vriend

Een McKenzie vriend helpt een procespartij in een persoon in een rechtbank in Engeland en Wales, Noord-Ierland, de Republiek Ierland, Nieuw-Zeeland en Australië. Deze persoon hoeft niet juridisch worden gekwalificeerd.

Het nieuwe boek van Nicci French is er! In Hechtenis. Dat is zo’n moment dat ik zelfs in mijn agenda zet, om tijdig het boek te reserveren, zodat ik het op de eerst mogelijke beschikbare dag bij mij heb. Door mijn studies psychologie moest ik het boek efkes aan de kant leggen, maar ondertussen heb ik me knus in het hoekje van mijn zetel kunnen settelen en ben ik de wondere wereld van het schrijversduo weer kunnen induiken.

Ik veronderstel dat ik Nicci French zelf niet meer moet voorstellen, als fan heb al verschillende keren iets over hen en hun boeken geschreven: Huis vol leugens, Waarom Jacqui niet Nicci is,  Iemand die je moet kennen.

hechtenisHet hoofdpersonage is Tabitha, die in de gevangenis zit, en eigenlijk niet goed weet waarom. Heeft ze echt zelf haar buurman vermoord? Ze is niet zeker. Een groot deel van het boek gaat trouwens over dit gevangenisleven en de bijhorende rechtbankzaak, chapeau hoe je dit zo kan omschrijven. Enkel, ik vond het plot een beetje teleurstellend. Waar je bij de andere boeken zelf mee de moordenaar gaat zoeken, en dan nog dikwijls op het verkeerde been gezet wordt, bleef ik hier toch wat op mijn honger zitten als aan het licht komt wie de dader is.

Misschien zijn mijn verwachtingen ook al aan de hoge kant als ik een nieuwe Nicci French lees. 😊

Alleszins, ze zijn geen lezer verloren, deze komt bij mijn verzameling te staan, en ik wacht het volgende boek af!

De zwarte bladzijde van Cambodja

De rit naar Phnom Penh gaat meestal over asfalt, maar ook regelmatig over zandpaden. Langs verschillende dorpen, met allemaal hun eigen lokale markt. De gewone zaken zoals (véél) vlees aan haken, veel groenten en fruit, maar ook bakken vol gefrituurde kakkerlakken, schorpioenen, spinnen en slangen. ’t Zijn tussendoortjes, voor bij de aperitief. Ik hou het dan maar bij chips. Ik schrik me een ongeluk als een vrouw met een levende (echt grote!) spin om me afkomt en hem op mijn lijf wil zetten. Van een verkooptruc gesproken. Ze zet hem dan maar op het hoofd van een jongen, die er amper van opkijkt. Ze moet met mij lachen. Als ik zie dat ze een plastieken zakje vast heeft met nog zo’n tiental lieverds, maak ik me toch maar uit de voeten.

In Phnom Penh is het een drukte van jewelste. Scooters, auto’s, fietsen en tuk-tuks… allemaal door elkaar. Een stadstoer staat op het programma. Alleen, het Chinees Nieuwjaar eist de meeste aandacht op. Jongemannen met volledige gespeende varkens lopen op en af naar de tempel. Het lijkt erop dat ze hun koteletten en eitjes bakken op de verschillende -door de temperatuur- warme stenen en beelden. Nee, het zijn offers. Ik kan niet nalaten te denken wat een verspilling dit is, en dat dieren hiervoor moeten sterven om dan in stukjes op de kop van een stenen leeuw te belanden. Nog zo’n bijgeloof voor meer geluk: kleine zwaluwen worden gevangen en verkocht om terug vrijgelaten te worden. Niet aan mij besteed.

Je kan in Cambodja niet voorbij aan de horror die ze nog maar enkele jaren geleden meemaakten. We hebben allemaal wel gehoord van Pol Pot en de Killing Fields. Eerst bezoeken we Tuol Sleng, midden in het centrum van Phnom Penh. Dit is een vroeger schoolgebouw dat in de tijd van de Rode Khmer werd gebruikt als verhoorkamer en gevangenis. Dankzij een overlever, Chum Mey, weten we wat hier gebeurd is. Iedereen die maar een beetje had gestudeerd werd hier naartoe gebracht, en veroordeeld tot het bekennen dat ze spionnen zijn van de CIA of KGB. Van zodra dat ze dat deden, werden ze naar een Killing Field (één van de 413! voor zover we nu weten) gebracht en werden op gruwelijke wijze omgebracht (lees: een kogel is te duur). Diegenen die niet onmiddellijk bekenden, werden gefolterd, om alsnog geblinddoekt hun bekentenis te ondertekenen, en alsnog op een Killing Field terecht te komen. Meestal ’s nachts, onder begeleiding van een muziekje, om het gekrijs te overstijgen en eventuele pottenkijkers te ontmoedigen. Niks aan de hand.

Ik kan bijna niet beschrijven hoe dit erin hakt bij mij. Deze plaats ademt de horror nog uit en maakt iedereen stil. De foto’s spreken boekdelen, de foltertuigen nog meer. Onze gids vertelt ons zijn persoonlijk verhaal hoe zijn familie uit mekaar gerukt is, net zoals zoveel andere Cambodjaanse families. Dit land heeft pijn. We ontmoeten een van de vier kinderen die net op tijd bevrijd zijn. Ik krijg er geen woord uit. Met die brok nog steeds in mijn keel, rijden we met de tuk-tuk naar een van de vele Killing Fields. Het is hallucinant om te zien. Je loopt over houten bruggetjes, met onder je nog allemaal resten van lijken en kledij. Als het zand verder wegspoelt bij een heftige regenbui, wordt des te meer zichtbaar. Ik kan het niet laten te denken dat ik blij ben dat het vandaag kurkdroog is. De Killing Tree, waar ze kinderen tegen doodslaan om dan in de put ernaast te dumpen, hangt vol kleurrijke armbandjes van toeristen. De wens van de Khmer (bevolking Cambodja) is dat we dit verhaal zoveel mogelijk delen, zodat dit nooit, maar dan ook nooit, en nergens in de wereld nog mag en kan gebeuren! Bij deze.

My feeling at that time was that I knew I woud be dead. I was really terrified, and I was scared of being electrocuted. Like I said, I could tolerate the pain form being beaten and having my toenail pulled out, but not being electrocuted. That was too much for me. They attached a wire to my left ear and it was like my head exploded. Kuk-kuk-kuk-kuk-kuk-kuk! My head felt like a machine and my eyes were on fire. I fell on the floor unconscious two times. When I woke up I started telling them what they wanted to hear. (Chum Mey, The Triumph of an ordinary man in the Khmer Rouge Genocide)

Na deze zwarte dag staat er wat cultuur op het programma. Er is een Nationaal Museum in Phnom Penh, met veel intacte beelden, en we bezoeken ook de Royal Palace met onder andere de met 5000 zilveren tegels beklede vloer in het Silver Pagoda. Phnom Penh heeft potentieel, maar heeft nog een lange weg af te leggen om een metropool te worden zoals Bangkok.

We reizen verder naar Sihanoukville. Cambodja heeft zijn eigen land (jammer genoeg) grotendeels verkocht aan rijke investeerders, deze regio blijkt volledig van de Chinezen te zijn. Heel deze stad is een grote werf, ze hebben duidelijk grootste plannen. De waarom is niet ver te zoeken, van hieruit vertrekken de ferry’s naar de tropische eilanden die Cambodja (alé, grotendeels China) rijk is. Wij reizen verder naar het kleinste eiland, Koh Rong Samloem op 45 minuten met de ferry. ’t Is hier nog echt primitief en totaal niet georganiseerd. Onze ferry vertrekt 3 uur later dan voorzien, maar het lukt ons uiteindelijk wel om van de ferry in een kleiner motorbootje te stappen en ons zo te laten droppen op het strand vlak voor ons hotel. Witte zandstranden, helderblauw lauw water, dagverse vis, zalige strandwandelingen en een tocht door de jungle die het eiland rijk is. We nemen de tijd om te bekomen van de pracht en horror dat dit land te bieden heeft.

Terwijl we wachten op de ferry om ons op te halen en terug te brengen naar het vasteland, worden we getrakteerd op een fikse regenbui. Dat verklaart de prachtige jungle op deze eilanden. Van de ferry in de auto, van een klein vliegtuig naar een Airbus om terug huiswaarts te keren.

Wat een prachtige en boeiende reis.

Lees ook mijn andere blog over Cambodja: Cambodja: wat een koninkrijk!

Optimisten, kom uit de kast! (maar blijf in uw kot)

Vandaag hebben we er zoveel belang bij. Om optimistisch te zijn. Om de moed te houden, en te geloven dat er een tijd na Corona komt die ook nog de moeite waard is. En laat dat nu net het onderwerp zijn waar ik me op verschillende manieren in aan het verdiepen ben: Optimisme.

Ik ben student psychologie aan de Open Universiteit, en ik schrijf dit jaar mijn thesis. Die kadert in een ruim onderzoeksproject ‘Zelf mogelijkheden voor persoonlijke groei en professionele ontwikkeling scheppen’. Bingo! Ik ben zelf altijd op zoek om mezelf te verbeteren, persoonlijke ontwikkeling is immers een van mijn kernwaarden, en daarnaast probeer ik via coaching anderen ook te stimuleren om zelf achter het stuur te (blijven) zitten van hun loopbaan, en hun leven. Dit vraagt voor de meesten onder ons toch wel wat effort. Daar zijn heel wat oefeningen voor, om te ontdekken wat je talenten zijn, wat je belangrijk vindt, wat op deze moment in je leven bepalend is enzovoort. Maar zelfs met al deze oefeningen moet je er natuurlijk nog wel zelf aan beginnen. De consumptiemaatschappij en de gouden kooi zijn hardnekkige tegenspelers.

Terug naar mijn thesis. Een van mijn variabelen waar ik rond ga werken is optimisme. Ik durf mezelf best een optimist noemen. Ik sta over het algemeen positief in het leven, en mijn glas is meestal wel halfvol. Het bewijs, ik ben Enneagram type 7, ‘de optimist’. Enthousiast, spontaan, toekomst georiënteerd en avontuurlijk. Check. Wat me dan intrigeert, is hoe je van een pessimist (of cynist), een optimist kan maken. Tijdens de literatuurstudie die ik al deed rond het onderwerp, van wetenschappelijke artikels tot de zelfhulpboekjes, blijkt dat optimisme aan te leren is. En, als ook al bewezen is dat optimisme leidt tot verhoogde motivatie en een betere gezondheid en prestaties, waarom gaan we daar niet allemaal mee aan de slag?

gelukIk nam er het boek ‘Word Optimist’ van Leo Bormans bij om wat concrete tips bij elkaar te zoeken. Een eerste zin die bij mij bleef hangen: ‘wij zijn goed in hebben, maar niet in zijn’. Tja, de consumptiemaatschappij heeft ons in haar greep; wij denken ons geluk te kopen met spulletjes. Een nieuwe jas of een grotere auto, en dan ga ik gelukkiger zijn. Not. Of alé, we denken dat voor een aantal weken. Het is misschien hét moment vandaag om wat te bezinnen, en je af te vragen welk leven je echt wil leven. Er komt immers een tijd na corona ook, en dan kan en mag je terug kiezen voor jezelf wat je wil doen of niet wil doen. Kies je echt terug bewust voor de ratrace?

Een tweede: Gezonde mensen zijn niet noodzakelijk gelukkiger. Maar wel omgekeerd, gelukkige, optimistische mensen zijn vaker gezond. Alle belang bij dus om meer optimistisch te worden, rechtstreeks draagt dit bij aan je gezondheid!

Een makkelijke maar oh zo’n moeilijke: zeg eens goeiedag tegen iedereen die je op straat tegenkomt. Mijn ervaring is, dat dit tijdens deze coronatijden meer gebeurt dan anders? En, ik krijg meestal toch een goeiedag terug. Nog een makkelijke: lach. Ja, gewoon lachen. Niks moeilijk aan, toch?

De slechtste raadgever is angst, en die is nu zo aanwezig tijdens deze tijden. Focus op de positieve dingen om nog meer positieve dingen te zien. What you focus on, is what you get.

Maar hey, deze voorstellen zijn een aanbeveling om je in beweging te krijgen, maar geen verplichting. Zoals professor Mariano Rojas het zegt in het boek ‘The World Book of Happiness’, er zijn geen sancties bij verzuim, maar wie verzuimt, heeft daar meestal spijt van.

Optimisme werkt als een virus, misschien krijgen we daar corona wel mee klein!

New York in Style

Ik was al eens in NY in 2011, dat kan je lezen in Someone sleeps tonight. Nu zijn we 2019, maand mei, eens kijken hoe NY er nu uitziet!

Voor terrasjes moet je niet naar daar gaan, die hebben we hier veel meer dan daar. Maar voor al de rest blijft NY the place to be! En deze keer zijn we georganiseerd; we hebben tickets voor Ellis Island, en voor de opera Rigoletto. Dit zijn zaken die je best van thuis uit al regelt, de kans is anders groot dat je geen plaats meer hebt. En, we willen weer alles uit deze week halen. Check!

Het is toch weer koud voor de tijd van het jaar, we hebben echt onze dikste jas nodig voor het bezoek aan Ellis Island. De boot zit overvol, zou dat ook zo geweest zijn toen de eerste immigranten hier aankwamen? De eerste stop is Liberty Island, met het bekende Statue of Liberty. We hebben tickets tot de Pedestrial (de voet), dus wat klimwerk te doen. Een beperkt aantal mensen mag nog hoger, daar hadden we dus geen tickets meer voor. Maar het uitzicht vanop de Pedestrial is ook al magisch. Zoals gezegd, van op het water heb je het beste zicht op de skyline van NY!

En dan vind ik de tickets niet meer, zitten we daar vast op dat eilandje. Dat overkomt mij nooit, behalve nu dus! Gelukkig geen probleem, we mogen zonder tickets de boot op richting Ellis Island; je was immers al niet tot hier geraakt zonder ticket verzekeren ze ons. Oef! Dit eiland is een museum, best indrukwekkend, met foto’s en tekst over de geschiedenis van immigranten in Amerika. Je kan ook zoeken naar je voorouders op naam; ik moet hier zelf toch verre familie hebben, zoveel ‘Van Reeth’en’ te vinden!

NY heeft best wat groene longen. We komen op Bryant Park op een kunstmarktje terecht, gezelligheid troef! En, al veel gehoord en gelezen over de High Line, dat moeten we proberen. Ja, wel wat groen, maar druk! héél druk! Voor de mensen die daar in zo’n chique appartement wonen met terras moet dit wel minder leuk zijn! ik zou dit de volgende keer overslaan, en rechtstreeks naar dat restaurantje ‘Catch’ lopen voor de overheerlijke verse vis.

Nog twee toppertjes: we kleden ons op, om Rigoletto te zien, een opera van formaat in The Met. Eerst een lekker gerechtje in het bijhorende restaurant (a ja, in stijl he) en dan genieten maar! Deze keer niet met hoge hakken een paar blokken lopen door NY, nee, een taxi nemen is best te doen. Zonder zere voeten deze keer. Uiteraard moeten we ook een museum meepikken nu we hier toch zijn. De keuze valt op MoMA, the Museum of Modern Art. Het is een regenachtige dag, en is het nu daardoor, of is NY steeds drukker aan het worden? Het aantal mensen aan de bull laat me het laatste geloven.

Ons lijstje met ‘to do’s’ is nog steeds niet afgewerkt! Al hebben we nu wel boeken- en platenwinkels bezocht, we willen nog een jazz kroegentocht doen, en zeker ook eens over de Brooklyn Bridge lopen. En kunstgalerijen! En rooftops! Misschien dat we toch nóg eens terugkomen! NY is leuk!

 

 

 

 

 

 

De Routinoloog

Ik wil ook een routinoloog zijn! Dit na het lezen van het boekje ‘Je tweede leven begint als je begrijpt dat je er maar één hebt’, van Raphaëlle Giordano. Zou het familie zijn van die andere Giordano?

Oorspronkelijk Frans: ‘Ta deuxième vie commence quand tu comprends que tu n’en as qu’une’. Ik ken het via een goede vriendin van mij, want zij wees het me op de luchthaven op weg naar Zuid-Afrika (lees hier mijn blog Hakuna Matata.) ‘Net als coaching’, zei ze. Bedankt Caroline, ik heb het met plezier gelezen! 🙂

je tweede levenIk ben vóór positieve psychologie, en dit boek is er een voorbeeld van. Op een positieve manier tot verandering komen, niet door af te straffen wat niet mag. Blijven aanmoedigen; als coach geef je de tips, maar uiteindelijk is het uiteraard wel aan de persoon zelf ze op te pikken en er iets mee te doen.

Het moet trouwens niet volledig fout gaan in je leven om te willen en kunnen veranderen. Het hoofdpersonage in het boek, Camille, leidt best een relax leven; tof gezin, fijne man en haar job is wel ok. En toch is het niet wat het moet zijn, ze mist iets. Om gewoontes te veranderen en patronen te doorbreken moet je ze natuurlijk eerst zien, en daar kan een routinoloog mee helpen. En dan ga je aan de slag, en komt de routinoloog terug in beeld op momenten dat je het moeilijk hebt je de nieuwe gewoonten eigen te maken. Zo simpel is het eigenlijk. In woorden dan toch. Iedereen die geprobeerd heeft te stoppen met roken, of op dieet te gaan, of beginnen sporten, of gewoon, de goede voornemens met nieuwjaar, weet waarover ik het heb. En toch, de aanhouder wint!

Er is zelfs een heuse begrippenlijst van de routinoloog, zoals de denkbeeldige camera (om je focus op het mooie te zetten); de kunst van het nabootsen (creëer je eigen succesmodel door inspiratie op te doen van je idolen) en, eentje voor het ganse gezin, een mopperpot tegen het jawel, mopperen, waar je telkens een euro ingooit als je jammert. Ineens een spaarpotje voor als we ooit terug op reis mogen gaan.

En, nog een mooie voor iedereen tijdens deze Corona crisis, speel eens als kat. We hebben nu toch de tijd, dus als we nu eens gewoon tevreden ‘zijn’ zonder toe te geven aan de druk om iets te ‘doen’. Je goed uitrekken, eens goed geeuwen, een powernap, zo’n beetje ronken en wie weet welke ideeën stromen door je lijf! Ik werk er volop aan! Jij ook?

 

 

 

Cambodja: wat een koninkrijk!

Iedereen kent Cambodja van de Angkor Wat, de grootste religieuze tempel van de wereld. Maar Cambodja heeft nog zoveel andere troefjes. Wij gingen er op roadtrip, en brengen prachtige verhalen mee van een land dat recent een grote horror kende.

‘Zelf een auto huren in Cambodja? Dat heb ik nog nooit gehoord!’ zo reageerde het reisbureau als ik mijn plannen uit de doeken deed. Niet mogelijk dus. Later zal ik begrijpen waarom, het verkeersreglement bestaat hier amper tien jaar, en geen kat die er rekening mee houdt. Je rijdt gewoon waar je wil. Dat resulteert in een paar bloedstollende ‘adem-inhouden-momenten’ op de achterbank als onze chauffeur weer eens een gek manoeuvre maakt tussen de andere weggebruikers, waaronder koeien en véél brommerkes.

Onze eerste stop is Siem Reap, tegelijk het meest toeristisch omdat hier, jawel, de Angkor Wat te bezoeken is. En dat dit een place to be is, is niet overdreven. We worden ’s morgens voor zonsopgang opgehaald, ’t is nog pikkedonker, en zien het licht worden bij dit prachtige monument. Wel tezamen met een paar honderden anderen, maar toch nog steeds even indrukwekkend. Onze lokale gids kent dit terrein op zijn duimpje, dus loodst ons met gemak voor en tussen de drukte door naar alle beste plekjes, boven op de torens, en tussen de nissen door voor de beste uitzichten. Tegen we om acht uur terug naar ons hotel gaan voor ontbijt, hebben we al 6000 stappen gezet!

P1040010De volgende dagen verkennen we het terrein en zien verschillende tempels, de ene al groter en magischer dan de andere. Van Angkor Thom naar Terrace of the Elephants, van Bayon en Baphuon naar Ta Prohm. Deze laatste is ongelooflijk, overgroeid door grote Kapok Trees. Ook de Roluos Group Temples komen aan bod. Het is een groot terrein, waar we ons met een tuk-tuk overal naartoe laten rijden, om dan de tempels te beklimmen. Wat een heerlijke tijd. Dit is vakantie!

De avonden in Siem Reap vullen we met een bezoekje aan de Night Market (niet echt ons ding) en de Pub Street. Live optredens, en heerlijke gerechtjes, zoals amok. Met veel kokosmelk, maar zachter van smaak dan de typische Thaise curry’s. Al is onze ervaring dat je beter een restaurantje zoekt in de zijstraatjes van Pub Street. Deze laatste is een straat vol horeca om toeristen het naar hun zin te maken, met in de restaurantjes een prentenboek; van biefstuk friet tot lasagnes, van rijst tot salades, teveel om het allemaal kwalitatief te kunnen aanbieden. Niet de Cambodjaanse stijl. Een tip die in meerdere landen van toepassing is, ga waar de locals gaan; gegarandeerd lekker en vers eten! A ja, de gefrituurde spinnen en slangen die ze op straat te koop aanbieden (ook weer voor de toeristen) hebben we maar overgeslagen.

Op stap gaan met een lokale gids heeft zijn voordelen. Je ziet het echte Cambodja. We zien het verschil tussen de lokale markt en de toeristenmarkt. Deze laatste ligt vol Chinese brol, je kan je afvragen waarom we dit zo leuk blijven vinden ons tussen die troep te begeven. Wij vinden er maar niks aan. De lokale markt is dan ook weer aanpassen. Een drukte van jewelste, met brommertjes voor en achter (ja, ze stappen zelfs niet af om te voet te gaan tussen de kraampjes) en ja, vers is vers, dus ineens springt een vis uit zijn ondiepe kom vlak voor mijn voeten op het pad, in een poging te kunnen ontsnappen. Kippen liggen met hun poten vastgebonden aan elkaar. Vlees hangt in deze tropische temperaturen gewoon op aan haken, met overal vliegen. Die avond eet mijn vriend mee vegetarisch.

Tijdens onze tijd in Siem Reap bezoeken we ook Mechrey Village, op Tonle Sap Lake (betekent Great Lake), een dorp op een meer. Zij verhuizen mee met waar de vissen gaan. Uniek aan dit meer is dat de stroming twee keer per jaar verandert. En of ze creatief zijn. Er wordt aan landbouw gedaan, en je ziet overal kippen en honden op de eilandjes zitten. Gebouwd op bamboe en tonnen, en zo slepen ze met een motorbootje heel hun hebben en houden naar waar ze maar willen. Het is een beetje een dubbel gevoel. Het is een nomadisch bestaan, met visvangst voor zover ze het nodig hebben voor eigen gebruik. En dan komt het kapitalisme. Resultaat: overbevissing, mangroven worden gekapt om ook een stukje grond te hebben aan land (als kapitalist moet je ook iets ‘bezitten’ he), het hele ecosysteem staat onder druk. Er is geen schoolplicht in Cambodja; ouders kiezen zelf of ze hun kinderen naar school (die wel voorzien is, ook hier op het meer) sturen of niet. In veel gevallen helaas nog niet. Zo blijven ze ongeschoold, en zien het nut niet in om hun plastiek, afval en overschot van netten anders op te ruimen dan het gewoon in het water te gooien. Ze leven gewoon van dag tot dag.

En dan is het tijd om onze laatste tempel te bezoeken, Banteay Srei, ooit gebouwd uit roze steen waar na al die tijd van de kleur uiteraard niets meer te zien is. Tussen de apen en papegaaien genieten we van deze parel. Morgen vertrekken we voor een lange autorit naar de hoofdstad Phnom Penh. Op zich niet zo ver (300 km) maar door de staat van de wegen doen we er bijna een volledige dag over. Wat we daar zullen zien, tart elke verbeelding.

Lees hier het vervolg: De zwarte bladzijde van Cambodja

 

Someone sleeps tonight

In 2011, dat was de eerste keer dat ik er kwam. In maart, en ’t was eigenlijk nog redelijk koud. Toen kwamen we via Newark, en ik weet nog hoe we zochten naar die bekende skyline, al vanop de luchthaven. Niet dus. Het beste zie je die vanop het water zou later blijken. New York, City that never sleeps.

Onze hotelkamer is klein, zoals de meeste kamers hier, maar proper, en gelukkig geen blinde muur aan de andere kant van ons raam! En centraal gelegen, we zitten zo bij Times Square. Volgens onze reisgids geen plaats waar je iets moet kopen of laten repareren, te duur, je kan beter iets verderop gaan. Behalve dan de kodak die we de eerste dag letterlijk vlak voor het hotel op de grond droppen. Hij is geleend, dus in alle paniek stappen we de eerste de beste zaak binnen, jawel, op Times Square. Buiten een gepeperde rekening krijgen we nog het compliment dat je niet kan missen dat we zussen zijn; onze neus ziet er immers hetzelfde uit. Maar goed, de kodak is gefikst.

SSA43953
ons hotel, gelukkig reed de taxi niet over onze kodak!

En hoe kan je een grootstad als deze beter ontdekken dan met de Hop-on Hop-off bus. Ik weet het, erg toeristisch, maar ik blijf het wel plezant vinden, en ik kan me zo beter oriënteren in zo’n metropool als NY. Vanop het dek (met muts en sjaal) zien we het ene bekende gebouw na het andere. St Patrick’s Cathedral, Chrysler Building, Flatiron Building en het World News Building; yep, de draaideur van Superman, getest en al maar bij ons werkte het niet? Paard en kar, tussen al dat verkeer! En, waar mijn gezelschap me op wijst, een politieagent te paard, en dat paard geeft toch wel een mooi pootje zeker!

Terwijl Rooseveld Island Railway niet zo indrukwekkend is (de rit duurt nog geen 4 minuten, en eenmaal boven hadden we geen klein geld om terug naar beneden te geraken, de machine pakte geen MC aan…) is Central Park het wel. Voor ons onbetaalbare appartementen, waar enkel celebraties als Madonna wonen. Het is ook zo groot, dat we Freddy met zijn pedicab inschakelen. Hij weet immers alle beelden staan, van de Friends fontein, via Alice in Wonderland naar Hans Andersen en dan naar Balto. Wij met foto’s en hij met een royale fooi naar huis.

Shoppen in NY

Veel grote shopping centra, zoals Macy en Bloomingdales, en dat zegt ons nu net wat minder. Dan toch maar naar 5th avenue, waar Jeroom ons in de Tommy Hilfinger laat geloven dat we zelf celebraties zijn. Hij loopt maar over en weer met andere kleuren en maten, en we mogen hem letterlijk volladen met al onze spulletjes. Inclusief kapstokken en schoendozen. Hilariteit alom. Een topdag, want die avond hebben we Phantom of the Opera op het programma staan. Eerst een pizza (are you sure you want 2 small pizzas? It’s 6 slices a piece!) bij John’s Pizza, alom bekend, en recht tegenover het theater. Een aanrader!

Coyote Ugly

Ja, wie kent ‘m niet, de film? Deels opgenomen in dit cafeetje in NY, dat moeten we van dichtbij zien. T ziet er wat raar uit langs buiten, donker glas, dus je kan niet binnen kijken, alleen, diegenen die binnen aan de toog zitten hebben wel kunnen zien hoe wij aarzelend aan de overkant van de straat staan te overleggen wat we nu precies gaan doen. Binnen gaan of niet? Even later zitten we met twee flesjes bier (no, they don’t have lemonade) naast Rickie Die aan de toog. Hij tekent iets voor ons, en terwijl hij persé chocolatjes wil gaan halen om te bewijzen dat ze niet enkel lekkere chocolade hebben in België, reppen wij ons terug naar de andere kant van Manhattan. Geen enkele gelijkenis met de film zelf; gelukkig misschien, want, diegenen die de film gezien hebben, weten wat er gebeurt als je limonade bestelt!

SSA44079

Manhattan is te groot om op 1 week te doen. Veel te groot. En dan hebben we het nog niet over Brooklyn of the Bronx. Maar wat een fantastische stad om in rond te lopen. De drukte van een wereldstad ervaren, en dan de rust ervan opzoeken tussen de joggers in Central Park. Een citytrip van jewelste! We hossen rond van uptown naar downtown en omgekeerd, en besluiten nu al dat we nog eens terugkomen! Dat doen we in 2019; dus wordt vervolgd binnenkort!