Optimisten, kom uit de kast! (maar blijf in uw kot)

Vandaag hebben we er zoveel belang bij. Om optimistisch te zijn. Om de moed te houden, en te geloven dat er een tijd na Corona komt die ook nog de moeite waard is. En laat dat nu net het onderwerp zijn waar ik me op verschillende manieren in aan het verdiepen ben: Optimisme.

Ik ben student psychologie aan de Open Universiteit, en ik schrijf dit jaar mijn thesis. Die kadert in een ruim onderzoeksproject ‘Zelf mogelijkheden voor persoonlijke groei en professionele ontwikkeling scheppen’. Bingo! Ik ben zelf altijd op zoek om mezelf te verbeteren, persoonlijke ontwikkeling is immers een van mijn kernwaarden, en daarnaast probeer ik via coaching anderen ook te stimuleren om zelf achter het stuur te (blijven) zitten van hun loopbaan, en hun leven. Dit vraagt voor de meesten onder ons toch wel wat effort. Daar zijn heel wat oefeningen voor, om te ontdekken wat je talenten zijn, wat je belangrijk vindt, wat op deze moment in je leven bepalend is enzovoort. Maar zelfs met al deze oefeningen moet je er natuurlijk nog wel zelf aan beginnen. De consumptiemaatschappij en de gouden kooi zijn hardnekkige tegenspelers.

Terug naar mijn thesis. Een van mijn variabelen waar ik rond ga werken is optimisme. Ik durf mezelf best een optimist noemen. Ik sta over het algemeen positief in het leven, en mijn glas is meestal wel halfvol. Het bewijs, ik ben Enneagram type 7, ‘de optimist’. Enthousiast, spontaan, toekomst georiënteerd en avontuurlijk. Check. Wat me dan intrigeert, is hoe je van een pessimist (of cynist), een optimist kan maken. Tijdens de literatuurstudie die ik al deed rond het onderwerp, van wetenschappelijke artikels tot de zelfhulpboekjes, blijkt dat optimisme aan te leren is. En, als ook al bewezen is dat optimisme leidt tot verhoogde motivatie en een betere gezondheid en prestaties, waarom gaan we daar niet allemaal mee aan de slag?

gelukIk nam er het boek ‘Word Optimist’ van Leo Bormans bij om wat concrete tips bij elkaar te zoeken. Een eerste zin die bij mij bleef hangen: ‘wij zijn goed in hebben, maar niet in zijn’. Tja, de consumptiemaatschappij heeft ons in haar greep; wij denken ons geluk te kopen met spulletjes. Een nieuwe jas of een grotere auto, en dan ga ik gelukkiger zijn. Not. Of alé, we denken dat voor een aantal weken. Het is misschien hét moment vandaag om wat te bezinnen, en je af te vragen welk leven je echt wil leven. Er komt immers een tijd na corona ook, en dan kan en mag je terug kiezen voor jezelf wat je wil doen of niet wil doen. Kies je echt terug bewust voor de ratrace?

Een tweede: Gezonde mensen zijn niet noodzakelijk gelukkiger. Maar wel omgekeerd, gelukkige, optimistische mensen zijn vaker gezond. Alle belang bij dus om meer optimistisch te worden, rechtstreeks draagt dit bij aan je gezondheid!

Een makkelijke maar oh zo’n moeilijke: zeg eens goeiedag tegen iedereen die je op straat tegenkomt. Mijn ervaring is, dat dit tijdens deze coronatijden meer gebeurt dan anders? En, ik krijg meestal toch een goeiedag terug. Nog een makkelijke: lach. Ja, gewoon lachen. Niks moeilijk aan, toch?

De slechtste raadgever is angst, en die is nu zo aanwezig tijdens deze tijden. Focus op de positieve dingen om nog meer positieve dingen te zien. What you focus on, is what you get.

Maar hey, deze voorstellen zijn een aanbeveling om je in beweging te krijgen, maar geen verplichting. Zoals professor Mariano Rojas het zegt in het boek ‘The World Book of Happiness’, er zijn geen sancties bij verzuim, maar wie verzuimt, heeft daar meestal spijt van.

Optimisme werkt als een virus, misschien krijgen we daar corona wel mee klein!

New York in Style

Ik was al eens in NY in 2011, dat kan je lezen in Someone sleeps tonight. Nu zijn we 2019, maand mei, eens kijken hoe NY er nu uitziet!

Voor terrasjes moet je niet naar daar gaan, die hebben we hier veel meer dan daar. Maar voor al de rest blijft NY the place to be! En deze keer zijn we georganiseerd; we hebben tickets voor Ellis Island, en voor de opera Rigoletto. Dit zijn zaken die je best van thuis uit al regelt, de kans is anders groot dat je geen plaats meer hebt. En, we willen weer alles uit deze week halen. Check!

Het is toch weer koud voor de tijd van het jaar, we hebben echt onze dikste jas nodig voor het bezoek aan Ellis Island. De boot zit overvol, zou dat ook zo geweest zijn toen de eerste immigranten hier aankwamen? De eerste stop is Liberty Island, met het bekende Statue of Liberty. We hebben tickets tot de Pedestrial (de voet), dus wat klimwerk te doen. Een beperkt aantal mensen mag nog hoger, daar hadden we dus geen tickets meer voor. Maar het uitzicht vanop de Pedestrial is ook al magisch. Zoals gezegd, van op het water heb je het beste zicht op de skyline van NY!

En dan vind ik de tickets niet meer, zitten we daar vast op dat eilandje. Dat overkomt mij nooit, behalve nu dus! Gelukkig geen probleem, we mogen zonder tickets de boot op richting Ellis Island; je was immers al niet tot hier geraakt zonder ticket verzekeren ze ons. Oef! Dit eiland is een museum, best indrukwekkend, met foto’s en tekst over de geschiedenis van immigranten in Amerika. Je kan ook zoeken naar je voorouders op naam; ik moet hier zelf toch verre familie hebben, zoveel ‘Van Reeth’en’ te vinden!

NY heeft best wat groene longen. We komen op Bryant Park op een kunstmarktje terecht, gezelligheid troef! En, al veel gehoord en gelezen over de High Line, dat moeten we proberen. Ja, wel wat groen, maar druk! héél druk! Voor de mensen die daar in zo’n chique appartement wonen met terras moet dit wel minder leuk zijn! ik zou dit de volgende keer overslaan, en rechtstreeks naar dat restaurantje ‘Catch’ lopen voor de overheerlijke verse vis.

Nog twee toppertjes: we kleden ons op, om Rigoletto te zien, een opera van formaat in The Met. Eerst een lekker gerechtje in het bijhorende restaurant (a ja, in stijl he) en dan genieten maar! Deze keer niet met hoge hakken een paar blokken lopen door NY, nee, een taxi nemen is best te doen. Zonder zere voeten deze keer. Uiteraard moeten we ook een museum meepikken nu we hier toch zijn. De keuze valt op MoMA, the Museum of Modern Art. Het is een regenachtige dag, en is het nu daardoor, of is NY steeds drukker aan het worden? Het aantal mensen aan de bull laat me het laatste geloven.

Ons lijstje met ‘to do’s’ is nog steeds niet afgewerkt! Al hebben we nu wel boeken- en platenwinkels bezocht, we willen nog een jazz kroegentocht doen, en zeker ook eens over de Brooklyn Bridge lopen. En kunstgalerijen! En rooftops! Misschien dat we toch nóg eens terugkomen! NY is leuk!

 

 

 

 

 

 

De Routinoloog

Ik wil ook een routinoloog zijn! Dit na het lezen van het boekje ‘Je tweede leven begint als je begrijpt dat je er maar één hebt’, van Raphaëlle Giordano. Zou het familie zijn van die andere Giordano?

Oorspronkelijk Frans: ‘Ta deuxième vie commence quand tu comprends que tu n’en as qu’une’. Ik ken het via een goede vriendin van mij, want zij wees het me op de luchthaven op weg naar Zuid-Afrika (lees hier mijn blog Hakuna Matata.) ‘Net als coaching’, zei ze. Bedankt Caroline, ik heb het met plezier gelezen! 🙂

je tweede levenIk ben vóór positieve psychologie, en dit boek is er een voorbeeld van. Op een positieve manier tot verandering komen, niet door af te straffen wat niet mag. Blijven aanmoedigen; als coach geef je de tips, maar uiteindelijk is het uiteraard wel aan de persoon zelf ze op te pikken en er iets mee te doen.

Het moet trouwens niet volledig fout gaan in je leven om te willen en kunnen veranderen. Het hoofdpersonage in het boek, Camille, leidt best een relax leven; tof gezin, fijne man en haar job is wel ok. En toch is het niet wat het moet zijn, ze mist iets. Om gewoontes te veranderen en patronen te doorbreken moet je ze natuurlijk eerst zien, en daar kan een routinoloog mee helpen. En dan ga je aan de slag, en komt de routinoloog terug in beeld op momenten dat je het moeilijk hebt je de nieuwe gewoonten eigen te maken. Zo simpel is het eigenlijk. In woorden dan toch. Iedereen die geprobeerd heeft te stoppen met roken, of op dieet te gaan, of beginnen sporten, of gewoon, de goede voornemens met nieuwjaar, weet waarover ik het heb. En toch, de aanhouder wint!

Er is zelfs een heuse begrippenlijst van de routinoloog, zoals de denkbeeldige camera (om je focus op het mooie te zetten); de kunst van het nabootsen (creëer je eigen succesmodel door inspiratie op te doen van je idolen) en, eentje voor het ganse gezin, een mopperpot tegen het jawel, mopperen, waar je telkens een euro ingooit als je jammert. Ineens een spaarpotje voor als we ooit terug op reis mogen gaan.

En, nog een mooie voor iedereen tijdens deze Corona crisis, speel eens als kat. We hebben nu toch de tijd, dus als we nu eens gewoon tevreden ‘zijn’ zonder toe te geven aan de druk om iets te ‘doen’. Je goed uitrekken, eens goed geeuwen, een powernap, zo’n beetje ronken en wie weet welke ideeën stromen door je lijf! Ik werk er volop aan! Jij ook?

 

 

 

Cambodja: wat een koninkrijk!

Iedereen kent Cambodja van de Angkor Wat, de grootste religieuze tempel van de wereld. Maar Cambodja heeft nog zoveel andere troefjes. Wij gingen er op roadtrip, en brengen prachtige verhalen mee van een land dat recent een grote horror kende.

‘Zelf een auto huren in Cambodja? Dat heb ik nog nooit gehoord!’ zo reageerde het reisbureau als ik mijn plannen uit de doeken deed. Niet mogelijk dus. Later zal ik begrijpen waarom, het verkeersreglement bestaat hier amper tien jaar, en geen kat die er rekening mee houdt. Je rijdt gewoon waar je wil. Dat resulteert in een paar bloedstollende ‘adem-inhouden-momenten’ op de achterbank als onze chauffeur weer eens een gek manoeuvre maakt tussen de andere weggebruikers, waaronder koeien en véél brommerkes.

Onze eerste stop is Siem Reap, tegelijk het meest toeristisch omdat hier, jawel, de Angkor Wat te bezoeken is. En dat dit een place to be is, is niet overdreven. We worden ’s morgens voor zonsopgang opgehaald, ’t is nog pikkedonker, en zien het licht worden bij dit prachtige monument. Wel tezamen met een paar honderden anderen, maar toch nog steeds even indrukwekkend. Onze lokale gids kent dit terrein op zijn duimpje, dus loodst ons met gemak voor en tussen de drukte door naar alle beste plekjes, boven op de torens, en tussen de nissen door voor de beste uitzichten. Tegen we om acht uur terug naar ons hotel gaan voor ontbijt, hebben we al 6000 stappen gezet!

P1040010De volgende dagen verkennen we het terrein en zien verschillende tempels, de ene al groter en magischer dan de andere. Van Angkor Thom naar Terrace of the Elephants, van Bayon en Baphuon naar Ta Prohm. Deze laatste is ongelooflijk, overgroeid door grote Kapok Trees. Ook de Roluos Group Temples komen aan bod. Het is een groot terrein, waar we ons met een tuk-tuk overal naartoe laten rijden, om dan de tempels te beklimmen. Wat een heerlijke tijd. Dit is vakantie!

De avonden in Siem Reap vullen we met een bezoekje aan de Night Market (niet echt ons ding) en de Pub Street. Live optredens, en heerlijke gerechtjes, zoals amok. Met veel kokosmelk, maar zachter van smaak dan de typische Thaise curry’s. Al is onze ervaring dat je beter een restaurantje zoekt in de zijstraatjes van Pub Street. Deze laatste is een straat vol horeca om toeristen het naar hun zin te maken, met in de restaurantjes een prentenboek; van biefstuk friet tot lasagnes, van rijst tot salades, teveel om het allemaal kwalitatief te kunnen aanbieden. Niet de Cambodjaanse stijl. Een tip die in meerdere landen van toepassing is, ga waar de locals gaan; gegarandeerd lekker en vers eten! A ja, de gefrituurde spinnen en slangen die ze op straat te koop aanbieden (ook weer voor de toeristen) hebben we maar overgeslagen.

Op stap gaan met een lokale gids heeft zijn voordelen. Je ziet het echte Cambodja. We zien het verschil tussen de lokale markt en de toeristenmarkt. Deze laatste ligt vol Chinese brol, je kan je afvragen waarom we dit zo leuk blijven vinden ons tussen die troep te begeven. Wij vinden er maar niks aan. De lokale markt is dan ook weer aanpassen. Een drukte van jewelste, met brommertjes voor en achter (ja, ze stappen zelfs niet af om te voet te gaan tussen de kraampjes) en ja, vers is vers, dus ineens springt een vis uit zijn ondiepe kom vlak voor mijn voeten op het pad, in een poging te kunnen ontsnappen. Kippen liggen met hun poten vastgebonden aan elkaar. Vlees hangt in deze tropische temperaturen gewoon op aan haken, met overal vliegen. Die avond eet mijn vriend mee vegetarisch.

Tijdens onze tijd in Siem Reap bezoeken we ook Mechrey Village, op Tonle Sap Lake (betekent Great Lake), een dorp op een meer. Zij verhuizen mee met waar de vissen gaan. Uniek aan dit meer is dat de stroming twee keer per jaar verandert. En of ze creatief zijn. Er wordt aan landbouw gedaan, en je ziet overal kippen en honden op de eilandjes zitten. Gebouwd op bamboe en tonnen, en zo slepen ze met een motorbootje heel hun hebben en houden naar waar ze maar willen. Het is een beetje een dubbel gevoel. Het is een nomadisch bestaan, met visvangst voor zover ze het nodig hebben voor eigen gebruik. En dan komt het kapitalisme. Resultaat: overbevissing, mangroven worden gekapt om ook een stukje grond te hebben aan land (als kapitalist moet je ook iets ‘bezitten’ he), het hele ecosysteem staat onder druk. Er is geen schoolplicht in Cambodja; ouders kiezen zelf of ze hun kinderen naar school (die wel voorzien is, ook hier op het meer) sturen of niet. In veel gevallen helaas nog niet. Zo blijven ze ongeschoold, en zien het nut niet in om hun plastiek, afval en overschot van netten anders op te ruimen dan het gewoon in het water te gooien. Ze leven gewoon van dag tot dag.

En dan is het tijd om onze laatste tempel te bezoeken, Banteay Srei, ooit gebouwd uit roze steen waar na al die tijd van de kleur uiteraard niets meer te zien is. Tussen de apen en papegaaien genieten we van deze parel. Morgen vertrekken we voor een lange autorit naar de hoofdstad Phnom Penh. Op zich niet zo ver (300 km) maar door de staat van de wegen doen we er bijna een volledige dag over. Wat we daar zullen zien, tart elke verbeelding.

 

Someone sleeps tonight

In 2011, dat was de eerste keer dat ik er kwam. In maart, en ’t was eigenlijk nog redelijk koud. Toen kwamen we via Newark, en ik weet nog hoe we zochten naar die bekende skyline, al vanop de luchthaven. Niet dus. Het beste zie je die vanop het water zou later blijken. New York, City that never sleeps.

Onze hotelkamer is klein, zoals de meeste kamers hier, maar proper, en gelukkig geen blinde muur aan de andere kant van ons raam! En centraal gelegen, we zitten zo bij Times Square. Volgens onze reisgids geen plaats waar je iets moet kopen of laten repareren, te duur, je kan beter iets verderop gaan. Behalve dan de kodak die we de eerste dag letterlijk vlak voor het hotel op de grond droppen. Hij is geleend, dus in alle paniek stappen we de eerste de beste zaak binnen, jawel, op Times Square. Buiten een gepeperde rekening krijgen we nog het compliment dat je niet kan missen dat we zussen zijn; onze neus ziet er immers hetzelfde uit. Maar goed, de kodak is gefikst.

SSA43953
ons hotel, gelukkig reed de taxi niet over onze kodak!

En hoe kan je een grootstad als deze beter ontdekken dan met de Hop-on Hop-off bus. Ik weet het, erg toeristisch, maar ik blijf het wel plezant vinden, en ik kan me zo beter oriënteren in zo’n metropool als NY. Vanop het dek (met muts en sjaal) zien we het ene bekende gebouw na het andere. St Patrick’s Cathedral, Chrysler Building, Flatiron Building en het World News Building; yep, de draaideur van Superman, getest en al maar bij ons werkte het niet? Paard en kar, tussen al dat verkeer! En, waar mijn gezelschap me op wijst, een politieagent te paard, en dat paard geeft toch wel een mooi pootje zeker!

Terwijl Rooseveld Island Railway niet zo indrukwekkend is (de rit duurt nog geen 4 minuten, en eenmaal boven hadden we geen klein geld om terug naar beneden te geraken, de machine pakte geen MC aan…) is Central Park het wel. Voor ons onbetaalbare appartementen, waar enkel celebraties als Madonna wonen. Het is ook zo groot, dat we Freddy met zijn pedicab inschakelen. Hij weet immers alle beelden staan, van de Friends fontein, via Alice in Wonderland naar Hans Andersen en dan naar Balto. Wij met foto’s en hij met een royale fooi naar huis.

Shoppen in NY

Veel grote shopping centra, zoals Macy en Bloomingdales, en dat zegt ons nu net wat minder. Dan toch maar naar 5th avenue, waar Jeroom ons in de Tommy Hilfinger laat geloven dat we zelf celebraties zijn. Hij loopt maar over en weer met andere kleuren en maten, en we mogen hem letterlijk volladen met al onze spulletjes. Inclusief kapstokken en schoendozen. Hilariteit alom. Een topdag, want die avond hebben we Phantom of the Opera op het programma staan. Eerst een pizza (are you sure you want 2 small pizzas? It’s 6 slices a piece!) bij John’s Pizza, alom bekend, en recht tegenover het theater. Een aanrader!

Coyote Ugly

Ja, wie kent ‘m niet, de film? Deels opgenomen in dit cafeetje in NY, dat moeten we van dichtbij zien. T ziet er wat raar uit langs buiten, donker glas, dus je kan niet binnen kijken, alleen, diegenen die binnen aan de toog zitten hebben wel kunnen zien hoe wij aarzelend aan de overkant van de straat staan te overleggen wat we nu precies gaan doen. Binnen gaan of niet? Even later zitten we met twee flesjes bier (no, they don’t have lemonade) naast Rickie Die aan de toog. Hij tekent iets voor ons, en terwijl hij persé chocolatjes wil gaan halen om te bewijzen dat ze niet enkel lekkere chocolade hebben in België, reppen wij ons terug naar de andere kant van Manhattan. Geen enkele gelijkenis met de film zelf; gelukkig misschien, want, diegenen die de film gezien hebben, weten wat er gebeurt als je limonade bestelt!

SSA44079

Manhattan is te groot om op 1 week te doen. Veel te groot. En dan hebben we het nog niet over Brooklyn of the Bronx. Maar wat een fantastische stad om in rond te lopen. De drukte van een wereldstad ervaren, en dan de rust ervan opzoeken tussen de joggers in Central Park. Een citytrip van jewelste! We hossen rond van uptown naar downtown en omgekeerd, en besluiten nu al dat we nog eens terugkomen! Dat doen we in 2019; dus wordt vervolgd binnenkort!

Hakuna Matata

Het land waar de kinderen namen krijgen als Faith en Hope, en, in geval van een nakomerke, ook al wel eens Blessing. Het land van de Big Five. En de Ugly Five. Verkeerslichten noemen ze robot. Blank en Zwart. Lekkere wijnen. Slechts een tijdsverschil van één uur. En maar liefst 11 erkende nationale talen, waar er minstens één trekt op wat dialect Vlaams. Hakuna Matata! We zijn in Zuid-Afrika!

Mijn reis begint professioneel, ik trek naar Johannesburg om me bij te scholen in het Enneagram. The Integrative iEQ9 Enneagram Solutions heeft als bedrijf zijn oorsprong in Zuid-Afrika, dus op naar de roots! En dat mag je letterlijk nemen, vlakbij Johannesburg bevindt zich de wieg van de mensheid, waar fossielen gevonden zijn van de eerste mensachtigen. Eigenlijk komen we allemaal van hier. Ik zal me hier later op de reis nog meermaals emotioneel bij voelen; ik ben echt aan ’t aarden, vanaf dag 1 al!

P1020715 (2)
Final Reflection in the South African Museum

Na deze eerste week, met een prachtgezelschap van 40 internationale mensen, trek ik, voldaan met wat nieuwe inzichten, naar Kaapstad, waar we nog twee weken de tijd hebben om met een huurwagen een ander deel van het land te ontdekken. En de foto’s zullen het bewijzen, Zuid-Afrika is prachtig!

Maar eerst doen we Kaapstad zelf. De wolken maken precies golven op de wereldberoemde Tafelberg van de stad. Met de hop-on hop-off bus denken we de stad eens vanop het dak te ontdekken, maar zoals in vele steden kennen ze hier ook files, dus na 2,5 uur beginnen we toch wat heen en weer te schuiven op onze stoel, en stappen we af in Camps Bay. Hier zullen we later tijdens onze reis nog terugkomen, zo’n prachtig stukje strand hier.  Er zijn ook een ruim aantal musea in Cape Town, ik kies het South African Museum, en the National Gallery. Ik heb het minder voor de alle mogelijke opgezette dieren die Zuid-Afrika rijk is, dus dat deel sla ik over. Ik zie de beestjes liever levend en wel tussen de bossen of op de savannes, dat is later nog voorzien tijdens onze reis. Maar hoe prachtig wordt verwezen naar onze roots, de bakermat van de mensheid. Welcome Home! hangt er, en krijgt voor mij wel een hele andere betekenis zo! In het tweede museum loopt een tijdelijke voorstelling rond RAPE, zo intens en pakkend, dat meerdere mensen wenend de zaal verlaten. Mezelf incluis. Tegelijkertijd kan de band die je opbouwt met mensen die rondom je ook staan te huilen niet intenser zijn dan dit, er is een soort verbondenheid die opnieuw maakt dat ik me hier zo thuis voel.

Kaapstad heeft nog leuke plaatsjes. The Company Gardens waar families samenkomen op zondag voor een leuke picknick en eendjes met hun kroost rustig kuieren langs de rand van de vijver. Waterfront, met zijn wereldberoemde café Den Anker (of is dat alleen bekend in België?) En, als je met de locals praat, is Kaapstad zoals God zou willen dat de hemel er zou uitzien. Zuid-Afrikanen zijn enorm fier op hun land!

Zuid-Afrika is bekend voor de wijn, dus op naar Stellenbosch, een belangrijke regio voor wijnen. We komen toe op ons hotel, en schrijven ons direct in voor een Wine Tour. Na Kaapstad is Stellenbosch de tweede oudste stad van de kolonisten. Vele oude Victoriaanse huizen. Een divers gezelschap om wijn mee te gaan proeven; een koppel uit Nederland dat op huwelijksreis is, een Brits koppel bijna op pensioen, en dan, een baas met zijn werknemer, waarvan de laatste vanaf morgen als expat start aan zijn driejarige opdracht. Maar eerst met de baas wat wijntjes drinken. Hij is dan ook de enige die echt alleen eens proeft, en de rest laat staan. Het onderwerp tijdens het proeven? De Brexit natuurlijk, de baas (uit Spanje) weet er immers alles van!

Op naar de derde oudste stad van het land, Stellendam. Veel landbouw onderweg, maar altijd bergen op de achtergrond. Een klein stadje, maar, we worden gerustgesteld hier in het hotel: ‘it’s safe here, even at night, you can go out whenever you want.’ Ik was na Johannesburg anders al gewoon aan de avondklok.

De Garden Route zal ons helemaal van hier, via Oudtshoorn naar Knysna voeren. Een prachtige baan, genaamd Route 62. Via de Tradouwpas. Onze volgende stop: de Safari Ostrich Farm. Het loopt hier vol struisvogels, de ene farm na de andere. Hier hebben we wel de gekste cottage van allemaal. We zitten steeds in prachtige guesthouses, maar altijd achter barelen, en bewaakt. Nu krijgen we een guesthouse in the middle of nowhere! We rijden echt terug weg van het domein van het hotel, en moeten een zandbaantje volgen links en dan weer rechts, om ergens bij drie stenen woningen te komen, en één ervan is dus vannacht voor ons. Ik moet toegeven dat ik toch niet goed geslapen heb, volledig onterecht trouwens.

P1020948
pas op voor de spelende kinderen!! ongelooflijk, maar let op, bobbejaane nie voere!

En dan verder naar Addo, waar ook Addo Elephant Park is, een Wildlife Park! Ik ben zelfs zenuwachtig, zo enthousiast ben ik om op safari te gaan! En mijn verwachtingen worden niet teleurgesteld. Op weg naar waar we overnachten, komen we al bavianen, een zebra, wrattenzwijnen en antilopen tegen. Opnieuw struisvogels, en ook geiten, schapen en koeien. En dan moet de safari nog beginnen!

’s Morgens zeven uur. We staan klaar, met twee koppels Duitsers, wachtend op onze gids om door de raam in de jeep te kruipen (right, er is geen deur). Op zijn Afrikaans, ook hier, alles op ’t gemakje. ’t Park in, op zoek naar de dieren. Wat een pareltje hier. Het duurt niet lang voor we hyena’s, wrattenzwijnen, antilopen, apen, bavianen, schildpadden, zebra’s en buffels zien. En een hele horde olifanten! Als zij aan de poel staan, krijgen de andere dieren geen kans. De zebra’s wachten geduldig tot het aan hen is; een wrattenzwijn probeert toch door de horde te sluipen richting het water. De nood is hoog. Een beetje teleurgesteld door de foute info in mijn reisgids, er zitten geen giraffen in Addo Elephant Park, de begroeiing is voor hen veel te laag. ’t Is nu al duidelijk dat we zullen moeten terugkomen :-).

Deze diashow vereist JavaScript.

Verder de Garden Route gevolgd tot het mooiste punt ervan, Knysna. We zitten op Leisure Island, een prachtige locatie (weeral). We bezoeken een locale markt, supergezellig! Een ongedwongen sfeer, leuke kraampjes, muziek en lokale bio producten. Waterfront in Knysna, een gezellige buurt met leuke winkels en schitterende eetgelegenheden. En, uiteraard, de beste oesters van de hele wereld. Echt! Uit de zee op je bord, en zo zacht! Het boottochtje stelt minder voor dan dat we ons ingebeeld hadden, precies een varende disco, maar de uitzichten zijn prachtig, en we hebben wel Knysna Heads gezien!

Richting Hermanus, nog een plaats waar ik heel enthousiast van word. Daar zitten walvissen, die deze periode dichter bij de kust komen om hun kleintjes te voeden. Het is net te laat in het seizoen, en bij de Whale Watching is de zee te wild, dus vinden we ze niet (de zee was echt wild, de helft was zeeziek). Het stadje Hermanus zelf maakt het wel goed. Gezellig, paar kleine musea en veel gallerijen, dé meest gezellige boekenwinkel van de wereld en fresh seafood. En dassies (klipdassen)! 🙂

En dan is het al tijd om terug af te zakken naar Kaapstad. Via Betty’s Bay, om de Afrikaanse Pinguin te zien. Dit is één van de twee kolonies die hier leven. We hebben nog de ganse dag voor we terug naar huis vliegen, dus we rijden nog via Chapman’s Peak naar Cape Town, volgens de reisgids één van de mooiste kustroutes in de wereld. En dat is niet gelogen. Prachtige uitzichten over de kust, rijdend op een baantje soms uitgehouwen in de rotsen.


Zuid-Afrika is prachtig. Maar er is ook een andere kant. Je ziet echt nog de gevolgen van de apartheid. In veel restaurants zijn het blanken die tafelen, en worden bediend door zwarten. Het is uitzonderlijk dat er een blanke mee in de keuken staat. Door te praten met de locals, kom je te weten dat veel zwarten die werken in de horeca of algemeen in toerisme, uit Zimbabwe komen. Blijkbaar is de economie in de andere Afrikaanse landen (nog) erger dan in Zuid-Afrika. Ze kunnen wel een mondje Engels, dus als ze de kans zien, steken ze de grens over en wagen hier hun kans. Het is ‘all right’, of ‘oké’. Niet echt goed, maar het kan erger. In Zimbabwe komt er bijvoorbeeld gewoonweg geen geld uit de muur.

De regering wilde het blijkbaar een beetje goedmaken met de zwarten, als gevolg van de apartheid. Nog niet zolang geleden mocht de zwarte bevolking zelfs niet naar school. Gevolg: heel wat generaties zijn analfabeet. De zwarten kunnen een huisje krijgen, en als ze daar x aantal jaren wonen, wordt het hun eigendom. Het zijn een soort stenen huisjes, naast de mooie ‘blanke’ wijk. Per kind dat ze kopen krijgen ze nog een extra toelage. En daar stropt dan het beetje het systeem. Krijg deze mensen maar gemotiveerd om werk te zoeken, of te studeren. Zo laten we ons toch vertellen. Naast deze wijk van stenen huisjes, begint dan (in elke stad opnieuw) een niet te overziene township, met huisjes gemaakt van gelijk wat. Kinderen die dag in dag uit wat rondhangen en zoeken naar iets van waarde, wat ze maar kunnen vinden. Of bedelen.

Maar, laten we vooral geen golfie maken. we  moete niemand z’n knoppie drukke. Ik blijf dus hoopvol. Zoals onze gids het zegt: Sharing is caring. Bij deze.

 

 

 

De lezersjury

Midden juli krijg ik een mail die begint met: Beste Sandra, Van harte gefeliciteerd: je bent geselecteerd voor de jury van de BookSpot Lezersprijs! 500 kandidaten blijkbaar, waarvan er 50 geselecteerd worden, de helft uit Nederland, de andere helft uit Vlaanderen. Daar ben ik er dus eentje van. 😊

lezersjury foto boeken
Op het programma: 5 oktober een lezersfestival in Amsterdam waar je de schrijvers kan ontmoeten en waar je de boeken meekrijgt. Tegen 6 november moeten ze uitgelezen zijn, want dan worden we opnieuw verwacht in Amsterdam voor de uitreiking. De lezersprijs is €10.000 dus niet niks. Ernstig leeswerk!

Maar hoe lees je voor een jury? Moet dat anders dan gewoon met een romanneke in de hoek van je zetel kruipen? We krijgen tips van de specialisten; de vakjury leest immers in totaal maar liefst 507 boeken! 2 lezers per boek en je scoort, A: dan moet nog iemand hem lezen; B staat voor bedenking, en C voor help, ik ben een model type boek. 2 A’s en heel de jury moet het boek lezen. 80% van de boeken is een C boek, enkel de 4 **** boeken mogen op de longlist, zijnde 25 boeken.

Wij als lezersjury mogen een appel met een peer en een citroen vergelijken. We krijgen 2 non-fictie boeken en 1 fictieboek te lezen, maar deze zijn in niets te vergelijken. En waar moeten we dan op letten? Een literaire roman is een medium van het bewustzijn, er is een maatschappelijke relevantie en je moet er ontdekkingen in doen. Dat het herkenbaar is, en leest als een trein zijn geen criteria. Er moet echt iets met je gebeuren, het boek verbergt iets dat je niet direct kan ontsluimeren. We praten nog wat verder over taal, vorm en inhoud, en over beeldspraak, ritme en montage. Dit is ernstig werk!

Met Bart Van Loo maken we kennis via skype, hij is nog op vakantie. Het enthousiasme en passie over zijn boek druipt van het scherm af. Helaas voor Bart is persoonlijkheid geen criterium voor de prijs. We worden wel erg nieuwsgierig om zijn boek te lezen. Een oerverhaal, De Bourgondiërs, die stopt met de val van Antwerpen. Op zoek naar ons DNA. Tijdens het debat van de lezersjury zal hij de verhalenverteller genoemd worden, of, het neefje die net de dinosaurus heeft leren kennen en er maar niet over kan zwijgen. Zo’n boek is de makkelijkste manier om zoveel geschiedenis te leren. En chapeau voor het vele opzoekwerk! Bijna een Game of Thrones.

Lieve Joris komt thuis met haar autobiografisch werk Terug naar Neerpelt. Haar 13e boek. De Nederlanders vinden haar heel Vlaams. Een bonuspunt. Het boek heeft een journalistieke waarde; Lieve slaagt erin alle personages in hun waarde te laten, en toch heb je op het einde van het boek een idee welke impact die ene broer heeft gehad op iedereen in het gezin. Er is in families al voor minder ruzie gemaakt.

En dan Peter Buwalda met zijn Otmars Zonen, het enige fictieboek, waar het niet-waar gehalte groter is dan het waar gehalte. Sommigen vinden dat het boek op 300 pagina’s ook wel verteld had kunnen worden. Anderen vinden dan weer dat er een bom kan ontploffen eenmaal ze aan ’t lezen zijn in dit boek. Vooral de scene met de oordopjes is zo goed als iedereen bijgebleven. Stilistisch, en boeiend.

Maar hoe kies je dan wat de beste appel is? Of appelsien? Het is en blijft heel persoonlijk. Voor mij mocht Lieve Joris winnen. Ik vind het echt een bloedeerlijk boek. Het is wat het is, een eerlijk relaas van hoe het eraan toe kan gaan in een gezin en de gevolgen daarvan. Niet zoals bij velen, waar de lelijke kantjes liever onder de mat geveegd worden en geenszins gedeeld worden, laat staan met buitenstaanders. Nee, zo’n dingen houden we liever binnen vier muren. Het geeft me veel zin om ook over mijn familieverhaal iets te schrijven. Misschien nog niet nu, maar er is wel een zaadje geplant. Ik heb Lieve nog gevraagd naar de reacties van haar familieleden, maar dat is gelukkig allemaal wel goed gekomen.

Uiteindelijk heeft Peter de meeste stemmen gehaald en haalt hij de prijs binnen. Ik ken de juiste cijfers niet, maar het was blijkbaar wel een nek-aan-nek race. Helaas kan er maar eentje winnen. Proficiat Peter! Bij een hapje en een drankje wordt nagepraat, hoe spannend het ook was voor ons als juryleden. Ik was er graag bij, en stel me bij deze al kandidaat voor volgend jaar!